Falla, El sombrero de tres picos.    home    articles                                                                                                                   2011, Daan Admiraal.
 
Manuel de Falla (1876-1946) wordt algemeen beschouwd als de grootste Spaanse componist van de 20e eeuw. Hij heeft samen met drie andere componisten - Isaac Manuel Francisco Albniz (1860-1909), Enrique Granados (1867-1916) en Joaqun Turina (1882-1949) Spanje een nationale kunstmuziek gegeven die gebruik maakt van de rijke Spaanse folklore. In veel van Falla's werken is vooral een sterke invloed van de Andalusische volksmuziek (flamenco) te horen.
 
Falla werd geboren in het Andalusische Cdiz en besloot al op zijn zeventiende om componist te worden. Hij studeerde piano in Madrid o.a. bij Felipe Pedrell. Van 1907-1914 verbleef hij in Parijs waar hij in contact kwam met Debussy, Ravel en Dukas. Van 1914-1918 week hij vanwege de oorlog uit naar Spanje. Daarna zou hij van 1919-1939 met zijn net als hijzelf vrijgezel gebleven zuster Maria del Carmen in Granada samenwonen tot hij zich door het fascistische regime van Franco genoodzaakt zag in vrijwillige ballingschap te vertrekken naar Argentini, waar hij van 1939-1946 teruggetrokken leefde en is gestorven.  
 
Falla heeft een klein oeuvre nagelaten, waarvan hier een aantal werken zijn genoemd. De vroege opera La Vida breve; Noches en los jardines de Espaa (19111915) voor piano en orkest; de bekende Siete canciones populares Espaoles (1914); het ballet El amor brujo (19141915; met daarin de beroemde vuurdans Danza ritual del fuego; het ballet El sombrero de tres picos (1919); El retablo de maese Pedro (1923),een poppenspel-opera over Don Quichotte.
 
Het ballet El sombrero de tres picos (De driekanten steek) heeft een interessante ontstaansgeschiedenis. Falla was eerst van plan om een komische opera te schrijven naar de novelle De driekante steek (1874) van Don Pedro de Alarcn (1833-1891)gebaseerd op een oud Spaans volksverhaal. Toen werd ontdekt dat de schrijver per testament had verboden dat zijn vertelling in een operalibrettozou worden gebruikt maakte Falla er een farsa mimica (klucht met pantomime en muziek) van. In die vorm ging het stuk als El Corregidor y La molinera (De gouverneur en de molenaarsvrouw) in 1917 in Madrid in premire.
Inmiddels wilde Sergei Diaghilev (1872-1929), de impressario en tevens artistieke inspirator van de beroemde Russische balletten, een ballet laten maken op muziek van Falla. Hij liet zijn aanvankelijke idee, een ballet op Falla's muziek Noches en los jardines de Espaa varen en koos voor het verhaal dat hem veel meer aantrok: de klucht over de gouverneur die de molenaar laat arresteren om daarna ongehinderd diens vrouw te kunnen verleiden. Hij vroeg daarom Falla om zijn pantomime om te werken tot een ballet. Daar heeft de componist 2 jaar aan gewerkt. De oorlog heeft de premire vertraagd maar op 22 juli 1919 ging het ballet onder de titel El sombrero de tres picos in Londen in premire. Het werd gedanst door de Ballets Russes, de choreografie was van Massine, de kostuums waren van Picasso en Ernest Ansermet dirigeerde.
 
