Het War Requiem van Benjamin Britten, een korte inleiding.
                   Een groot deel van deze tekst en plaatjes werd gebruikt bij een inleiding tot het War Requiem door Gijs van Lieshout en Daan Admiraal,
                    georganiseerd door Studium Generale, TUD, 2 mei 2005.                         
                    tekst © 2005, Daan Admiraal, vertaling van de gedichten © 2005, Gijs van Lieshout.
                    Deze inleiding zal de komende jaren kritisch worden herzien en bewerkt voor 2 uitvoeringen in mei 2015.
 
 
 
  •      
  •             
     
     
     
     
     
     
                                                                                                 Churchill
                                                              bezoekt de ruines van Coventry Cathedral, 1940.
     
     
     
    Inleiding.
    De duizend jaar oude kathedraal van de Engelse stad Coventry, Coventry Cathedral, werd in de tweede wereldoorlog verwoest door de Duitse Luftwaffe tijdens de Battle of Britain in wat wel heet de Coventry Blitz (14 November 1940). Na de oorlog werd besloten de ruïnes van de kathedraal als oorlogsmonument te laten staan en daarnaast een moderne kerk te bouwen. Benjamin Britten werd uitgenodigd voor de inwijding van de nieuwe Coventry Cathedral een nieuw werk te schrijven. Het werd het War Requiem dat voor het eerst werd uitgevoerd op 30 mei 1962 meteen na de voltooiing van de nieuwe kathedraal.
    Het War Requiem is gecomponeerd op twee zeer contrasterende teksten. Britten zette de complete Latijnse requiemmis op muziek (op een paar kleine fragmenten na) en voegde daar Engelse oorlogsgedichten uit de eerste wereldoorlog van Wilfred Owen aan toe. Britten die een overtuigd pacifist was vond bij Owen zijn weerzin tegen de oorlog verwoord. Owens gedichten beschrijven de waanzin van de oorlog waarin iedere soldaat slachtoffer is. Nergens wordt in het War Requiem de soldaat, het gevecht, het leger of de overwinning van de heroïsche natie verheerlijkt. Compassie met de ander is een belangrijk thema. Zoals aan het slot door de stervende soldaat wordt gezongen: I am the enemy you killed, my friend.
     
    Door die tekstkeuze is het War Requiem het tegendeel van een nationalistisch gelegenheidswerk geworden. De niet-patriottische strekking en het streven naar universele verzoening hadden bij de première ook tot uiting moeten komen in de keuze van de 3 solisten: de Russische sopraan Galina Visjnevskaja, de Britse tenor Peter Pears en de Duitse bariton Dietrich Fischer-Dieskau. Omdat Galina Visjnevskaja de Sowjet-Unie niet uit mocht werd zij vervangen door de Engelse sopraan Heather Harper.
     
    De drie groepen.
    De beelden van de nieuwe kathedraal naast de ruines van de oude leveren een dramatische ruimtelijke contrast op: links tegenover rechts.
    De ruines van de oude kathedraal met een gedeelte van de nieuwe.                                                                                                         De nieuwe kathedraal met een beeld van Epstein. 
     
    De ervaren operacomponist Britten heeft een vergelijkbaar dramatisch contrast bereikt door het War Requiem te schrijven voor drie ruimtelijk van elkaar gescheiden opgestelde ensembles:
    I. Een groot koor en de sopraansoliste zingen, begeleid door een groot symfonieorkest, de volledige Latijnse mis:
    1. Requiem aeternam; 2. Dies irae; 3. Offertorium; 4. Sanctus; 5. Agnus Dei; 6. Libera me – In paradisum.
    II. De 9 gedichten van Wilfred Owen worden gezongen door twee mannelijke zangers (tenor en bariton), begeleid door een klein kamerorkest van 12 spelers met een eigen dirigent. Dit kleine ensemble is elders in de ruimte opgesteld.
    III. Een jongenskoor met een eigen dirigent, begeleid door een orgeltje/harmonium vormt een derde ensemble dat zijn eigen aparte plaats in de ruimte heeft.
    Britten bereikt met deze ruimtelijke scheiding een scherp contrast tussen drie belevingswerelden: het in zekere zin versteende kerkelijk ritueel in een dode taal, het slagveld als aards theater van de ultieme menselijke ellende en het jongenskoor met zijn hemelse stemmen als representant van ideële, betere wereld.
     
     
    De teksten.
    De Latijnse misteksten zijn vetgedrukt. De titels van de gedichten worden steeds cursief en tussen haakjes vermeld. Waar Britten de mistekst of de gedichten gecoupeerd heeft is dat aangegeven met /.../.  
    (Surf door de mistekst via de paarse, door de gedichten via de blauwe links).
     
    I.          Requiem aeternam                                                      Requiem
                Anthem for Doomed Youth                                             Owen-1
                (What passing-bells for these who die as cattle?)                            (passing-bells: doodsklokken)
                Kyrie eleison                                                                Kyrie
    II.        Dies irae 1-4                                                                 Dies irae 1-4
                But I Was Looking at the Permanent Stars                      Owen-2
                (Bugles sang)                                                                                     (bugle call: militair signaal dat militaite gebeurtenissen aankondigt)
      Dies irae 5-8
                The Next War                                                               tekst (3)
                (Out there, we've walked quite friendly up to Death)
      Dies irae 9-10, 12-13, 15-17
                Sonnet                                                                           tekst (4)
                (On Seeing A Piece of Our Heavy Artillery Brought into 
                Action)
      Dies irae 1-2, 18
                Futility (Move him into the sun)                                    tekst (5)
      Dies irae 18
    III.       Offertorium  
                Parable of the Old Man and the Young                           tekst (6)
                (So Abram rose, and clave the wood)
    IV.       Sanctus  
                The End (After the blast of lightning from the east)     tekst (7)
    V.        Agnus Dei  
                At a Calvary near the Ancre                                           tekst (8)
                (One ever hangs where shelled roads part)
    VI.       Libera me  
                Strange Meeting /.../                                                       tekst (9)
                (It seemed that out of the battle I escaped)
                In Paradisum

    Wilfred Owen (1893-1918)

     
     
    De cijfers tussen haakjes verwijzen naar de repetitiecijfers in de bladmuziek.
    1. Requiem aeternam
    Inleiding bij Introïtus-Kyrie en Anthem for Doomed Youth.
    Het eerste deel van het War Requiem heeft de traditionele liturgische vorm Introïtus-Kyrie. De Introïtus bestaat uit het psalmvers Te decet hymnus (boys), voorafgegaan en afgesloten door de antifoon Requiem aeternam dona eis, Domine (koor). Britten heeft echter tussen Introïtus en Kyrie het sonnet Anthem for Doomed Youth van Owen geplaatst waardoor deze vorm ontstond:
    - Requiem aeternam dona eis Domine (antifoon) - Te decet hymnus (psalmvers) - Requiem aeternam (antifoon).
    - Anthem for Doomed Youth                                                                                                                          
    - Kyrie
     
    Introïtus
    koor:
    Requiem aeternam dona eis, Domine,
    et lux perpetua luceat eis.    
    (4 Esdras 2, 34-35)               
    Introïtus
    koor:
    Geef hun, Heer, de eeuwige rust  
    en doe een voortdurend licht over hen schijnen.
     
    boys:(3)
    Te decet hymnus*, Deus in Sion,
    et tibi reddetur votum in Jerusalem;
    exaudi orationem meam, ad te omnis caro veniet.
    (Psalm 65)  
    boys:                                                                                               
    U komt de lofzang toe, Heer in Sion,
    en voor U wordt de gelofte in Jerusalem vervuld:
    verhoor mijn gebed tot U komt al wat leeft.
     
    koor: (7)
    Requiem aeternam dona eis Domine.
     
    (volgende mistekst: Kyrie)
    koor:
    Geef hun, Heer, de eeuwige rust
     
     
       
    Toelichting bij de tekst van de Introïtus.
    De mis begint als de celebrant van de sacristie naar het altaar loopt. Tijdens deze zogenaamde Introïtus (L: opkomst) zong men oorspronkelijk een psalm, later slechts een psalmvers dat werd voorafgegaan en afgesloten door een zogenaamde antifoon (´omlijstingsgezang´). In de requiemmis een psalmtekst ontleend aan psalm 65: 2 (64: 2):
    tibi (silens laus) Deus in Sion et tibi reddetur votum.- U gewijd zij (stilte) en lofzang, o God die woont op de Sion.
    De antifoontekst is waarschijnlijk afkomstig uit het apocriefe boek Esdras.
    De muziek - Requiem aeternam.
    Het War Requiem begint symfonisch: de muzikale beweging komt vanuit het orkest, dat onheilszwangere melodieën speelt. Hoewel de melodieën zich vrij door vele toonsoorten bewegen begint het War Requiem in d-klein.
    Koor en orkest zijn gescheiden werelden: het orkest (War) zwijgt als het koor zingt (Requiem). Ook in de ritmiek zijn koor en orkest gescheiden werelden. Het koor zingt slechts conventionele zestienden, trioolachtsten en achtsten, terwijl de ritmiek van het orkest zonder uitzondering wordt gekenmerkt door rusteloze kwintolen.
    Twee buisklokken zijn de meest opvallende klank in het orkest . Het onbestemde interval fis-c dat zij laten horen zal door het koor wordt overgenomen en is het belangrijkste interval van het hele War Requiem. Als bouwsteen zal het veel delen van het War Requiem bepalen. Brittenn sluit in het gebruik van dit dissonante interval dat de middeleeuwers al diabolus in musica (de duivel in de muziek) noemden aan bij de romantische traditie. Ik noem één voorbeeld: de Danse Macabre van Saint-Saëns. De symboolwaarde van deze dissonant is onheil en conflict, in dit geval zo men wil de onverenigbaarheid van twee werelden. 
     
    De muziek - Requiem aeternam.
    Alle melodieën van het kinderkoor zijn bepaald door de tritonus c-fis. Zij maken om beurten de gang van beginnoot c naar slotnoot fis en andersom van fis naar c. Hoewel de melodieën zijn opgebouwd uit kleine archaïsche kernen die aan het gregoriaans doen denken zijn ze atonaal: een tonaal steunpunt ontbreekt. Voor de begeleidende akkoorden geldt eenzelfde karakteristiek. Het grote en kleine drieklanken die zeer zijn conventioneel klinken maar zij vormen in feite een atonale 12-toonsreeks F-D-Es-cis-E-Fis-b-a-gis-Bes-g-C. Bij Bach zou men deze 12-tonigheid zien als een symbool voor de totaliteit (de almacht van God) maar hier kan men beter spreken van pan-chromatiek. Britten gebruikt alle 12 tonen, misschien ook met een welluidende knipoog naar het 12-toonssysteem van Schönberg.
     
