Glinka, Ouverture Roeslan en Loedmila.                                                                                                                                         © 2012, Daan Admiraal.
 
Michail Glinka (1804-1857) wordt wel de vader van de Russische muziek genoemd 0. Hij is de wegbereider van de Russiche nationale stijl door zijn gebruik van Russische volksliederen in de kunstmuziek. Daarmee heeft hij generaties Russische componisten na hem sterk beïnvloed.
De in de concertzaal veel gespeelde ouverture Roeslan en Loedmila van Glinka is afkomstig uit zijn gelijknamige opera uit 1842. De opera is gebaseerd op het sprookjesgedicht Roeslan en Loedmila uit 1820 waarmee de jonge Russische dichter Alexander Poesjkin (1799-1837) in een klap beroemd werd. Karel van het Reve vat het gedicht als volgt samen: 'Twee gelieven worden door een boze tovenaar van elkaar gescheiden en hervinden elkaar na veel avonturen.'1
De ontijdige dood van Poesjkin bij een duel maakte een eind aan Glinka's hoop dat de dichter voor hem een operalibretto zou schrijven. Dat werd vervolgens door vele anderen gedaan. De schitterende romantisch-exotische decorontwerpen van Andreas Roller (1805-1891) voor de première zijn bewaard gebleven.
 
Enige kennis van de betekenis van de muziek in de opera helpt ons bij het beter verstaan van de ouverture. De sprankelende muziek waar de ouverture mee begint en die zo geschikt is om een concert mee te openen is afkomstig uit het slot van de opera, de koorscène in de vijfde Acte als Roeslan en Loedmila trouwen 2 :
           
 
 
 
           

Omdat de metronoomcijfers van de ouverture zo verschillen van de parallelplekken in de opera hoort men de ouverture in zo veel verschillende tempi uitgevoerd.3

Het tweede thema in de ouverture is een echt zangthema. Het komt uit Roeslans basaria uit de tweede Acte 4 waarin hij zijn liefde voor Loedmila bezingt. In de ouverture wordt de melodie gespeeld door alten, celli met fagot waarna de violen en hoge houtblazers het in een tutti-orkestratie herhalen.

Een bijzondere muzikale gebeurtenis vindt nog plaats aan het einde van de ouverture als het hoofdthema wordt begeleid door een dalende heletoons toonladder. Het is volgens sommigen ook daar Glinka's muzikale typering van de kwade dwerg Tsjernomor, maar dan wordt hij in de ouverture maar heel even aangeduid en het klinkt eigenlijk best vrolijk  5:

                                    

                                               
                                                  Andreas Roller (1805-1891), De tuinen van Tsjernomor, decorontwerp voor de opera Roeslan en Ljoedmila (1842).
                                                  A.A. Bakhrushin State Central Theatrical Museum, Moscow.
          
Voetnoten.
0. Tsjaikovski vergeleek Glinka's orkestwerk Kamarinskaja (1848) eens met 'een eikel waarin je de hele eik van de Russische muziek kunt zien'.
1. Karel van het Reve, Geschiedenis van de Russische literatuur. Van Oorschot, Amsterdam. 1985. Een synopsis van het operalibretto staat op wikipedia:
    http://en.wikipedia.org/wiki/Ruslan_and_Lyudmila_%28opera%29
2. Acte V, nr.27. De bruiloftsmuziek past heel goed in de ouverture omdat de opera ook begint met de bruiloft van Roeslan en Loedmila die alleen - donderslag -
    eindigt met de ontvoering van Loedmila door Tsjernomor.
3. De huwelijks-scène in de opera (Acte V, nr.27) geeft Prestissimo met metronoomcijfer 1/2=152. Maar de zelfde muziek in de ouverture tot de opera geeft
    Presto met metronoomcijfer 1/2=140 (in sommige uitgaven: 1/2=135). Kennelijk wilde Glinka de ouverture langzamer om in de finale met een hoger tempo extra
    opwinding te bereiken. Omdat die overweging bij concertuitvoeringen vervalt wordt de ouverture vaak flitsend snel uitgevoerd. Het zangthema uit de
    ouverture heeft in de parallelplek in de opera in de orkestpartituur geen metronoomcijfer. Het klavieruittreksel van Balakirev geeft Allegro con spiritu en 1/2=116.
4. Acte II, nr.7. Het klavieruittreksel van Balakirev geeft Allegro con spiritu en 1/2=116.
5. Tsjernomors wordt vergezeld door de hele toonstoonladder, een muzikale typering in de ouverture en de opera waar veel over geschreven is. De hele toonstoonladder duikt voor het eerst tegen het einde ouverture op in de baslijn en wordt later ook gebruikt bij de ontvoering van Ljoedmila (Klav.p.76):
en daarna in het koor dat de strijd tussen Tsjernomor en Roeslan begeleidt. Het onderscheid dat Glinka maakte tussen diatonische muziek voor menselijke karakters en chromatische muziek voor de magische karakters is later terug te vinden in de opera’s van Nikolaj Rimski-Korsakov en speelde ook nog een constructieve rol in Strawinsky's Vuurvogel. Een beroemd voorbeeld hiervan is het vernieuwende gebruik van de heletoons-toonladder die voor het eerst tegen het einde ouverture in de bas opduikt, en later ook gebruikt wordt bij de ontvoering van Ljoedmila en in het koor dat de strijd tussen Tsjernomor en Roeslan begeleidt.