César Franck, Les Sept Paroles du Christ en Croix (1859).                                                                                © Daan Admiraal 2013.
 
Programmatoelichting voor het concert op Vrijdag 5 april 2013 in Den Haag, H.Antonius Abtkerk, Scheveningseweg 233, Scheveningen.
                                              
                                               César Franck, Les sept paroles du Christ en Croix (1859)  
                                               Gabriel Fauré, Requiem (1890)
                                               Haags Toonkunst Koor, VU-Orkest
 
Bijna 100 jaar lang is het bestaan van een groot werk van de Belgische componist César Franck (1822-1890), Les Sept Paroles du Christ en Croix (1859) voor solisten, koor en orkest, volledig onbekend gebleven. Het werd voltooid in Parijs in 1859 toen Franck verbonden was aan de Ste. Clotilde en het is gedurende zijn leven waarschijnlijk nooit uitgevoerd. Het is heel goed mogelijk dat Franck een uitvoering had gepland voor de passietijd in 1860. Het feit dat Théodore Dubois 1 inmiddels kapelmeester aan de Ste. Clotilde was geworden belast met de koormuziek zou een verklaring kunnen zijn voor het niet doorgaan van een uitvoering van het stuk tijdens het leven van Franck. Daarna verdween het stuk 95 jaar volledig uit het zicht. Het wordt niet in de Franck biografieën vermeld.
In 1954 verkocht een particulier het manuscript van een honderdtal pagina's aan de Universiteits Bibliotheek van Luik, Franck's geboorteplaats. Twintig jaar later (in 1975) stuitte Armin Landgraf tijdens zijn onderzoek naar de kerkmuziek van Franck op het voor de muziekwereld volledig onbekende manuscript in de Luikse UB. De publicatie in 1975 van Landgraf's studie over de kerkmuziek van Franck 2 ontrukte het stuk aan de vergetelheid. De spoedig op die publicatie volgende première in 1977 van Les Sept Paroles 3 was waarschijnlijk de eerste uitvoering ooit. Het stuk verscheen in 1977 bij Carus Verlag 4 in druk onder de Duitse titel Die Sieben Worte Jesu am Kreuz, die vaak slaafs wordt nagevolgd. Wij geven er de voorkeur aan, gezien het ontstaan van het stuk in Parijs en Franck's Frans-Belgische orientatie, de originele Franse titel te gebruiken: Les Sept Paroles du Christ en Croix.
                                           Baldus, Edouard, 1813-1889, photographer - Paris. Sainte Clotilde
					
						
					  	/ 
					  	
					  	E. Baldus. Print
                                                       Edouard Baldus (1813-1889), historische foto van de Ste. Clothilde in Parijs waar
                                                       Franck organist was toen hij in 1859 Les Sept Paroles du Christ en Croix schreef.
 
 
Volgens de regel van de katholieke kerk dat er door vrouwen niet in de kerk mocht worden gezongen is Les Sept Paroles geschreven voor een koor van jongenssopranen en driestemmig mannenkoor: STTB. Ook het solistenkwartet is gebaseerd op dezelfde regel: 1 (jongens?) sopraan en 3 mannen. Wij voeren het stuk uit voor gemengd koor SATB en kozen voor één vrouwelijke soliste. De solistische sopraanpartij heeft overwegend een mezzo-ligging. Franck schreef voor de eerste tenor in soms zeer hoge ligging terwijl de tweede tenor veel meer een bariton-partij is. Bas en bariton-partij kunnen dan ook zeer goed door 1 solist worden gezongen. Wij hebben op grond van deze overwegingen besloten Les Sept Paroles uit te voeren met 3 solisten: vrouwelijke mezzo, tenor en bariton in plaats van de door Franck aangegeven 4 solisten STTB.
In de orkestbezetting is het ontbreken van de klarinetten een opvallend kenmerk. De houtblazers bezetting is 2 fluiten, 2 hobo's en 2 fagotten. Heeft Franck voor deze instrumentatie gekozen omdat hij de nasale klank van hobo's en fagotten boven de zoete klarinetklank prefereerde voor zijn muziek voor de lijdenstijd?  De kopergroep bestaat naast de 2 hoorns die altijd optreden met de houtblazers uit 2 trompetten, 3 trombones en pauken die terughoudend worden gebruikt. Opvallend is dat de vermaarde organist Franck in dit stuk heeft afgezien van een orgelpartij, terwijl dat in veel kerkmuziek voor koor en orkest gebruikelijk was. Daar tegenover is er wel een concertante harppartij, die vooral in het 3e woord met een korte cadens en daarna een zeer opvallend uitgewerkte begeleidingspartij het klankbeeld verrijkt. Verder is de belangrijke cello-solo in het 2e en 5e woord is het vermelden waard.
Het is verbazingwekkend dat de muziek in geen enkel opzicht lijkt op de late César Franck zoals we die kennen van bijvoorbeeld de Vioolsonate in A (1886) en de Symfonie in d (1888). Les Sept Paroles is 'Gebrauchsmusik' geschreven door een groot vakman. De muziek is overwegend homofoon, Franck heeft daarin misschien ook rekening gehouden met de beperkte mogelijkheden van het kerkkoor waar hij voor schreef. Opvallend element in de compositie zijn de opera-achtige ariose delen voor solisten en ook voor het koor, die de compositie soms een onverwacht frivole wending geven.
 