Uit elk van de twee delen waaruit de complete balletmuziek bestaat stelde Falla een concertsuite samen. In Suite-I nemen de twee solodansen van de molenaarsvrouw, de Fandango en de dans van de druiven, The Grapes een centrale plaats in. De meer bekende Suite-II bestaat uit drie grote dansscnes: Sequidillas, Farruca en Jota. Net als de grote balletten van Strawinsky is El sombrero de tres picos vooral bekend geworden in de concertzaal als briljante en kleurrijke orkestmuziek. Vooral de suites worden regelmatig uitgevoerd. Een uitvoering van het complete ballet is veel zeldzamer.
Een belangrijke reden daarvoor is dat veel van de muziek die niet in de suites is opgenomen zijn betekenis ontleent aan de handeling - El sombrero de tres picos is een verhalend ballet. Zonder ballet snapt geen enkele intelligente en muzikale concertbezoeker de vaak grappige muzikale illustraties van het verhaal. Hoewel in de orkestpartituur keurig de synopsis van het verhaal is opgenomen met cijfers die naar de bijbehorende muziek verwijzen zijn die cijfers niet in de partituur opgenomen. De partituur vermeldt: These numbers correspond with those appearing in the Piano Score. De onderstaande toelichting is gebaseerd op de onmisbare informatie uit het klavieruittreksel.
 
Introduction.
Een feestelijke theater-ouverture van pauken, trompetten en hoorns . Castagnetten en geroep: Ole! Ole! Ole! Ole!
Een vrouwenstem (mezzo-sopraan) zingt:
Casadita, cierra con tranca la puerta; Vrouwtje, sluit met een balk de deur;
Que aunque el diablo est dormido zelfs als de duivel slaapt -
a lo mejor se despierta! hij zal wakker worden als je het het minst verwacht!
Weer geroep: Ole! Ole! Ole! Ole!  gevolgd door castagnetten en dan pauken, trompetten en hoorns.
Boem, paukenslag: het gaat beginnen!
 
Deel I. Middag.
Geheimzinnige dansmuziek - violen sul ponticello.
1. Het doek gaat open en een charmante muzikale dialoog verklankt de korte scne op het toneel waarin de molenaar bezig is een merel te leren de tijd te zeggen.
Als de molenaar (trompet) twee (uur) zegt antwoordt de vogel (piccolo en viool) drie (uur) waarop de molenaar in woede ontsteekt (furioso). Hij probeert het nog een keer, maar het antwoord vier (uur) maakt de molenaar nog razender:

 

Dan is het de beurt van de druivenplukkende molenaarsvrouw die het lachend heeft aangezien. Zij geeft de vogel een druif en maakt twee gratieuze geluiden (dwarsfluit): twee (uur). De vogel antwoordt: twee uur. Nu weten de toeschouwers dat het middag is.

 

De molenaar erkent dat zijn vrouw een betere onderwijzer is en kust haar. 'Wat ben je mooi' zegt hij (majeur). 'Wat ben je lelijk en toch ben je aantrekkelijk' zegt ze (mineur) en daarbij horen we een melodie die vooral in de finale van het ballet zon belangrijke rol zal gaan spelen:
Er volgen meer korte scnes op het toneel met illustratieve muziek.
2. De molenaar geeft fluitend de planten water (strijkers-flageoletten, fluit en piccolo).
3. Er komt een dandy voorbijlopen (piccolo-solo) die een bewon-derende buiging maakt voor de molenaarsvrouw  (ritenuto). Zij beantwoordt zijn buiging koket waarop de molenaar (strijkorkest, tempo vivo e deciso) hem schijnt na te roepen: Je vindt haar mooi he? Maar ze is wel mijn vrouw!
Nu volgt een korte zesmatige muzikale overgang.
4. Dan naderen in een plechtige optocht (pauken, lage strijkers) de gouverneur, de Corregidor en de Corregidora, zijn vrouw. De driekanten steek die hij draagt, El sombrero de tres picos, is het symbool van zijn hoogwaardigheid. Als de molenaar en zijn vrouw onderdanig buigen laat de Corregidor zijn handschoenen vallen. Als de molenaarsvrouw ze in allerijl opraapt en terugbrengt is de Corregidor meteen in vuur en vlam, maar hij schrikt van de achterdochtige blik van de Corregidora en beiden vervolgen hun weg.
5. Dezelfde geheimzinnige dansmuziek als voor 1 - violen sul ponticello. Een meisje passeert de molen met een kruik op haar hoofd. De molenaar werpt haar kushandjes toe waarop beiden moeten lachen. Maar de molenaarsvrouwsvrouw is gergerd, wordt boos en begint te huilen:
waarna zij zich met vele kussen verzoenen.
6. Meteen daarop verschijnt de gouverneur - fagotsolo. De molenaar zegt jaloers tegen zijn vrouw dat de gouverneur komt om haar het hof te maken, maar zijn vrouw antwoordt dat hij zich achter een boom moet verstoppen en zal zien zien dat ze van hem houdt.
Daarop begint de molenaarsvrouw een trotse fandango te dansen, een dans met een typerende afwisseling van 3/4 en 6/8 maten. Het orkest klinkt als een flamenco-guitaar:
 