     
     
    Inleiding bij Anthem for Doomed Youth.
    Na de hymne voor 'God in Sion' (Te decet hymnus) uit de gezongen mis is de voorzetting met een gedicht dat Anthem (Anglicaanse religieuze compositie voor koor) heet zeer verrassend.
    De buisklokken die tijdens het gehele koorgedeelte Requiem aeternam klonken blijken nu vooruit te wijzen naar de eerste regel van Owens sonnet: What passing-bells (doodsklokken) for these who die as cattle? Daardoor lijkt het alsof de tenorsolist commentaar levert op het klokgelui tijdens de Introïtus.
    tenor: (9)                                                                
    (Anthem* for Doomed Youth, 1917)                (1)
    1 What passing-bells* for these who die as cattle? 
    2  Only the monstrous anger of the guns. 
    3 Only the stuttering rifles' rapid rattle 
    4 Can patter out their hasty orisons*.
    5 No mockeries* now from prayers or bells; 
    6 Nor any voice of mourning save the choirs, – 
    7 The shrill, demented choirs of wailing shells; 
    8 And bugles* calling for them from sad shires*.
     
    9 What candles may be held to speed* them all?          
    10 Not in the hands of boys but in their eyes* 
    11 Shall shine the holy glimmers of goodbyes. 
    12 The pallor* of girls' brows shall be their pall*; 
    13 Their flowers the tenderness of patient minds, 
    14 And each slow dusk a drawing-down of blinds*. 
     
      (volgende gedichten:  2  3  4  5  6  7  8  9)
     
    tenor:
    (Anthem for Doomed Youth, 1917)
    Welk klokgelui voor die beestachtig doodgaan?
    Slechts van kanonnen monster-gruw’lijkheden.
    Slechts gewerenstotters kunnen voorgaan
    In haastig uitgepruttelde gebeden.
    Voor hen geen klokkenluiders of prelaten,
    Noch elke rouwmuziek behalve koren, –
    ’t Bizarre koor van gillende granaten;
    Van trieste akkers roepen hoorns naar voren.
     
    Welk kaarslicht is er dat hun afgang aankleedt?
    Niet in jongenshanden, in hun ogen
    Glinstering van afscheid afgebogen.
    De bleke meisjesblikken zijn hun lijkkleed;
    Hun bloemen van verstilde teerbeminden,
    En elke schemering gesloten blinden.
             
     
                                                                                                    
    Verwoeste kerk. W.O.II
    Geimproviseerde kerk aan het front. W.O.I
     
     
     
    Toelichting bij Anthem for Doomed Youth.
    In het octaaf van het sonnet wordt verwezen naar de klanken van een kerkelijke uitvaartritueel, maar ze worden allemaal van een vraagteken voorzien of afgewezen: passing-bells?, no orisons, no prayers, no voice of mourning, no choirs. Er zijn slechts hasty orisons (haastige begrafenisgebeden) in een context van machinegeweren: the monstrous anger of the guns en the stuttering rifles' rapid rattle. Owen zegt het nog eens expliciet: no prayers nor bells. De enige koren op de begrafenis van de gedoemde jeugd zijn schrille, krankzinnige koren van huilende granaatscherven: The shrill, demented choirs of wailing shells. Op het slagveld is geen Engels kerkkoor dat voor de dode soldaat een prachtige Anthem zingt. Nu hebben wij ook een mogelijke verklaring voor de titel van het gedicht: de dichter zingt voor de soldaten de Anthem die zij op hun begrafenis moeten ontberen. Inmiddels leidt Owens anticlericale sonnet, dat de noodzaak van kerkelijke requiemmis afwijst, tot de paradoxale situatie dat in het nog maar net begonnen War Requiem de noodzaak van de onderneming wordt ontkend. Daarmee zet Britten de toon van de hele compositie: wij kunnen spreken van tragische ironie.
    *4 orisons: luid uitgesproken gebeden.
    *5 mockeries: grappen met een beledigend karakter
    *8 shires: Engelse provincies (counties). Soldaten uit een bepaalde streek zaten vaak samen in een regiment dat de naam van hun provincie droeg.
    *9
    speed: destijds gebruikelijk woord voor een afscheidsgroet aan reiziger, zoals Godspeed
    voor een reis.
    *10 Not in the hands of boys but in their eyes: het enige wat heilig is voor Owen is de mens, het kerkelijk ritueel doet hem niets.  meer daarover
    *12 pall: het kleed over een kist of grafsteen.
    *14 drawing down of blinds
    : het was (en is in sommige plaatsten nog steeds) de gewoonte om de gordijnen van een huis dicht te doen als iemand die daar leefde is gestorven -  als teken van respect en als manier om de buurt mee te delen wat er is gebeurd.
    De muziek.
    De vorm het sonnet (octaaf-sextet) wordt exact door Britten gevolgd in de muziek. In het octaaf lijkt de dichter geobsedeerd door de geluiden van de oorlog. In het orkest zijn naast de Mahleriaanse marsritmes de schrille klanken van fluit en klarinet in parallelle melodieën (The shrill, demented choirs of wailing shells).
    In het sextet spreekt de dichter niet meer over klanken maar roept hij opeens beelden op. De muziek maakt hier ook de kentering die het sonnet kenmerkt. Het heilige dat Owen ziet in het gelaat van 'de jongens' (Not in the hands of boys but in their eyes Shall shine the holy glimmers of goodbyes) onderstreept Britten door de melodie van de 'boys' (Te decet hymnus) te herhalen. Maar de klank is veranderd in het scherpe metalige geluid van de violen die sul ponticello (bij de kam) spelen. De holy glimmers van de soldaten worden omgeven door macabere klanken.
       
    koor a capella met buisklokken: (16)
    Kyrie eleison.
    Christe eleison.
    Kyrie eleison.
     
    Verder:  Dies irae 1-4   Terug: Requiem aeternam
     
    Heer ontferm U.
    Christus ontferm U.
    Heer ontferm U.
     
     
     
    Toelichting bij Kyrie.
    Het Kyrie eleison is een zeer oude tekst uit de beginjaren van het Christendom, toen de voertaal van de kerk nog Grieks was. De traditionele vorm is driedelig: Kyrie eleison – Christe eleison  - Kyrie eleisonHet is een smeekbede om ontferming.
    De muziek.
    Het raadselachtig mooie Kyrie voor koor a capella is van een aforistische kortheid: 10 maten, zonder tekstherhaling.
    De drie zinnen Kyrie eleison – Christe eleison  - Kyrie eleison beginnen en eindigen alle met de tritonus fis-bis behalve bij de totaal onverwachte slotwending naar F-groot die als een ontroerende verlossing werkt.
      vorige mistekst Requiem    volgende misteksten: Dies irae
     
    2. Dies irae
    Het Laatste Oordeel. Memling
    Inleiding tot Dies irae.
    De dramatische tekst over het Laatste Oordeel stamt uit
    de vroege 13e eeuw en wordt wel toegeschreven aan Thomas van Celano. Het lange gedicht bestaat uit 17 drieregelige coupletten en sluit af met een afwijkend 18e couplet, het Lacrymosa.
    Door zijn eindeloze ostinato van steeds weer dezelfde monotone versvoet ( - È , de zogenaamde trochaeus) en
    de rijmvorm aaa-bbb-ccc etc. heeft het gedicht een obsederend karakter.
    Het is bij componisten sinds de barok gebruikelijk om dergelijke lange teksten over verschillende muzikale nummers te verdelen. Daar was de kerk niet blij mee omdat de liturgie vroeg om een integrale voordracht in
    één aaneengesloten compositie. Britten heeft overigens niet  alle coupletten gebruikt en er 4 oorlogsgedichten tussen geplaatst.
     
    Op deze webpagina zijn de 18 coupletten genummerd.
     
    Quantus tremor est futurus,
    Quando judex est venturus,
    Cuncta stricte discussurus!
     
       
    koor:
    1. Dies irae, dies illa, (17)
    Solvet saeclum in favilla:
    Teste David* cum Sybilla*.

    2. Quantus tremor est futurus, (19)
    Quando judex* est venturus,
    Cuncta stricte discussurus!

    3. Tuba* mirum spargens sonum (21)
    Per sepulchra regionum
    Coget omnes ante thronum.
     
    4. Mors stupebit et natura, (23)
    Cum resurget creatura,
    Judicanti responsura.
     
    (volgende Dies irae coupletten:  5-8 9-15 16-17 18)
    (terug: Requiem-1  Kyrie )
     
    Dag van toorn, beruchte dag,
    die de wereld tot as zal verteren,
    naar de getuigenis van David en de Sybille.

    Welk een schrik zal dan ontstaan,
    wanneer de Rechter zal komen
    om alles streng te oordelen!

    De bazuin die een wonderbaarlijk signaal geeft
    over de graven van de wereld
    zal allen dagen voor de troon.
     
    Dood en natuur zullen verbijsterd staan,
    wanneer elk schepsel zal herrijzen om
    rekenschap af te leggen aan de rechter.
     
     
     
     

     

    Tuba mirum spargens sonum. De engelen blazen op hun bazuin en de doden rijzen op uit hun graf.
    Perikopenbuch van Hendrik II, 1002-14.
    Toelichting bij Dies irae 1-4.
    * 1. Teste David cum Sybilla: deze curieuze tekst noemt in een adem koning David en de Sybille. Met koning David wordt naar het boek Psalmen verwezen. Een groot aantal psalmen werd al door de joden aan koning David toegeschreven. Het 'getuigenis van David' (Teste David) over het laatste oordeel vinden we in Psalm 50: 3-4,6 waarvan het beeld zo overeenkomt met het Laatste Oordeel: Hij nadert, God, ..., verterend vuur gaat voor Hem uit. Hij roept ... zijn volk gaat Hij richten. ... De hemel meldt het: 'Hij zal recht doen. God zelf is als richter verschenen.'
    De Sibyllen waren heidense waarzegsters uit de oudheid die een belangrijke rol hebben gespeeld in de de Christelijke traditie. Hun uitspraken die onder andere de komst van Christus voorspelden en het laatste oordeel beschreven zijn alleen bewaard gebleven in een serie laatmiddeleeuwse handschriften uit de 13e tot 15e eeuw, de
    Sibyllijnse Orakels. Als de schrijver van het Dies irae naast David ook de Sibylle aanhaalt om haar getuigenis van het laatste oordeel verwijst hij naar de Sibyllijnse Orakels.
    *2.
    judex: daarmee is Christus bedoeld. Ook de joden geloofden dat de Messias zou verschijnen voor het laatste oordeel.
    *3.
    Tuba
    : Waar Mozart in zijn Requiem voor de bazuin nog 1 trombone gebruikt voor de bazuin gebruikt Verdi 4 extra trompetten naast de complete kopergroep van 4 hoorns, 4 trompetten, 3 trombones en tuba en een fameuze grote trom partij. Ook in het War Requiem is het koper dominant aanwezig: 6 hoorns, 4 trompetten, 3 trombones en tuba met onheilspellend slagwerk.
     