In de bijbelboeken van de vier evangelisten die het leven en sterven van Jezus bespreken (Lucas, Johannes, Markus, Mattheus) spreekt Christus tijdens de kruisiging in totaal zeven zinnen uit. Aan deze 'Zeven laatste woorden' heeft het Christendom altijd een grote betekenis gegeven. Daarbij werd aan het getal 7 (vergelijk de 7 dagen van de week, de 7 hoofdzonden) een symbolische waarde toegekend.
Vele componisten hebben deze teksten op muziek gezet. De bekendste compositie is van Josep h Haydn 5, Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze, waarvan vele versies bestaan: voor orkest, voor koor en orkest, voor strijkkwartet en voor klavier. Andere composities op de 7 laatste woorden zijn van Heinrich Schütz (1645), Charles Gounod, Théodore Dubois en Sofia Gubaidulina. Op basis van een recente vondst van een set manuscripten (in 2009) kan aan deze reeks een origineel werk van Pergolesi worden toegevoegd: Septem verba a Christo in cruce moriente prolata.
De katholieke kerk heeft de 7 kruiswoorden in een chronologische volgorde geplaatst. Die traditionele volgorde van de kruiswoorden die door Haydn en ook door Franck wordt aanhouden is deze:
1. „Vater, vergib ihnen, denn sie wissen nicht, was sie tun.“ (Lk 23,34 EU)
2. „Amen, ich sage dir: Heute noch wirst du mit mir im Paradies sein.“ (Lk 23,43 EU)
3. „Frau, siehe, dein Sohn!“ und: „Siehe, deine Mutter!“ (Joh 19,26-27 EU)
4. „Mein Gott, mein Gott, warum hast Du mich verlassen?“ (Mk 15,34 EU; Mt 27,46 EU)
5. „Mich dürstet.“ (Joh 19,28 EU)
6. „Es ist vollbracht.“ (Joh 19,30 EU)
7. „Vater, in deine Hände lege ich meinen Geist.“ (Lk 23,46 EU)
 
De Nederlandse concertbezoeker kent een aantal van deze kruiswoorden uit de Passionen van Bach. In de Johannes Passion: Frau, siehe, dein Sohn! en vooral het onvergetelijke Es ist vollbracht en in de Matthäus-Passion: Mein Gott, mein Gott, warum hast Du mich verlassen?
 
Deze zeven kruiswoorden zouden we zo kunnen samenvatten: vergeving, heilsverwachting, mede-lijden, verlatenheid, lijden, verlossing, godsvertrouwen. Ze stellen door hun bespiegelende karakter de componist voor het compositorische probleem dat ze alle vragen om meditatieve muziek, dus dwingen tot het componeren in langzame tempi.
De tour de force van het componeren van zeven langzame delen na elkaar is Haydn uitstekend gelukt. Hij sluit zijn compositie na de 7 langzame delen wel af met een stormscène.
Franck heeft de 7 kruiswoorden ook op muziek gezet in langzame tempi maar hij zorgde voor grote muzikale contrasten door daar andere bijbelteksten en enige strofen uit het Stabat Mater tussen te voegen en daarvoor muziek te schrijven in contrasterende snellere tempi. Die andere bijbelteksten zetten de 7 kruiswoorden in een ruimer bijbels perspectief. Ze zijn soms gewoon verklarend voor de scène, werken soms als een filmische flash-back en zijn soms gewoon de oudtestamentische voorspelling van de scene aan het kruis.