Zij doet alsof ze zo opgaat in haar dans dat ze de bewonderende aanwezigheid van de gouverneur niet opmerkt tot ze plotseling stopt met dansen en een grote schrik veinst. De gouverneur (fagotsolo) en de molenaarsvrouw (een zoetgevooisde vioolmelodie) wisselen galanterieen uit:
waarop de molenaarsvrouw opnieuw begint te dansen. In deze snellere dans, The Grapes, met een zelfde afwisseling van 3/4 en 6/8 maat, lokt de molenaarsvrouw met in elke hand een druiventros de gouverneur naar zich toe. Hij probeert met zijn mond een druif bemachtigen en haar daarbij te kussen, maar ze put hem uit en op het moment suprme doet ze alsof ze struikelt en brengt hem daarbij ten val. Daarop verschijnt meteen de molenaar gewapend met een stok en doet alsof hij gelooft dat iemand zijn molen wilde beroven. Pas als de gouverneur hardhandig wordt schoonborstelt krijgt hij door dat hij door het jonge paar bij de neus is genomen. Hij vertrekt furieus met dreigende gebaren waarop de paar de fandango voortzet die de molenaarsvrouw voor de Corregidor had gedanst.
 
Deel II. Avond.
Avond op dezelfde dag: een prachtige Andalusische avond: met heldere sterren, geparfumeerd en geheimzinnig.
De buren zijn op bezoek bij de molen; mannen en vrouwen drinken en dansen de Sequidilla:
De molenaarsvrouw vraagt haar man om voor hun vrienden te dansen. Na de hoorn- en de althobo-solo volgt een dans vol explosieve viriliteit maar ook momenten van grote tederheid. Na deze twee grote dansen volgen verhalende scnes.
1. Tijdens de feestelijke gezelligheid na de dans van de molenaar wordt er plotseling op de deur gebonkt: pa-pa-pa-pam,  het 'noodlots-thema' uit de 5e Beethoven.
2. Als er open wordt gedaan staat daar de Alguacil, die met een arrestatiebevel de molenaar komen ophalen:
 
 
3. Na het tumult is de molenaarsvrouw plotseling alleen: geheimzinnig pianissimo (klarinet, harp en strijkers).
We horen dezelfde mezzo-sopraan, maar van ver weg:
Por la noche canta el cuco In de nacht zingt de koekoek
advirtiendo los casados waarschuwend alle echtgenoten
que corran bien los cerrojos de deuren goed te sluiten
que el diablo est desvelado! omdat de duivel altijd waakzaam is!
Por la noche canta el cuco In de nacht zingt de koekoek
Cuc! Cuc! Cuc! koekoek! koekoek! koekoek!
4. In een muzikale flash-back horen we de Sequidilla.
Dan slaat de koekoeksklok negen - wij weten nu net als in het eerste bedrijf hoe laat het is. Met een ingenieuze combinatie van 3/4 en 2/4 laat Falla het mechaniek van de klok horen, de merel (piccolo) antwoordt :
 
5. Daarop verschijnt de gouverneur (fagot-solo), een Don Juan met trillende knien. Hij is potsierlijk en danst op groteske muziek:
Nu volgen de kluchtige verwikkelingen elkaar in snel tempo op.
We volgen nu alleen het verhaal en niet alle muzikale illustraties.
De gouverneur valt in het water, hij trilt nu niet alleen van liefde maar ook van de kou. De molenaarsvrouw veinst haar woede, pakt haar geweer en richt het op de gouverneur, die zonder een moment van aarzeling zijn natte kleren uittrekt, met zijn driekanten steek op een stoel te drogen hangt, in het bed gaat liggen en de gordijnen dichtdoet.
 