       
    Muziek.
    Verdi overrompelt der luisteraar in zijn Dies irae vanaf de eerste maat met een apocalyptisch kabaal en gaat pas als de tekst spreekt over de angst voor wat komen gaat (Quantus tremor est futurus) over op pianissimo. Britten koos voor 'suspense' en een langzame opbouw: hij begint zacht en bereikt pas fortissimo bij  het Tuba mirum. In de inleidende maten voor de solistische koperblazers worden vier thema's (a-d) gebruikt die later het belangrijkste materiaal zullen vormen in het aansluitende lied But I Was Looking at the Permanent Stars. Ze zullen daar worden besproken.
    Net als Verdi gebruikt Britten een uitgebreide kopergroep: 6 hoorns, 4 trompetten, 3 trombones en tuba met zware 'aard-bevingen' in het slagwerk. (Muzikale inflatie: Mozart gebruikt in zijn Requiem voor de bazuin maar 1 solo trombone). Het Dies irae wordt metrisch getypeerd door een gescandeerde 7/4 maat (2+2+3), die als Leitmotiv later in het War Requiem terugkomt:
       
    Inleiding tot But I Was Looking at the Permanent Stars.
    Het was natuurlijk voor de componist Britten een welkom toeval dat Owen een gedicht over oorlogsdoden schreef dat net als het derde Dies irae-couplet Tuba mirum expliciet verwijst naar een koperen blaasinstrument (Bugles sang). Daardoor worden we in het War Requiem na het imposante beeld dat de Middeleeuwse tekst en de muziek ons geven van het Laatste Oordeel in een gelijksoortige instrumentale symboliek meegevoerd naar de 'dodenmis' van het moderne slagveld.
     
    bariton: (24)                                                
    (
    But I Was Looking at the Permanent Stars)   (2)
    Bugles sang, saddening the evening air,
    And bugles answered, sorrowful to hear.
    Bugles sang, Bugles sang.
    Voices of boys were by the river-side.
    Sleep mothered them; and left the twilight sad.
    The shadow of the morrow weighed on men.
    Bugles sang.
    Voices of old despondency resigned,
    Bowed by the shadow of the morrow, slept.                       
         vorige: 1 volgende:  3  4  5  6  7  8  9
    bariton:
    (But I Was Looking at the Permanent Stars)
    Bugels zongen, verduisterden de avondlucht;
    En antwoord kwam, treurig om te horen.
    Bugels zongen, Bugels zongen.
    Jongensstemmen waren aan de waterkant.
    Slaap hun moeder; en liet de schemer triest.
    De morgenschaduw drukte op de mannen.
    Bugels zongen.
    Stemmen van oude verslagenheid verstomden,
    Gebukt onder de schaduw van de morgen,
    sliepen.
     
    Toelichting bij But I Was Looking at the Permanent Stars.
    De tekstuele overeenkomst tussen de Tuba mirum (de bazuin die de doden oproept voor het Laatste Oordeel) en het Bugles sang (de bugel als instrument van de ‘last post’) is door Britten met eenvoudige muzikale middelen onderstreept. De motieven
    (a, b, c, d) van de solistische koperblazers uit de orkestrale inleiding tot het Dies irae worden aan het begin van het lied door instrumenten en door de bariton herhaald. De orkestrale inleiding van het Dies irae  is tot daardoor een instrumentale ‘foreshadow’ van het latere liedfragment, een 'song without words'. Anders gezegd: het lied But I Was Looking at the Permanent Stars is een variatie op de thema's van het Dies irae.

    Thema-a Bugles sang en thema-b Sadd'ning the evening air. Boven in het lied; onder als Lied ohne Worte in het Dies irae.

    Thema-c And bugles answered, sorrowful to hear. Boven al liedfragment; onder al instrumentaal thema in Dies irae.

    Thema-d Voices of old despondency resigned. In het Dies irae is het gebruikt als korte overgangszin naar de koorinzet.

    Inleiding tot de Dies irae 5-8.
    De sopraansoliste verkondigt op dramatische wijze de 'objectieve' apocalyptische feiten: bij het Laatste Oordeel zal het boek waar alles in staat zal worden geopend worden. Het koor in een angstige subjectieve rol van de zondige mens die smeekt:
    redt mij bron van goedheid. De muzikale opbouw is eenvoudig: a1 (sopraan)-b1(koor)-a2+b2(sopraan&koor).
    sopraan solo: Liber scriptus (28)
    5. Liber* scriptus proferetur,                              
    In quo totum continetur,                                  
    Unde mundus judicetur.  
    6.Judex ergo cum sedebit
    Quidquid latet apparebit:
    Nil inultum remanebit.
    koor: Quid sum miser (29)
    7. Quid sum miser tunc dicturus?                    
    Quem patronum rogaturus?                            
    Cum vix justus sit securus.                              
    sopraan solo: Rex tremendae majestatis (31)
    en koor: Salva me
    8. Rex tremendae majestatis,                  
    Qui salvandos salvas gratis,                 
    Salva me, fons pietatis.   
          
    (volgende coupletten 9-15  16-17)
    sopraan solo: Liber scriptus
    Het geschreven boek zal tevoorschijn komen,
    waarin alles vervat is,
    waarnaar de wereld geoordeeld zal worden.
    Wanneer de rechter dan gezeten is
    zal alles wat verborgen is aan het licht komen:
    niets zal ongewroken blijven.
    koor: Quid sum miser
    Wat zal ik, ellendige, dan zeggen?
    Wie als voorspraak vragen?
    Als zelfs een rechtvaardige nauwelijks veilig is.
    sopraan solo: Rex tremendae majestatis (31)
    en koor: Salva me
    Koning vol angstaanjagende majesteit,
    die zaligen redt uit genade:
    redt ook mij, bron van barmhartigheid.
     
     
     

    Provost, Jan (ca. 1465-1529)
    Laatste oordeel, 1525. Groeninge Museum, Brugge.

    Toelichting bij de tekst.
    *Liber scriptus is een herdichting van een tekst uit de Openbaring van Johannes (Apokalyps):
    Toen zag ik een grote, witte troon, en Hem die daarop gezeten is. De aarde en de hemel vluchtten weg van zijn aanschijn en hun plaats werd niet meer gevonden. En ik kon de doden, groot en klein, voor de troon zien staan. En de boeken werden geopend. Nog een ander boek werd geopend, het boek des levens. En de doden werden geoordeeld naar hun daden, zoals die in de boeken beschreven stonden. (Apokalyps 20, 11-12)
    Muziek.
    De sopraan wordt begeleid door een nasale orgelachtige orkest-klank: eerst (Liber scriptus) door 6 hoorns unisono
    con sordino met houtblazers-akkoorden en dan (Rex tremendae) door 4 trompetten unisono con sordino met houtblazers-akkoorden.
    De sopraan zingt grote intervallen, terwijl het koor ongetwijfeld als tekstuitbeelding van
    Quid sum miser panchromatische melodieën zingt met alleen halve en hele toonafstanden. Het ellendige karakter van miser wordt onderstreept door het sul ponticello-spel van de strijkers.
       

    Inleiding tot The Next War.
    Na de angst voor het Laatste Oordeel een roekeloze ontmoeting van de soldaten met de Dood die geen Rex tremendae majestatis is maar in eerste instantie een vriendelijke collega.
     
     
    tenor en bariton: (33)                                      
    (The Next War)                                                (3)
    1 Out there, we've walked quite friendly up to Death;
    2 Sat down and eaten* with him, cool and bland,--
    3 Pardoned his spilling mess-tins* in our hand.
    4 We've sniffed the green thick odor* of his breath,--
    5 Our eyes wept*, but our courage didn't writhe.
    6 He's spat at us with bullets and he's coughed shrapnel.
    7 We chorused* when he sang aloft; chorussed
    8 We whistled while he shaved us with his scythe.

    9   Oh, Death was never an enemy of ours!
    10 We laughed at him, we leagued with him, old chum.
    11 No soldier's paid to kick against his powers.
    12 We laughed, knowing that better men would come,
    13 And greater wars; when each proud fighter brags
    14 He wars on Death--for Life; not men--for flags.    
        vorige: 1 2 volgende:  4  5  6  7  8  9
    tenor en bariton:
    (The Next War)   
    Daar liepen wij heel vriendelijk op naar de Dood;
    Zaten met hem, aten met hem, koel, ontspanden –
    Vergaven zijn geknoei van soep in onze handen.
    We roken zijn verdikte groene ademstoot, –
    Onze ogen huilden, maar moed gaf niet prijs.
    Hij braakte kogels naar ons en hij spoog
    Met schroot. Wij zongen samen toen hij zong omhoog;
    We floten toen hij ons scalpeerde met zijn zeis.

    O, de Dood was niet wat wij het meest verachtten!
    We lachten hem en daagden hem ook uit, als maten.
    Geen man betaald te trappen tegen al zijn krachten.
    Bewust van opvolging door betere soldaten,
    Groter slagen, vechters met meer trots die lachen
    Hem ten oorlog – Leven; niet voor hen – voor vlaggen.
     
         
    Toelichting bij The Next War.
    * eaten with him: eaten te verstaan als doden - de soldaten doden mensen net als de dood mensen 'eet'.
    3* his spilling mess-tins in our hand: ook de soldaten hebben het etensgerei van de dood in hun handen (geweren etc.)
    4* the green thick odor: een verwijzing naar gifgas, evenals
    5.* Our eyes wept
    Muziek.
    Een geagiteerde mars, een voortrazende galop, een dodendans met de inferno-triolen die we kennen uit de laat-romantische orkestmuziek (Liszt, Mahler). Marsritmes in de snare drum geven de scène een militair karakter. De schrille klanken van piccolo en hoge klarinet als tekstuitbeelding van We whistled while he shaved us with his scythe.
    7* We chorused: een muzikaal grapje. De zangers zingen eenstemmig (in koor) op het woord chorused.
     