 

De 7 kruiswoorden Andere bijbelteksten Vertaling
 
Proloog. Poco lento. Sopraan solo
O vos omnes, qui transitis per viam,
attendite et vidite, si est dolor sicut dolor meus.
Posuit me, Domine, desolatam tota die maerore confectam.
Ne vocatis me Noemi, sed vocate me Mara.
Proloog. Poco lento. Sopraan solo
Jullie die hier voorbijgaan, raakt het jullie niet?
Merk toch op en zie: is er leed als het leed dat mij wordt aangedaan.
Hij verwoeste mijn leven en maakte me ziek, dag na dag. (Klaagliederen 1:12,13)
Noem me niet Noëmi, noem me Mara. (Ruth 1:20)
 
O vos omnes werd vroeger gezongen werd in de Katholieke Liturgie van de Goede Week, de week voor Pasen. De Latijnse bijbeltekst komt uit Klaagliederen 1:12,13. Beroemde laat 16e eeuwse zettingen zijn van Tomás Luis de Victoria (1572 en 1585) en van Carlo Gesualdo (1603, a 5 en 1611, a 6).
Deze proloog-tekst spreekt óns aan, als toeschouwers, en betrekt ons bij het tafereel zoals op een oud schilderij als iemand ons aankijkt.
De gekwelde felle zuchten in de orkestrale inleiding zetten de toon.  Raakt het jullie niet? vraagt de tekst die dan al door de muziek is beatwoord.
 
1. Het 1e woord.                                                                
Pater, dimitte illis, non enim sciunt quid faciunt.
Largo maestoso. Koor:
Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen. (Lucas 23:34)
 
Andere bijbeltekst.
Crucifixerunt Jesum et latrones,
unum a dextris et alterum a sinistris.
L'istesso tempo. Koor.
Ze kruisigden Jesus en ook de misdadigers,
de een rechts en de ander links van Hem. (Lucas 23:33) g
1. Het 1e woord.
Pater, dimitte illis, non enim sciunt quid faciunt.
1. Het 1e woord. Largo maestoso. Koor:
Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen. (Lucas 23:34)
 
Andere bijbeltekst.
Cum sceleratis reputatus est
et ipse peccatum multorum tulit
et pro transgressoribus rogavit.                               
Allegro agitato. Koor:
Hij liet zich tot de zondaars rekenen.
Hij droeg echter de schuld van velen
en nam het voor de zondaars op. Jesaja (53, 12)
1. Het 1e woord.
Pater, dimitte illis, non enim sciunt quid faciunt.
Largo maestoso. Koor:
Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen. (Lucas 23:34)
 
Jezus vraagt meteen na zijn kruisiging vergiffenis voor hen die hebben deelgenomen aan zijn veroordeling en executie. Dat eerste kruiswoord Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen (a) wordt drie keer gezongen in afwisseling met twee andere teksten (b&c) waardoor deze vorm ontstaat: a-b-a-c-a.
De b-tekst is afkomstig van één bijbelvers eerder, het is de beschrijvende tekst over de kruisiging die aan het 1e woord van Christus vooraf gaat. Filmisch gezien is het een flashback.
Franck heeft er voor gekozen in de muziek bij de kruisiging Crucifixerunt Jesum et latrones, unum a dextris et alterum a sinistris af te zien van elke dramatiek, uit de muziek zou compassie moeten klinken. Het ostinato-motief uit de inleiding krijgt even later Beethoveniaanse trekken in de trompetten (7e symfonie) en komt in andere stemmen terug. 
Het dramatische contrast (Allegro agitato) komt pas met de c-tekst Cum sceleratis reputatus est. Het is een heftige koorscène op de bekende voorspelling van Jesaja (53, 12) van de kruisdood van Christus.
2. Het 2e woord.
Amen dico tibi: Hodie mecum eris in paradiso.
Andante con anima. Tenor-solo
Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn. (Lucas 23:43)
 