Daarop verschijnt plotseling de molenaar (fluit solo), net ontsnapt aan de Alguacil. Waar hoorden we dat melodietje eerder? O ja, toen The Dandy langsliep:
Als hij de kleren van de gouverneur over de stoel ziet hangen ontsteekt de molenaar in razernij. Dan bedenkt hij een duivels plan. Hij trekt snel de kleren van de gouverneur aan en schrijft met een uitgebrande toorts op de muur:
Mijnheer Corregidor, ik ben weg om me te wreken. De Corregidora is ook erg aantrekkelijk.
Daarop pakt hij de driekanten steek en de handschoenen van de gouverneur en verdwijnt in de nacht.
Meteen daarop verschijnt de gouverneur in een lang hemd en een gestippelde nachtmuts op zoek naar zijn kleren. De tekst op de muur verontrust hem zeer en er rest hem niets anders dan de kleren die de molenaar zojuist heeft achtergelaten aan te trekken.
Dan volgt de dans-finale (Jota) gecomponeerd in een rondo-achtige vorm met een gezongen hoofd-thema:
Als de Alguacil verschijnen om de ontsnapte molenaar opnieuw te arresteren zien ze de gouverneur in de montera en de manta van de molenaar en er vallen rake klappen:
De sprankelende muziek behoeft geen toelichting en op het toneel verloopt nu alles volgens de klassieke regels van de klucht.
 
De molenaarsvrouw slaat de Alguacil om haar 'man' te bevrijden. De molenaar verschijnt in gouverneurskleren en wordt met gejoel door de buurt ontvangen. Als hij ziet dat zijn vrouw de gouverneur tegen de Alguacil verdedigt ontsteekt hij in razende jalousie en werpt zich op zijn rivaal. Als de molenaar en zijn vrouw elkaar weer hebben herkend vindt de verzoening plaats. En de oude viespeuk wordt ontmaskerd en als een pop op een deken gejonast.
                                                                                                                                               
Het jonassen van een pop is het onderwerp van een van de laatste schilderijen van Francisco de Goya, El pelele uit 1791.
Men interpreteert het schilderij als sarcastische maatschappijkritiek waarbij de pop een hooggeplaatste persoon is die de monarchie representeert. De scne op het schilderij kreeg een plaats in de vrijwel gelijktijdig ontstane, op afbeeldingen van Goya geinspireerde, opera Goyescas (1916) van Enrique Granados.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Francisco de Goya, El pelele 1791,
277 X 192 cm.,
Museo del Prado, Madrid, Espaa

 

Picasso's decor en kostuumontwerpen voor El Sombrero de tres picos zijn in boekvorm te bekijken
en o.a in 1978 uitgegeven door Dover:  ISBN: 0486237095
Ook Salvador Dali heeft ontwerpen voor het ballet gemaakt: http://www.marquette.edu/haggerty/exhibitions/past/dalihat.html
http://www.manueldefalla.com
 
 
Het originele Spaanse verhaal dat te grondslag ligt aan Falla's ballet is in het Nederlands vertaald door Sophie Brinkman en in een tweetalige editie (Spaans&Nederland) uitgegeven.
De driekante steek El sombrero de tres picos / druk 1 (Alarcon, P.A. de)
Uitgever: Kemper Conseil Publishing. Eerste druk: 1-11-1992. ISBN: 9789071677076