    Inleiding tot Dies irae 9-17.
    Vrouwenkoor (lyrisch): een smekend gebed tot Jezus om op de Dag des Oordeels gespaard te blijven. Laat mij niet als bok naar de hel worden gestuurd maar als schaap tot het paradijs mogen ingaan.
    Mannekoor (dramatisch): in het vooruitzicht van de helse vlammen - ik bid U, draag zorg voor mijn einde.
     
    koor: Recordare (39)
    alten-2:
    9. Recordare Jesu pie,
    Quod sum causa tuae viae:
    Ne me perdas illa die.
    +alten-1:
    10. Quaerens me, sedisti lassus:
    Redemisti crucem passus:
    Tantus labor non sit cassus.
    11*. /..../
    +sopranen-2:
    12. Ingemisco, tanquam reus:
    Culpa rubet vultus meus
    Supplicanti parce Deus.
    +sopranen-1:
    13. Qui Mariam* absolvisti,  
    Et latronem exaudisti,
    Mihi quoque spem dedisti.
    14* /..../
    sopranen-1&2 en alten-1&2:
    15. Inter oves locum praesta,   
    Et ab haedis me sequestra,
    Statuens in parte dextra.
     
    volgende Dies irae coupletten: 16-17  18
    koor: Recordare
    alten-2:
    Gedenk toch, barmhartige Jesus,
    dat ik de reden van Uw leven ben:
    laat mij niet omkomen op die dag.
    +alten-1:
    Zoekend naar mij zit gij vermoeid terneer
    Gij hebt mij verlost door het kruis te lijden:
    laat zulk een moeite niet vergeefs zijn.
    11*. /..../
    +sopranen-2:
    Ik zucht als een beklaagde;
    schaamrood kleurt mijn gelaat:
    spaar toch een smekeling, o God.
    +sopranen-1:
    Gij die Maria hebt vrijgesproken
    en de rover hebt verhoord,
    Gij hebt ook mij hoop gegeven.
    14* /..../
    sopranen en alten:
    Geef mij een plaats tussen de schapen
    en wil mij van de bokken verwijderd houden;
    doe mij staan aan Uw rechterhand
     
     
      afbeelding Eva  
    Toelichting bij Dies irae 9-15.
    13* Qui Mariam absolvisti: hoewel vereerd en aanbeden als moeder Gods was ook Maria was zondares, zij werd in de
           late Middeleeuwen vaak in een adem genoemd met de Eva van de zondeval.
    15* Deze strofe is een parafrase van een passage uit Matteus over het laatste oordeel: Alle volkeren zullen voor Hem
           bijeengebracht worden en Hij zal ze in twee groepen scheiden, zoals de herder een scheiding maakt tussen
           schapen en bokken. (Matt.25: 32)
    11* / 14* Britten heeft de volgende Dies irae coupletten weggelaten:
    11. Juste judex ultionis, Donum fac remissionis, Ante diem rationis. Rechtvaardige rechter der wrake, geef mij het geschenk der vrijspraak vóór de dag van vergelding. en 14. Preces meae non sunt dignae: Sed tu bonus fac benigne, Ne perenni cremer igne. Mijn smeekbeden zijn het niet waard, maar, goede Heer, wil er welwillend zorg voor dragen dat ik niet zal verteren in het eeuwige vuur. Het zijn die teksten uit het gedicht waarin op de meest uitgesproken wijze wordt gesproken over een wrakende God en de straffen van de hel.
    Muziek.
    Een door de combinatie van tonaliteiten ingenieuze canon waarbij elke koorstem een eigen couplet zingt. De hoge strijkers zwijgen. De orgelende orkestklank wordt bepaald door de blazers, met de lage strijkers als begeleiders met een swingende rumba-ritmiek.
     
     
    koor: Confutatis
    bassen: (45)  
    16. Confutatis maledictis,  
    Flammis acribus addictis:
    Voca me cum benedictis
     
    tenoren: (46)
    17. Oro supplex et acclinis
    Cor contritum quasi cinis:
    Gere curam mei finis.  
    bassen en tenoren: (47)  
    Confutatis maledictis &
    Oro supplex et acclinis
     
    Laatste Dies irae-couplet 18 terug: 1-4  5-8  9-15   
    koor: Confutatis
    bassen: 
    Als de verdoemden veroordeeld zijn,
    ten prooi aan felle vlammen,
    roep mij dan bij de gezegenden.
     
    tenoren:
    Ik bidt U als een smekeling,
    terneergebogen, het hart verteerd als as:
    draag zorg voor mijn einde.
    bassen en tenoren:
    Als de verdoemden veroordeeld zijn &
    Ik bidt U als een smekeling
     
     
    Tekst.
    De schrijver van het Dies irae-gedicht heeft zijn beeld van de helse vlammen ontleend aan de Openbaring van Johannes, waarin over het laatste oordeel wordt vermeld:
    Toen werden dood en onderwereld in de vuurpoel geworpen. Dit is de tweede dood, de poel van vuur. En ieder wiens naam niet stond in het boek des levens, werd geworpen in de poel van vuur. (Openb.20: 14-15).
    De emotionele afstand tussen de mis en de oorlog is vervaagd. Het visioen van de hel en de oorlogsgruwelen roepen hetzelfde beeld op in een korte, heftige operascène.
    Muziek.
    De muziek wordt gekenmerkt door een 5/4-maat en twee tegengestelde affecten: de paniek voor de helse vlammen in de bassen en de smeekbeden van de tenoren. De muzikale vorm (a-b-a+b) is eenvoudig: eerst bassen en tenoren na elkaar en dan bassen en tenoren gelijktijdig.
     
    Inleiding tot On Seeing A Piece of Our Heavy Artillery Brought into Action.
    Na de angst voor het verterend vuur van de hel de flammis acribus van de zware artillerie, de hel op aarde en een vloek in het aangezicht van de hemel.
     
     
    bariton en kamerorkest (49)                          
    orkest: 2 trompetten
    (On Seeing A Piece of Our Heavy Artillery Brought into Action) (4)
    1  Be slowly lifted up, thou long black arm,
    2  Great Gun towering towards Heaven, about to curse;
    5  Reach at that Arrogance which needs thy harm,
    6  And beat it down before its sins grow worse.
    13 But when thy spell be cast complete and whole,
    14 May God curse thee, and cut thee from our soul!   
       vorige:  1 2 3  volgende:  5  6  7  8  9
    bariton en kamerorkest (49)                          
    orkest: 2 trompetten
    (On Seeing A Piece of Our Heavy Artillery Brought into Action
    Word langzaam opgeheven, arm zo lang en zwart,
    Geschut dat op de Hemel richt, staat op het punt
    Die arrogantie te vervloeken die ze tart,
    En het op zonden groter wordend heeft gemunt;
    Maar als uw spreuk zich heel en overal verspreidt,
    Dat God u dan vervloekte, uit de ziel wegsnijdt!
     
       
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Wilfred Owen:
    Great Gun towering towards Heaven, about to curse;
    De 'Lange Max', Duits kanon uit W.O.II.
         
    Toelichting bij On Seeing A Piece of Our Heavy Artillery Brought into Action.
    Britten gebruikt maar 6 van de 14 regels uit het sonnet.
    Muziek.
    Kwintolen in de pauken en later de dreunendende gong beelden het inferno uit van een zware artillerieaanval. Uit het orkest klinken steeds uit de verte de trompetten van de Apocalyps met Dies irae-motieven. In het kamerorkest zijn de opstijgende toonladders een eenvoudige tekstuitbeelding van Be slowly lifted up, thou long black arm. Ook tekstuitbeelding: de melodie daalt één keer na de tekst And beat it down before its sins grow worse.  
     
     
    Net als Verdi herhaalt Britten de eerste coupletten uit het Dies irae, vanzelfsprekend om muzikale (vormtechnische) redenen maar natuurlijk ook om de vergelijking van het slagveld met het apocalyptische visioen van het Laatste Oordeel te maken.
     
     
    koor: Dies irae
    1. Dies irae, dies illa, (52)
    Solvet saeclum in favilla:
    Teste David cum Sybilla.

    2. Quantus tremor est futurus, (53)
    Quando judex est venturus,
    Cuncta stricte discussurus!
     
     
    Dag van toorn, beruchte dag,
    die de wereld tot as zal verteren,
    naar de getuigenis van David en de Sybille.

    Welk een schrik zal dan ontstaan,
    wanneer de Rechter zal komen
    om alles streng te oordelen!
     
       

     

     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
    Wilfred Owen: Always it woke him, even in France, Until this morning and this snow.
     
    Inleiding tot Lacrymosa en Futility.
    Een groot contrast tussen geloof en slagveld: de schuldige mens zal uit het stof herrijzen, maar de dode soldaat kan zelfs door de vriendelijke zon niet meer tot leven worden gewekt.
         
     
    sopraan en koor: Lacrimosa (54)
    Lacrimosa dies illa,
    Qua resurget ex favilla
    Judicandus homo reus:
    Huic ergo parce Deus.
     
    sopraan en koor:
    Tranenrijk is die dag, waarop de
    schuldige mens uit het stof zal herrijzen
    om geoordeeld te worden.
    Spaar hem dan, God.
     
     
    tenor en kamerorkest: (56)                             
    (Futility)                                                            (5)
    1 Move him into the sun*—
    2 Gently its touch awoke him once,
    3 At home, whispering of fields unsown.
    4 Always it woke him, even in France,
    5 Until this morning and this snow*.
    6 If anything might rouse him now
    7 The kind old sun will know.                
        vorige:  1 2 3 4 volgende:  6  7  8  9
    tenor en kamerorkest:
    (Futility)     
    Leg hem in de zon –
    Eens wekte zijn zachte streling hem.
    Thuis, fluisterend van onbezaaide velden.
    Steeds wekte het hem, zelfs in Frankrijk,
    Tot deze morgen, deze sneeuw.
    Als iets hem nu zou roeren,
    Zal de vriendelijke zon het weten.

     
     
    sopraan en koor: (57)
    Lacrimosa dies illa,
    tenor:
    8 Think how it wakes the seeds—
    9 Woke once the clays* of a cold star.
    10 Are limbs, so dear-achieved, are sides
    11 Full-nerved, still warm, too hard to stir?
    12 Was it for this the clay grew tall?
    sopraan en koor: (58)
    Qua resurget ex favilla
    tenor:
    12 Was it for this the clay grew tall?
    sopraan en koor: (59)
    Judicandus homo reus.
    tenor:
    13 - O what made fatuous sunbeams toil
    14 To break earth's sleep at all?
    sopraan en koor:
    Tranenrijk is die dag,
    tenor:
    Denk aan hoe het de zaden wekt –
    Wekte, eens, de klei van koude sterren
    Zijn ledematen, liefgehad, zijn zijden
    Vol nerven – warm nog – moeilijk te verroeren?
    Was dit waarvoor de klei was grootgebracht?
    sopraan en koor:
    waarop de schuldige mens uit het stof zal herrijzen
    tenor:
    Was dit waarvoor de klei was grootgebracht?
    sopraan en koor:
    om geoordeeld te worden.
    tenor:
    – O wat deed malle zonnestralen tollen
    En aarde’s slaap verkracht?
     