Andere bijbeltekst.
Domine, memento mei, cum veneris in regnum tuum.
Bariton-solo
Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt. (Lucas 23:42)
 
Een solistish deel zonder koor. Tenor en bariton zingen eerst om beurten elk hun tekststrofe over het toekomstige eeuwige leven in het Paradijs. De tenor zingt de woorden van Christus (a), hij is de Vox Christi, bij J.S.Bach overigens altijd een bas. De bariton doet een voorbede voor ons, de tekst die bij Lucas aan het woord van Christus vooraf gaat (b). Daarna zingen ze in duetvorm elk hun tekst (a+b)De muziek is stilistisch van een naieve 18e eeuwse eenvoud.
 
3. Het 3e woord.
Mulier, ecce filius tuus.
Lento. Bas solo
Moeder, dat is uw zoon. (Johannes 19:26)
 
Stabat Mater-tekst, uit 2e couplet
O quam tristis et afflicta
Fuit illa benedicta
Mater unigeniti
Stabat Mater-tekst, complete 3e couplet
Quis est homo qui non fleret,
Matrem Christi si videret
In tanto supplicio?
Quis posset non contristari,
Piam matrem contemplari
Dolentem cum filio?
Koor
O hoe bedroefd en aangedaan
was die gezegende
Moeder van de Eniggeborene!
Andante. Sopraan en Tenor solo
Welk mens zou niet huilen
bij het zien van Christus' Moeder
in zo'n marteling?
Wie zou niet mede lijden
bij het aanschouwen van de vrome Moeder
lijdend samen met haar Zoon?  (Uit: Stabat Mater)
 
De uitspraak van Jezus: Vrouw, daar is nu je zoon verplaatst onze aandacht naar Maria onder het kruis, de Mater dolorosa, 'Moeder van Smarten'.
En daarmee is de stap om aansluitend de volgende coupletten uit de Stabat Mater-tekst te gebruiken volkomen logisch.
Stabat Mater dolorosa is een beroemd middeleeuws gedicht uit de late 13e eeuw. Het is een van de literaire hoogtepunten van de in die periode opgekomen Maria-verering. De inhoud van het gedicht beschrijft de Moeder die weent onder het kruis van haar zoon en vereenzelvigt zich met zijn en haar lijden. Franck gebruikt van de 10 zesregelige coupletten alleen het derde.
De orkestrale inleiding van 2 hobo's en 2 fagotten is sterk chromatisch. De klagende blazers en de chromatiek drukken smart uit.
 
4. Het 4e woord.
Deus meus, Deus meus, ut quid dereliquisti me?
Lento. Koor:
Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? (Marcus 15:34)
 
Andere bijbeltekst.
Noti mei quasi alieni recesserunt a me
et qui me noverant obliti sunt mei.
Piu mosso.
Ik wordt verafschuwd door mijn naaste vrienden,
ieder die ik liefheb keert zich tegen me. (Job 19:14)
4. Het 4e woord.
Deus meus, Deus meus, ut quid dereliquisti me?
Lento. Koor:
Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? (Mattheus 27:46; Marcus 15:34)
 
Eli, Eli, lama asabthani. Mein Gott, mein Gott, warum hast du nuch verlassen?
Iedereen die deze tekst kent als een van de aangrijpendste hoogtepunten uit de Mattheus-Passion zal hier teleurgesteld zijn omdat Franck niet uitstijgt boven het idioom van een dorpsorganist die het gezang van het kerkvolk met simpele accoorden begeleidt.
Ook hier een driedelige vorm A-B-A. De woorden van Christus in zijn Godverlaten staat (A) worden a capella gezongen. In het contrasterende middendeel (B) wordt de beklagenswaardige oudtestamentische figuur Job opgevoerd, ook naar het schijnt door God verlaten.. Job wordt door God zwaar op de proef gesteld en raakt alles wat hij liefheeft kwijt. De aanduiding Lento bij de terugkeer van het a-deel suggereert dat Franck voor het b-deel een ander tempo in gedachten had. We kozen voor een sneller tempo: piu mosso
 