     

     
    Toelichting bij Futility.
    Tegenover het beeld van het laatste Dies irae-couplet waarin de schuldige mens voor het Laatste Oordeel uit het stof zal verrijzen staat de wanhopige onmacht uit Owens sonnet Futility (nutteloosheid) om de dode (Full-nerved, still warm) weer tot leven te brengen. Koestert de dichter de illusie dat de dode slechts slaapt en door de zonnestralen weer gewekt zal worden? Of concludeert hij op het slagveld dat God afwezig is en alleen de zon als levensbrengende kracht bestaat?
    *1 Move him into the sun
    Als Owen hier naar een bijbels beeld verwijst dan zou het kunnen gaan om het heidense gebruik van zonaanbidders zoals in Jeremia 8:1-3:
    1. At that time, saith the LORD, they shall bring out the bones of the kings of Judah, and the bones of his princes, and the bones of the priests, and the bones of the prophets, and the bones of the inhabitants of Jerusalem, out of their graves: 2 And they shall spread them before the sun, and the moon, and all the host of heaven, whom they have loved, and whom they have served, and after whom they have walked, and whom they have sought, and whom they have worshipped: they shall not be gathered, nor be buried; they shall be for dung upon the face of the earth.
    *5 Until this morning and this snow.
    * 9 Woke once the clays* of a cold star.
    De zon die de dode klei tot leven brengt in plaats van de God uit Genesis die de mens uit stof heeft geschapen: 
    And the LORD God formed man of the dust of the ground, and breathed into his nostrils the breath of life; and man became a living soul. (Genesis 2:7, King James Version).
    Muziek.
    Owens sonnet wordt drie keer als bij een refrein onderbroken door het Lacrimosa. Door het Lacrimosa zo te verweven met de scène op het slagveld is de koorzang los van zijn oorspronkelijke liturgische betekenis geraakt. Het is hier meer een algemeen menselijke klaagzang. Britten laat overigens uit het refrein een zin weg: Huic ergo parce Deus. Spaar hem dan, God.
    De gestorven soldaat werd bij zijn Laatste Oordeel niet gespaard. Het Dies irae-deel wordt afgesloten door het koor a capella. Aangekondigd door de passing-bells met de tritonus lost het conflicterende interval fis-c-op in de reine kwint f-c.
     
    koor a capella met klokken (60)
    Pie Jesu Domine,
    Dona eis requiem.
    Amen. Amen.
     
    koor a capella met klokken
    Barmhartige Heer Jezus,
    geef hun rust.
    Amen. Amen.
     
     
    3. Offertorium.
    Inleiding.
    Het moet voor Britten een aangename verrassing zijn geweest toen hij een gedicht van Owen vond dat door het Abraham-motief een verbinding kon vormen met de tekst Quam olim Abrahae promisisti uit het Requiem. Maar in de betekenis is enig verband tussen beide teksten afwezig. Er is wel een enorm contrast. Waar de Requiemtekst een smeekbede is dat de zielen van de gestorvenen naar het paradijs mogen worden geleid blijkt aan het einde van Owens gedicht dat de 20e eeuwse Abraham anders handelde: the old man slew his son, And half the seed of Europe, one by one. Een lange 'scène' die we het beste kunnen beluisteren als een grote AB-CDC-vorm. Na de misgebeden van de jongens A (red de zielen van de gestorvenen … opdat het dodenrijk hen niet verslinde) en van het grote koor
    B (laat de heilige Michael hen leiden naar het paradijs) volgt een uitbundig koornummer C (Quam olim Abrahae). Na D Owens gedicht The Parable of the Old Man and the Young over de massaslachtingen uit W.O.I volgt een spookachtige herhaling van C (Quam olim Abrahae).
         
     
    Boys I&II
    I.  Domine Jesu Christe, Domine Rex gloriae
    II. Libera animas omnium fidelium defunctorum
        de poenis inferni, et de profundo lacu.                                          
    I.  Domine Jesu Christe, Domine Rex gloriae                                    
    II. Libera eas de ore leonis*,
         ne absorbeat eas tartarus,
         ne cadant in obscurum  
    I.  Jesu Christe
                                                                     
    Boys I&II
    I.  Heer Jezus Christus, Koning van de heerlijkheid
    II. verlos de zielen van alle overleden gelovigen
        van de pijnen van de hel en van de diepe poel.
    I. Heer Jezus Christus, Koning van de heerlijkheid
    II. Bevrijdt hen uit de muil van de leeuw
        opdat het dodenrijk hen niet verslinde,
         noch dat zij vallen in de duisternis:
    I. Jezus Christus
     
     
     
    Toelichting bij de Domine Jesu Christe.
    * Libera eas de ore leonis. De redding uit de muil van de leeuw is een beeld uit het Oude Testament. Zo lezen we in Psalm 21:21: salva me ex ore leonis - bewaar mij voor de muil van de leeuw. Dit beeld wordt opnieuw gebruikt in het Nieuwe Testament. Daar lezen we bij 2 Timóteus:
    Dominus autem mihi adstitit et confortavit me .... et liberatus sum de ore leonis. - Maar de Heer heeft mij ter zijde gestaan en mij kracht gegeven .... en ik werd verlost uit de muil van de leeuw. (2 Timóteus 4:17).
    Muziek.
    Door het jongenskoor in twee groepen te verdelen (een hoge groep en een lage) wist Britten een zeer poëtische muzikale scène te creëren. De gebedsaanroep tot Jezus in een stralende hoge ligging wordt gevolgd door de teksten over de hel, de dood en de duisternis in een lage ligging.
    Een grote spanning bereikt Britten na een laatste aanroep Jesu Christe. Door de stilte lijkt het alsof er geen antwoord komt.
    Hellemuil met de links een engel die de poort
    sluit. Psalterium, Winchester, 1150/1160
     
     
      koor: (63)
    Sed signifer sanctus Michael*
    Repraesentet eas in lucem sanctam,
    koor:
    Maar laat de banierdrager, de heilige Michael,
    hen leiden naar het heilige licht,
     
    Quam olim Abrahae* promisisti
    Et semini ejus.
     
    Dat Gij eertijds aan Abraham hebt beloofd
    en aan zijn nageslacht.
     
         
     
    De aartsengel Michael vaart met een laken
    vol zielen op naar Christus.
    Psalterium uit Shaftesbury, Dorset, 12e eeuw.
    'Abrahams schoot'. Psalterium van de H. Lodewijk, 13e eeuw.
     
    Toelichting bij de Sed signifer sanctus en Quam olim Abrahae.
    * Sed signifer sanctus Michael Repraesentet eas in lucem sanctam. De aartsengel Michaël kreeg in de vroegchristelijke wereld (vanaf ca.245) de verchristelijkte eigenschappen van de Griekse god Hermes als psycho-pompos (zielebegeleider) van de gestorvenen: Hermes voerde ze naar de Hades, Michaël naar de hemel, waarvan hij ook de bewaker is.
    * Quam olim Abrahae promisisti Et semini ejus.
    Er staat nergens in de bijbel dat God ooit aartsvader Abraham heeft beloofd dat de aartsengel Michaël de zielen van de gestorvenen naar het Paradijs zou dragen zoals deze tekst suggereert. Er is waarschijlijk sprake van een vermenging van een paar beelden.
    De rol van Abraham in deze tekst is ontleend aan de parabel van Jezus over Lazarus en de rijke in het Lucas-evangelie:
    Nu gebeurde het dat de arme stierf en door Engelen in de schoot van Abraham werd gedragen. (Luc. 16: 22).
    Tertullianus (in Adversus Macion, ca. 207) meende dat
    'er een ruimtelijk begrip bestaat dat Abrahams' schoot genoemd kan worden, waarin de zielen van alle mensen zullen worden ontvangen.... Het gaat hier weliswaar niet om de hemel, maar om een ruimte boven deze aarde, waar de zielen der rechtvaardigen lafenis (refrigerium) zullen ontvangen tot alles bij de algemene  verrijzenis zal worden vervuld.'
     
     
    bariton: (69)                                                    
    (The Parable of the Old Man and the Young)   (6)
    1 So Abram rose, and clave the wood, and went,
    2 And took the fire with him, and a knife.
    3 And as they sojourned both of them together,
    4 Isaac the first-born spake and said, My Father,
    5 Behold the preparations, fire and iron,
    6 But where the lamb for this burnt-offering?
    7 Then Abram bound the youth with belts and straps,
    8 And builded parapets and trenches there,
    9 And stretched forth the knife to slay his son.              
          vorige:  1 2 3 4 5 volgende: 7  8  9  
    bariton:
    (The Parable of the Old Man and the Young)
    En Abraham stond op, en hakte, ging,
    En bracht met zich het vuur mee, en een mes.
    En toen ze samen met zijn twee verbleven,
    Sprak Isaak de oudste, zei, mijn Vader,
    Zie hier de voorbereiding, vuur en ijzer,
    Maar waar is het lam voor deze offers?
    Toen bond Abraham de jongen vast,
    En bouwde weringen en graven daar,
    En hief het mes om daar zijn zoon te doden.
     
     
    bariton en tenor: (74)
    10 When lo! an Angel called him out of heaven,
    11 Saying, Lay not thy hand upon the lad,
    12 Neither do anything to him, /.../
    13 Behold, A ram, caught in a thicket by its horns;
    14 Offer the Ram of Pride instead of him.
    bariton: (76)
    15 But the old man would not so, but slew his son,
    16 And half the seed of Europe, one by one.
    bariton en tenor:
    Toen riep een engel tot hem uit de hemel,
    Zeggend, sla de hand niet aan het kind,
    Doe ook niets anders dat hem kwetst. En zie,
    Een ram, die vastzat in het struikgewas;
    Offer deze Ram der Trots, niet hem.
    bariton:
    Maar de oude man deed anders, reet vaneen
    Zijn zoon, – en half Europa, één voor één.
     
    tenor, bariton: (77)
    And half the seed of Europe, one by one.
    boys: Hostias (77)
    Hostias et preces tibi Domine, laudis offerimus
    tu suscipe pro animabus illis,
    quarum hodie memoriam facimus:
    fac eas, Domine, de morte transire ad vitam.
    Quam olim Abrahae promisisti et semini ejus.
     
    tenor, bariton:
    en de helft van Europa’s nageslacht, één voor één.
    boys: Hostias
    Offergaven en lofgebeden, Heer, bieden wij U aan:
    aanvaard ze voor de zielen van hen
    die wij heden gedenken:
    doe hen, Heer, van de dood overgaan naar het leven.
    Dat gij eertijds aan Abraham hebt beloofd en aan zijn nageslacht.
     
     
    koor: (79)
    Quam olim Abrahae promisisti et semini ejus.
    koor:
    Dat Gij eertijds aan Abraham hebt beloofd en aan zijn nageslacht.
         
     
    Toelichting bij The Parable of the Old Man and the Young.
    Wij spraken al over het Abraham-motief dat de verbinding vormt van de tekst Quam olim Abrahae promisisti uit het Requiem met Owens gedicht maar daar inhoudelijk niets mee te maken heeft. Owens gedicht Parable of the Old Men and the Young is geen smeekbede  dat de zielen van de gestorvenen naar het paradijs zullen worden geleid (zoals God aan Abraham en zijn nageslacht heeft beloofd), maar in eerste instantie een parafrase van Genesis 22 waarin verhaald wordt hoe Abraham zijn zoon Isaäk wil offeren. God grijpt in zodra hij weet dat Abraham hem zal gehoorzamen door een Engel te sturen die zegt: Do not lay a hand on the boy, do not do anything to him, waarop Abraham in plaats van zijn enige zoon een ram offert.
    Laurent de LaHire: Abraham offert Isaak (1650)
    Maar in Owens gedicht neemt het verhaal een cynische wending. Het blijft in het gedicht onduidelijk of dezelfde engel ook aan de oude man (de politieke en militaire machthebbers uit het Europa van de Eerste Wereldoorlog) is verschenen.  But the old man would not so, but slew his son, and half the seed of Europe, one by one.
    Boven de oorspronkelijke meldodie uit het eerste Quam olim Abrahae, daaronder de omkering die het tweede Quam olim Abrahae domineert.
     
    Muziek.
    Als na Owens Parable het Quam olim Abrahae wordt herhaald is heeft de aanstekelijke uitbundigheid waarmee het eerder werd gezongen plaatsgemaakt voor een spookachtige pianissimo: koperblazers en strijkers spelen met demper en de muziekt dooft uit als een visioen dat vervluchtigt.
    Door dit gedicht ontstond een Offertorium (offerdienst) met een pijnlijke contrastwerking die tot nadenken stemt en vraagt om interpretatie. Wat is de zin van die offergaven en lofgebeden, en van de smeekbede dat de doden niet naar de hel maar naar het heilige licht (van het paradijs) zullen worden geleid als half Europa wordt afgeslacht? Vooral aan het eind van het Offertorium als de jongens het Hostias zingen wordt het contrast aangescherpt. Hun pure gezang wordt geconfronteerd met de steeds weer herhaalde mededeling van de tenor en de bariton: half the seed of Europe, one by one.
     
    Massagraven. Foto uit W.O.I.
     
     
    4. Sanctus.
     
    Inleiding tot Sanctus.
    Het Sanctus is het majesteitelijke Oudtestamentische visioen van zesvleugelige engelen die Gods lof bezingen rondom Zijn troon. Wat een toeval dat Owen daarna spreekt over de Chariot throne. Het deel heeft een 'kettingvorm':
    A. Sanctus; B. Pleni sunt caeli et terra gloria tua; C. Hosanna - Benedictus - Hosanna; D. The End.
     
     
    sopraan: Sanctus: (84)
    Sanctus, Sanctus, Sanctus Dominus Deus Sabaoth.
    koor: Pleni sunt coeli (85 )
    Pleni sunt caeli et terra gloria tua
    koor:Hosanna (87)
    Hosanna in excelsis.
    sopraan en koor: (89)
    Benedictus qui venit in nomine Domini
    koor: Hosanna (92)
    Hosanna in excelsis.
     
    sopraan: Sanctus:
    Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God der Heerschare.
    koor: Pleni sunt coeli
    Vol zijn de hemel en de aarde van Uw heerlijkheid.
    koor:Hosanna
    Hosanna in den hoge.
    sopraan en koor:
    Gezegend Hij die komt in de naam des Heren.
    koor: Hosanna
    Hosanna in den hoge.
     
    Toelichting bij Sanctus. 
    De tekst van het Sanctus (heilig) is afkomstig uit het bijbelboek Jesaja 6,1-4. De imposante beschrijving van God op zijn troon, omringd door door zesvleugelige engelen die zijn lof bezingen luidt aldus: 
    In het sterfjaar van Koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoge en verheven troon. De sleep van zijn mantel vulde heel de tempel. Serafs stonden boven Hem opgesteld, elk met zes vleugels: twee om het gelaat te bedekken, twee om de voeten te bedekken , twee om te vliegen. Zij riepen elkaar toe:
      Sanctus, Sanctus, Sanctus
    Dominus Deus Sabaoth.
    Pleni sunt caeli et terra
    gloria tua
    Hosanna in excelsis. Hosanna in den hoge.
    Heilig, heilig, heilig
    is de Heer, de God der Heerschare,
    Vol zijn de hemel en de aarde
    van Uw heerlijkheid.
    Hosanna in den hoge.
     
     
    Toelichting bij Benedictus.
    Nauw met het Sanctus verwant zijn Osanna en Benedictus. Zij vormen het slot van het verhaal van de intocht van Jesus in Jerusalem (Matth. 21,1-9) aan het einde van Zijn leven. Jezus nadert Jeruzalem op een ezel:
    Zeer velen uit het volk spreidden hun mantels uit op de weg, terwijl anderen de weg bedekten met twijgen, die zij van de bomen hadden gesneden. De mensen die Hem omstuwden, jubelden: Gezegend de Komende in de naam des Heren! Hosanna in den hoge.
     
     
     
     
     
     
     
    Benedictus qui venit in nomine Domini.
     
    "De intocht van Christus in Jerusalem."(1305) Fresco. Padua.  Giotto
         
    Muziek bij Sanctus, Benedictus en Hosanna.
    De bijzondere ceremoniële kleur als van een gamelan-orkest verleent het slagwerk aan het begin van het Sanctus: een crescenderende tremolo van vibrafoon, klokkenspel, 2 cymbale antiques (kleine getemde bekkens), buisklokken en piano.
    De sopraansolo is bij de derde Sanctus-strofe panchromatisch: alle 12 tonen van het octaaf klinken en worden bij haar laatste Sanctus in de omkering herhaald.
    Het koorgebed Pleni sunt caeli et terra gloria tua is een van de meest curieuze episodes uit het hele War Requiem. Britten heeft wel de toonhoogte en de duur van de tonen vastgelegd maar de ritmiek van de tekst vrijgelaten. Hij schrijft voor: chanting freely. Alle zangers in de acht koorgroepen BBTTAASS hun tekst asynchroon, in een klankmassa die piano begint en opstijgt tot grote hoogte in een overweldigend fortissimo. Overigens is ook dit koorgedeelte panchromatisch.
    In het Benedictus zingt het koor tegen een ostinato van lage pizzicati van celli en bassen archaïsche frases in parallelle kwinten omspeeld door lange sopraanlijnen.
    Het Hosanna is gecomponeerd in een uitbundig D-groot en heeft een syncopische melodie die vele toonsoorten aandoet en steeds uitwaaiert van eenstemmigheid naar een grote drieklank:
     
     
       

     

     

     

    De Aarde antwoordt, maakte ik haar deelgenoot:
    “Mijn vurig hart verkrimpt van pijn. ’t Is dood.
    Mijn oude littekens zijn niet verhoogd,
    Noch mijn titanentranen, zee, gedroogd.”

    Wilfred Owen, vertaling: Gijs van Lieshout.

     
    bariton: (93)                                                     
    (The End)                                                         (7)
    1 After the blast of lightning from the east*,
    2 The flourish of loud clouds, the Chariot throne*,
    3 After the drums* of time have rolled and ceased
    4 And from the bronze west* long retreat is blown,
    5 Shall Life renew these bodies? Of a truth
    6 All death* will He annul, all tears* assuage?
    7 Fill these void veins of Life again with youth
    8 And wash, with an immortal water, Age?
     
    9 When I do ask white Age, he saith not so, —
    10 "My head hangs weighed with snow*."
    11 And when I hearken to the Earth she saith
    12 My fiery heart sinks aching. It is death.
    13 Mine ancient scars shall not be glorified
    14 Nor my titanic tears, the sea, be dried."    
     vorige: 1 2 3 4 5 6 volgende: 8  9                               
    bariton:
    (The End)
    Na de bliksemflitsen uit het oosten,
    De bloei van luide wolken, uitgeraasd;
    Nadat de Trommels van de Tijd vertroosten,
    En het bronzen westen aftocht blaast,
    Zijn deze lijken weer vol leven? Waarheid-
    Dood zal Hij tenietdoen, tranen staven? –
    Levensaders vullen met gejaagdheid,
    En leeftijd in onsterf’lijk water laven?

    Vraag ik het de witte Tijd, hij zegt:
    “Mijn hoofd is door de zware sneeuw geknecht.”
    De Aarde antwoordt, maakte ik haar deelgenoot:
    “Mijn vurig hart verkrimpt van pijn. ’t Is dood.
    Mijn oude littekens zijn niet verhoogd,
    Noch mijn titanentranen, zee, gedroogd.”
     