5. Het 5e woord.
Sitio.                                                     
 
Bariton-solo. Andante ma non troppo.
Ik heb dorst (Johannes 19:28)
 
Andere bijbeltekst.
Dederunt et vinum bibere cum felle mixtum.
Et milites acetum offerentes ei, blasphemabant dicentes:
Si tu es Rex Judaeorum, salvum te fac.
Popule meus, quid feci tibi? Aut in quo contristavi te?
Responde mihi! Quia eduxite de terra Aegypti:
Parasti crucem Salvatori tuo.
Ze gaven Jezus met gal vermengde wijn (Matheus 27:34).
Ook de soldaten boden hem azijn aan, terwijl ze zeiden:
Als je de koning van de Joden bent, red jezelf dan! (Lucas 23:36,37)
Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? Waarmee heb Ik u bedroefd?
Antwoord Mij. Omdat Ik u uit het land van Egypte heb gevoerd:
hebt gij voor uw Verlosser een Kruis bereid (uit: Improperia)
 
De bariton solist zingt nu in de rol van Christus het 5e kruiswoord dat in het Latijn bestaat uit slechts één woord Sitio (Ik heb dorst). Meteen aansluitend zingt de bariton in een snelle rolwisseling als ooggetuige/verteller wat de Romeinse soldaten daarop deden: ze gaven hem met gal vermengde wijn en azijn (A). In de contrasterende vervolgtekst worden de Romeinse soldaten als sprekende personen opgevoerd.  Het is een overwegend eenstemmig krachtdadig snel koordeel (B). In de passies van Bach zouden we dit een turba-koor noemen. De muzikale vorm is tweedelig: AB/AB, langzaam-vlug / langzaam-vlug want hierna worden het A- en het B-deel herhaald.
Het Beklag Gods of Improperia (kerkelijk Latijn, meervoud van improperium = verwijt) is een gezang tijdens de kruisverering in de Latijnse liturgie van Goede Vrijdag. Het wordt door het koor gezongen, terwijl de gelovigen het kruis vereren.
Na de Improperia wordt het Crux fidelis gezongen. Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Beklag_Gods
 
6. Het 6e woord.
Consummatum est!
 
Poco lento. Koor:
Het is volbracht (Johannes 19:30)
 
Andere bijbeltekst.
Peccata nostra ipse pertulit in corpore suo super lignum:
Ut, peccatis mortui, justitiae vivamus.
 
Vere, languoros nostros ipse tulit,
 
et livore ejus sanati sumus.
Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen,
opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven                     (1 Petrus 2:24)
Tenor - koor:
Hij was het die onze ziekten droeg,
Koor:
zijn striemen brachten ons genezing (Jesaja 53:4,5)
 
Ook het 6e kruiswoord Consummatum est! is door Bach's Johannes-Passion in ons geheugen gekerft: Es ist vollbracht!
De orkestrale introduktie geeft weer (vergelijk nr.3) met de nasaliteit van hobo en fagotten de bitterheid van het lijden.
Het is verbazend dat Franck hier niet koos voor de individuele stem van een solist, bij Bach de vox Christi, maar voor het koor. Misschien wilde hij door middel van het koor de compassie van allen met de lijdende Christus uitdrukken.
Het is verbazend waarom de harp opduikt bij de Jesaja tekst: Hij was het die onze ziekten droeg, zijn striemen brachten ons genezing (Jesaja 53:4,5) van tenor en koor.
Franck verwijst met de harp waarschijnlijk naar de bekende bijbelse scene waarin David de door kwade geesten overmande Saul met zijn lierspel tot rust brengt:
En telkens als de demon Saul lastig viel, nam David de citer en speelde hij erop: dan kalmeerde Saul en voelde hij zich beter en de boze geest week van hem.          (I Samuel 16, 23)
 
7. Het 7e woord.
Pater, in manus tuas commendo spiritum meum.
 
Andante. Tenor-solo.
Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. (Lucas 23:46)
 
Andere bijbeltekst.
Pater meus es tu, Deus meus,
 
susceptor salutis meae. Psalm 88/89:27 (Vulgata)
 