       

     

     
     
    Griekse vaas met een chariot throne.
    Omgevallen Chariot throne uit de Eerste Wereldoorlog.
    Toelichting bij The End.
    In het sonnet The End vraagt de dichter zich af  wie de doden weer tot leven zal kunnen wekken. Hij gaat te rade bij God en drie allegorische figuren. Life is daar niet toe in staat - de vraag wordt niet eens beantwoord. En Gods bijbelse aanspraken dat Hij de dood teniet kan doen voorziet de dichter van een vraagteken. Kan God de lege aderen van de doden weer met jeugdig bloed vullen en het tijdsgewricht (age) met levenswater schoonwassen? De dichter spreekt God niet aan - hij concludeerde in dezelfde tijd aan het einde van A tear song dat God has no ears. De dichter spreekt alleen met Age, het Tijdsgewricht, die zijn besneeuwde hoofd laat hangen en met Earth die antwoordt dat haar hart krimpt van de pijn, haar litttekens niet zullen worden verheerlijkt en dat haar tranen, de zeeën, niet zullen opdrogen.  
    Zeer fraai is de manier waarop Owens beeld van de Chariot throne aansluit op het bijbels visioen van Gods troon uit het Sanctus. Het beeld van the Chariot throne is afkomstig van de profeet Ezechiël.
    Ook de vijfde en zesde regel van het sonnet zijn een geparafraseerde bijbeltekst afkomstig uit de Apokalyps. In hun oorlogscontext krijgen de geparafraseerde bijbelse visioenen een betekenis die lijnrecht tegenover de oorspronkelijke staat. Vergelijk de bijbelteksten met de dichtregels.     
    *1  the blast of lightning from the east, de explosieve lichtflitsen uit het het oosten verbeelden het Duitse militaire geweld. Eenzelfde maar nu expliciet naar Duitsland verwijzende vergelijking van de oorlog met noodweer vinden we in Owens gedicht '1914':
    The foul tornado, centered at Berlin, is all over the width of Europe whirled, ...                        
    *2 The flourish of loud clouds, the Chariot throne. Het luide schallen van de wolken, is dat afkomstig van een rijdend kanon, de afgod van de militairen, the Chariot throne?
    *3 drums of time. Met een associatie van soldatendood en militair afscheidsceremonieel. Al in november 1913, in Bordeaux, beschrijft Owen in een brief het indrukwekkende geluid van de uit het militaire orkest afkomstige (gedempte) trom als:
    an infernal convulsion of the drums who made offerings of music to the souls of soldiers killed in 1870.
    *4 the bronze west. Het gewapende (bronze=zwaard) westen als tegenpartij van the east, de Duitsers uit regel 1.  
    *5-6 Met vraagteken waar de zin mee eindigt beklemtoont de dichter zijn de twijfel over de waarheid van de door hem aangehaalde aanspraken van God uit Apokalyps 21: 4.                                         
    *10 weighed with snow Zwaar van sneeuw (=dood?)
    Muziek.
    In de muziek klinken eerst geagiteerde hoge snelle noten in harp, fluit en klarinet (the blast of lightning?) afgewisseld met The drums of time die als onheilspellende roffels in de pauken klinken. Grote opwinding van snelle korte nootjes in de strijkers als de dichter de vraag stelt Shall Life renew these bodies?
    De wending van het sonnet als de allegorische figuren Age en Earth plechtig worden aangesproken is in de muziek goed te horen.
                                                                                                                                                
    5. Agnus Dei.
     
    Inleiding.
    In het oude testament staat een profetische tekst, die volgens de Christelijke traditie naar de kruisiging van Christus vooruit wijst (Jesaja 53, 7): Hij werd gefolterd en diep vernederd, maar heeft zijn mond niet geopend, zoals een lam dat ter slachting geleid wordt. In het nieuwe testament wordt de profetie vervuld en getuigt Johannes de Doper als hij Jezus naar zich ziet toekomen (Johannes 1, 29): Zie het lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. (Agnus Dei qui tollis peccata mundi). Het is een geweldige coïncidentie dat het gedicht van Owen At a Calvary near the Ancre naar aanleiding van een door de oorlog beschadigd kruisbeeld en daardoor een beschadigde Christus zo prachtig aansluit op de mistekst Agnus Dei qui tollis peccata mundi over de gekruisigde Christus.
     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Lam Gods, van Eyck.  

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

           
       
    tenor-solo:
    (At a Calvary* near the Ancre*)  (8                    
    1 One ever hangs where shelled roads part.
    2 In this war He too lost a limb,
    3 But His disciples* hide apart;
    4 And now the Soldiers bear with Him.
    koor: (97)
    Agnus Dei,
    qui tollis peccata mundi,
    dona eis requiem.
    tenor-solo:
    5 Near Golgotha strolls many a priest,
    6 And in their faces there is pride
    7 That they were flesh-marked by the Beast*
    8 By whom the gentle Christ’s denied.  
     koor: (98)
    Agnus Dei,
    qui tollis peccata mundi,
    dona eis requiem.
    tenor-solo:
    (At a Calvary* near the Ancre*)    
    Eén hangt waar reeds verwoeste wegen scheiden.
    De slag nam ook van Hem een ledemaat,
    Schuilen Zijn discip’len afgescheiden;
    En nu wordt Hij omgeven met soldaat.
    koor:
    Lam Gods,
    dat wegneemt de zonden der wereld,
    geef hen rust.
    tenor-solo:
    Bij Golgotha is het priesterfeest,
    In hun gezichten werd de trots bekend
    Dat zij getekend waren door het Beest
    Door wie de goede Christus werd ontkend.
    koor: (98)
    Lam Gods,
    dat wegneemt de zonden der wereld,
    geef hen rust.
        tenor:
    9 The scribes on all the people shove
    10 And bawl allegiance to the state,
    tenor:
    De schriftgeleerden die het volk schofferen
    En om het hardst trouw brullen aan de staat,
        koor: (99)
    Agnus Dei,
    qui tollis peccata mundi,
    koor:
    Lam Gods,
    dat wegneemt de zonden der wereld,
        tenor:
    11 But they who love the greater love,
    12 Lay down their life; they do not hate*.
    tenor:
    Slechts zij die groter liefde fel begeren
    Laten leven gaan; en ook de haat.
        koor: (100)
    Dona eis requiem sempiternam.
    tenor:
    Geef hen eeuwige rust.
       
    tenor:
    Dona nobis pacem.
    vorige: 1 2 3 4 5 6 7  volgende:  9
     
    tenor:
    Geef ons vrede.
     
     
       
    Max Seliger (1865-1920), Er trägt das Kreuz für uns! Was tun wir Gleiches?, affiche, litho, 1917.
    Spotprent uit W.O.I. De gekruisigde soldaat draagt
    in zijn linkerhand een crucifix.
           
    Toelichting bij At a Calvary near the Ancre.
    Owens gedicht At a Calvary near the Ancre vergelijkt het lijden van de gekruisigde Christus met het lijden en sterven van de soldaten en de agressieve schriftgeleerden rondom Golgotha met hun generaals.
    * Cavalry is een kruisbeeld zoals men op vele wegkruisingen in Frankrijk tegen komt. Er zijn berichten uit W.O.I dat zelfs in landschappen waar alles kapotgeschoten vaak de kruisbeelden waren blijven staan.
    * Ancre is een verwijzing naar de rivier de Ancre waar Owen in januari 1917 heeft gevochten.
    *3 But His disciples hide apart; And now the Soldiers bear with Him  verwijst naar het bijbelbericht over Gogotha.
    *7 That they were flesh-marked by the Beast. Het beest wordt beschreven in de bijbelboeken Daniel en Openbaring. Hier wordt verwezen naar een passage in Openbaring over de val van de zondige stad Babylon (Hitlers Derde Rijk).
    En een andere engel, een tweede, volgde hem en riep: 'Gavellen , gevallen is Babylon, de grote stad, die alle volken heeft bedwelmd met de wijn van haar ontucht. En nog een engel, een derde, volgde hen, en riep met machtige stem: Alleen wie het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand laat aanbrengen, die zal drinken van de wijn van Gods toorn, onverdund geschonken in de beker van zijn gramschap; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en van het Lam. (Openbaring 14: 8-10).
    *11-12 Dit is een vrijwel letterlijk bijbelcitaat, namelijk de woorden van Jezus: Greater love hath no man than this, that a man lay down his life for his friends. (Johannes 15, 13).
                                                      The Christ of the Trenches

    In this war He too lost a limb: een kaart van de “Christ of the Trenches” in Neuve-Chapelle.

    Toelichting bij Agnus Dei.
    De Agnus dei-tekst kreeg een vaste plaats in de mis, zowel in de 'gewone' ordinariummis als in de requiemmis waarbij de slotformule in de requiemmis afwijkt van de tekst van de 'gewone' mis:
                                                                     requiem-mis                                                                        'gewone' mis
    Agnus Dei, qui tollis peccata mundi ,          Dona eis requiem                                                                 miserere nobis
    Agnus Dei, qui tollis peccata mundi ,          Dona eis requiem                                                                 miserere nobis
    Agnus Dei, qui tollis peccata mundi,           Dona eis requiem (War Requiem Dona nobis pacem)    Dona nobis pacem.
    Muziek.
    De muziek wordt gekenmerkt door een voortdurende herhaling van ostinato-melodieën, die duidelijk gebaseerd zijn op de tritonus fis-c. De meest ostinato-melodie duurt voorkomende vorm (muziekvoorbeeld a). De twee conflicterende toonsoorten (dalend: b-klein; stijgend: C-groot) en de 5/16 maat geven de muziek een onrustig karakter van dubbelzinnigheid. De tenor zingt boven deze os
    Passacaglia.
    6. Libera me
    Inleiding tot Libera me.
    Het Libera me begint als een trage dodenmars die langzaam versnelt  naar een dramatische climax (A). Dan volgt het langste gedicht van Owen, Strange meeting waarin de tenor en de bariton hun gezamenlijk sterven bezingen (B). Alle zangers en spelers klinken voor het eerst samen als beide koren het In Paradisum inzetten (C), waarop alles wegsterft en het  koor a capella het vredesgebed zingt (D): Requiescant in pace. Amen.
     
       
    koor: Libera me
    Libera me, Domine,
    de morte aeterna, in die illa tremenda:
    Quando coeli movendi sunt et terra.
    Dum veneris iudicare saeculum per ignem.
    sopraan: (108)
    Tremens factus sum ego, et timeo,
    en koor:
    dum discussio venerit, atque ventura ira.
    koor: Libera me
    Bevrijd mij, Heer,
    van de eeuwige dood, op die verschrikkelijke dag:
    wanneer hemel en aarde geschokt zullen worden,
    wanneer Gij komt om de eeuwigheid met vuur te oordelen.
    sopraan:
    Ik beef, en ik ben bang,
    en koor:
    voor het oordeel dat zal komen, en voor de naderende toorn.
        koor: (110) muziekvoorbeeld bugles sang
       
    Libera me, Domine, de morte aeterna,
    Quando coeli movendi sunt et terra.
    Dies illa, dies irae, calamitatis et miseriae, (113)
    dies illa, dies magna et amara valde.
    Libera me, Domine. (116)
     
    Bevrijd mij, Heer, van de eeuwige dood,
    wanneer hemel en aarde geschokt zullen worden,
    Die dag zal een dag van toorn, van rampspoed en ellende zijn,
    een lange en zeer bittere dag.
    Bevrijd mij, Heer.
     
    Toelichting bij Libera me.
    Britten koos niet zoals Mozart voor de liturgische en op het paradijs gerichte Communio-tekst Lux aeterna luceat eis, maar voor de veel dramatischer Responsorium-tekst Libera me, die niet tot de eigenlijke dodenmis behoort maar pas ná de dodenmis wordt uitgesproken of gezongen. Met mij is overigens niet de eigen persoon bedoeld: volgens de liturgiekenners spreken of zingen wij voor de dode.
           