In manus tuas commendo spiritum meum.
Tenor-solo.
Mijn Vader bent U, mijn God,
Koor.
en de rots die mij redt. Psalm 88/89:27 (Vulgata)
Tenor-solo en koor
In uw handen beveel Ik mijn geest. (Lucas 23:46)
 
Het laatste kruiswoord Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest (A) wordt door de tenor gezongen in een stijl die aan de Franse opera doet denken. Opmerkelijk is twee keer de hoge c, die in de romantische Franse opera als hoogste tenorligging niet ongebruikelijk was.
Het middendeel (B) is niet echt contrasterend, zowel qua muziek en als qua tekst. God is ook hier een veilig toevluchtsoord zoals met Psalm 88/89 wordt verduidelijkt:              Mijn Vader bent U, mijn God, en de rots die mij redt.
Psalm 88/89 is slechts een van de vele Psalmen waarin God met een rots wordt vergeleken. Zoals in veel eerdere delen komt na het in beurtzangen na elkaar van tenor en koor de synthese in het tweede A-deel. Koor en tenor sluiten samen af met het kruiswoord Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.
 
Voetnoten.
1. Théodore Dubois (1837-1924) was een Frans componist die vooral dank zij zijn orgelcomposities bekend is geworden. Dankzij het winnen van de Prix de Rome was hij vanaf 1868 werkzaam als koordirigent aan St. Clotilde in Parijs. Hij volgde negen jaar
    later Camille Saint-Saëns op als organist aan La Madeleine. In het jaar 1871 werd hij benoemd tot professor harmonieleer aan het Conservatoire de Paris, waarvan hij van 1896 tot 1905 directeur was. Tot zijn leerlingen behoorden Paul Dukas en Florent
    Schmitt. Dubois werd in 1905 gedwongen af te treden als directeur van het Conservatoire, omdat hij geweigerd had de Prix de Rome toe te kennen aan Maurice Ravel. De verontwaardiging daarover werd nog aangewakkerd door een vlammende open brief
    die Romain Rolland geschreven had. Gabriel Fauré nam het directeurschap over. Dubois schreef 8 naar na Franck zelf ook een koor-compositie Les Sept Paroles du Christ (1867) (46') STB-solo 2222-4230 timp perc hp org str. Kalmus Edition.   terug
2.  Musica sacra zwischen Symphonie und Improvisation: César Franck und seine Musik für den Gottesdienst.
    Armin Landgraf, Tutzing, 1975. ISBN-13: 9783795201630; ISBN: 3795201632 pp.74-90. terug
3. De première van Les  op 6 maart 1977 in de Martinskirche in Geislingen an der Steige o.l.v. Armin Landgraf.   terug
4 Klavieruittreksel Carus Verlag CV 40.095. Partituur en de complete set orkestpartijen te huur bij  de KCZB in Voorschoten.   terug
5. Voor een goede inleiding tot Haydns Sieben letzten Worte verwijs ik naar Wikipedia: o.a. http://de.wikipedia.org/wiki/Sieben_Letzte_Worte terug
6. Men wist al sinds 1930 dat in verschillende bibliotheken handgeschreven bladmuziek lag van het oratorium Septem verba a Christo in cruce moriente prolata (de zeven woorden van de stervende Christus aan het kruis) met daarop de aantekening Sig Pergolese. Dirigent Hermann Scherchen sprak destijds al zeer lovend over de muziek op grond van zijn intrinsieke kwaliteiten: 'een van de meest oprechte kunstwerken, vol van diepe tederheid en een alles overwinnend gevoel voor schoonheid' . De jonge musicoloog Reinhard Fehling ontdekte in de abdijen van Kremsmünster en Aldersbach nog twee manuscripten en concludeerde in 2009 dat deze partijen uit één bron komen en dat het een origineel werk van Giovanni Battista Pergolesi is. Uitgever Breitkopf zond de partituur naar René Jacobs, die zozeer door dit werk werd begeesterd dat het werk alsnog in augustus 2012 in première ging en voor het eerst werd opgenomen. Akademie für Alte Musik Berlin, Rene Jacobs. Het is geen koorwerk maar een solocantate.