       
    Muziek.
    Het langste en aaneengesloten symfonische koordeel met sopraansolo leidt naar een enorme climax waarbij Britten bij de tekst Dies illa, dies irae, calamitatis et miseriae, dies illa, dies magna et amara valde net als Verdi teruggrijpt op de kenmerkende 7/4 ritmiek van het Dies irae-deel. De inzet van het grote orgel markeert het meest dramatische moment van het hele War Requiem als in alle individuele stemgroepen het Libera me, Domine gepassioneerd opklinkt boven een waar inferno van de koperblazers. Maar de stemmen verstommen en dan klinkt het laatste gedicht van Owen, Strange meeting, waarin twee soldaten sterven (Let us sleep now) en zich voor hun dood met elkaar verzoenen: I am the enemy you killed, my friend.
     
    some profound dull tunnel  Foto W.O.I.
       
    tenor en bariton: (118)
    (Strange meeting)                               (9)           
    tenor:
    1  It seemed that out of the battle I escaped
    2  Down some profound dull tunnel, long since scooped
    3  Through granites which Titanic wars had groined.
    4  Yet also there encumbered sleepers groaned,
    5  Too fast in thought or death to be bestirred.
    6  Then, as I probed them, one sprang up, and stared
    7  With piteous recognition in fixed eyes,
    8  Lifting distressful hands as if to bless.
    9-12* /..../
    13 And no guns thumped, or down the flues made moan.
    14 "Strange, friend," I said, "Here is no cause to mourn."
    Bariton:     
    15 "None," said the other, "Save the undone years,
    16 The hopelessness. Whatever hope is yours,
    17 Was my life also; I went hunting wild
    18 After the wildest beauty in the world,
    19-21* /..../
    22 For by my glee might many men have laughed,
    23And of my weeping something has been left,
    24 Which must die now. I mean the truth untold,
    25 The pity of war, the pity war distilled.
    26 Now men will go content with what we spoiled.
    27 Or, discontent, boil bloody, and be spilled.
    28 They will be swift with swiftness of the tigress,
    29 None will break ranks, though nations trek from 
         progress.
    30-31* /..../
    32 Miss we the march of this retreating world
    33 Into vain citadels that are not walled.
    34 Then, when much blood had clogged
    their chariot-wheels
    35 I would go up and wash them from sweet wells,
    36-37* /..../
    B.B.36* Even from wells we sunk too deep for war,
    B.B.37* Even the sweetest wells that ever were.
    38-39* /..../
    40 I am the enemy you killed, my friend.
    41 I knew you in this dark; for so you frowned
    42 Yesterday through me as you jabbed and killed.
    43 I parried; but my hands were loath and cold.
    44 Let us sleep now . . ."                                            
    tenor en bariton: (118)
    (Strange meeting)
    tenor:
    Het leek of ik ontsnapte aan de strijd
    In een diep-donk’re tunnel, stilte streed
    Met stenen die de sterkste muren kruisten.
    Maar waar ook versperde slapers kreunden,
    Te vast in slaap of dood dat ik ze stoorde.
    Toen ik ze zag sprong er een op en staarde
    Met droevige herkenning in zijn ogen,
    Hief een zere hand als voor een zegen.
    /..../
    Kanonnen zwegen, kreunen vormde ’t net.
    “Vriend,” zei ik, “het rouwen helpt hier niet.”
    bariton:
    “Nee,” zei de ander, “of vergane jaren,
    De hopeloosheid. Welke hoop de jouwe,
    Dat was mijn leven ook; ik ging op jacht
    Naar de wildste schoonheid hier in pacht,
    /..../
    Want bij mijn lied heeft menigeen gelachen,
    En van mijn treurnis is nog iets in leven,
    Dat nu moet sterven. Ik bedoel de waarheid,
    Oorlog’s meelij, jammerlijke klaarheid.
    Men gaat tevree met wat men heeft verspeeld
    Of niet tevreden, bloedig, reeds verspild.
    Zij spoeden zich met tijgerinnenspoed
    In rang, maar naties wijken van hun
    voorspoed.
    /..../
    Missen wij het terugtrekken in mars
    Naar onbeduidend’ steden, niet ommuurd.
    Dan, als bloed klontert in
    de wagenwielen
    Zou ik ze met zoet bodemwater wassen,
    /..../
    Zelfs bronnen die voor oorlog te diep zonken,
    Zelfs de zoetste bronnen ooit bezongen.
    /..../
    Ik ben de vijand die jij doodde, vriend.
    ‘k Herkende je in ‘t duister; want je fronste
    Gister door me heen toen wapens gonsden.
    Ik pareerde, handen koud, afkerig.
    Laat ons slapen…”
        (eerdere gedichten: 1 2 3 4 5 6 7  8)  
           
       
     
    Toelichting bij Strange meeting.
    9-12* Britten liet deze vier zinnen weg.
    And by his smile, I knew that sullen hall; 10 By his dead smile I knew we stood in Hell.
    11 With a thousand fears that vision's face was grained; 12 Yet no blood reached there from the upper ground,
     
    19 Which lies not calm in eyes, or braided hair, 20 But mocks the steady running of the hour,
    21And if it grieves, grieves richlier than here.
    30-31* Britten liet deze 2 zinnen weg:
    30 Courage was mine, and I had mystery; 31 Wisdom was mine, and I had mastery;
    36-37* Britten liet deze 2 zinnen van Owen weg:
    36 Even with truths that lie too deep for taint. 37 I would have poured my spirit without stint.
    en verving die door twee eigen zinnen op in het gedicht:
    Even from wells we sunk too deep for war, Even the sweetest wells that ever were.
    38-39* Britten liet deze 2 zinnen van Owen weg:
    38 But not through wounds; not on the cess of war. 39 Forheads of men have bled where no wounds were.
     

    In Paradisum.

       
    Dode wordt door 2 engelen ten hemel gedragen. Altaarstuk, (Simon Marmion?), ca.1480.
    tenor en bariton:
    Let us sleep now.
    boys, koor: (128)
    In Paradisum deducant te angeli;
    in tuo adventu suscipiant te marthyres
    et perducant te
    in civitatem sanctum Jerusalem.
    Chorus angelorum te suscipiat,
    et cum Lazaro quondam paupere,
    aeternum habeas requiem.
    boys: (135)
    Requiem aeternam dona eis Domine:
    et lux perpetua luceat eis.
    koor: (137)
    Requiescant in pace. Amen.
     
     
    Toelichting bij In Paradisum.
    tenor en bariton:
    Laat ons slapen.
    boys, koor:
    Mogen de engelen u leiden naar het paradijs;
    dat de martelaren bij uw komst u zullen ontvangen
    en u binnenleiden
    in de heilige stad Jeruzalem.
    Moge het koor der engelen u ontvangen
    en moge u met Lazarus, eens een arme,
    ingaan tot de eeuwige rust.
    boys:
    Geef hun, Heer, de eeuwige rust
    en doe een voortdurend licht over hen schijnen.
    koor: (137)
    Mogen zij rusten in vrede. Amen.
     
     
     
    Het einde van het War Requiem brengt de drie muzikale groepen voor het eerst samen - de cirkel van begin en einde gaat zich sluiten. Maar hun werelden zijn niet verenigd: het is 'singing apart together'. De bariton en de tenor herhalen als een refrein de slottekst van de stervende soldaten (Let us sleep now) terwijl de jongens en later het koor met de sopraan het In Paradisum zingen dat traditioneel gezongen wordt na de eigenlijke uitvaartmis als de kist van de kerk naar de begraafplaats wordt gedragen. We kennen het ook uit de Requiems van Fauré en Duruflé. 
    Maar midden in deze vredige en extatische apotheose gebeurt er iets opmerkelijks en beangstigends: plotseling klinken daar weer de buisklokken die aan het begin van het War Requiem de conflictueuze tritonus c-fis speelden. Zij verstoren de serene gang naar het paradijs. Het jongenskoor dat de hemelse wereld vertegenwoordigde zingt nu de tekst van de Introitus: Requiem aeternam dona eis Domine met dezelfde conflicterende tritonusnoten als het grote koor dat deed: ook zij hebben hun paradijselijke onschuld verloren. Daarop stagneert de muzikale beweging van koor en orkest. Als jongenskoor, koor en orkest zijn stilgevallen zijn de drie solisten voor het eerst samen te horen in een ondanks alle vervreemding uiterst ontroerende afscheidsscene. In gescheiden werelden staat de zwanenzang van de stervende soldaten Let us sleep now schrijnend tegenover de sopraan die ons herinnert aan de wonderbaarlijke opwekking van Lazarus uit de dood:
    et cum Lazaro quondam paupere, aeternum habeas requiem. (en moge u met Lazarus, eens een arme, ingaan tot de eeuwige rust.) Het is een afsluiting zonder heroiek, alle dramatis personae verdwijnen in een fade-out. De laatste woorden zijn voor het koor: Requiescant in pace. Amen. (Mogen zij rusten in vrede. Amen)
    Begeleid door de passing-bells die ook wegsterven als Britten het conflict van de tritonus voor het laatst op magische wijze laat oplossen in F-groot.
    Carravaggio, De opwekking van Lazarus
    (1608-09). Museo Nazionale, Messina
     

    Epiloog: de religiositeit en het pacifisme van Wilfred Owen en Benjamin Britten.

       
       
    Gebruikte termen.

    Halfrijm. Pararhyme.  Term coined by Edmund Blunden to describe a form of 'near rhyme' where the consonants in two different words are exactly the same but the vowels vary. Pararhyme is particularly a feature of the poetry of Wilfred Owen. For example, in Owen's unfinished poem Strange Meeting we find lines ending with words such as 'groaned' and 'groined' and 'hall' and 'Hell'. Pararhyme is more commonly known as double consonance.

    Tritonus.

    Gebruikte literatuur.
    Bäckman, S.
    Tradition transformed: studies in the poetry of Wilfred Owen by Sven Bäckman.
    1979, Lund: Gleerup, ISBN: 9140047059
    Boase, T.
    T.S.R.Boase, De dood in de Middeleeuwen. Sterfelijkheid, oordeel en aandenken.
    1974, De Haan-Bussum. ISBN 902284518 4
    Cooke, M.
    Britten: War Requiem. Mervyn Cooke. Cambridge Music Handbooks, CUP 1996, ISBN 0521446333
    Stalworthy, J.
    The Poems of Wilfred Owen. Edited and Introduced by Jon Stalworthy. Chatto&Windus Ltd, London, 1990
     
     
    'I Too Saw God': The Religious Allusions in Wilfred Owen's Poetry,
    Hilda D. Spear in English, xxiv, no.119 Summer 1975