Liszt, Von der Wiege

http://www.dbnl.org/tekst/_vla016198501_01/_vla016198501_01_0022.php

Op de titelpagina van de partituur staat de opdracht: Michael von Zichy / verehtungsvoll gewidmet. En dan gaat het tweetalig verder:
Von der Wiege bis zum Grabe / Symphonische Dichtung / nach einer Zeichnung von / Michael Zichy / componirt von / Franz Liszt.
Du berceau jusqu'ŕ la tombe / Počme symphonique / d'apres un dessin de / Michel Zichy / par F. Liszt.
Mihály Zichy (Hungarian pronunciation: [ˈmihaːj ˈzitʃi]; German: Michael von Zichy; October 15, 1827, Zala, Hungary – February 28, 1906, St. Petersburg, Russia) was a Hungarian painter and graphic artist.

Mihály Zichy was a significant representative of Hungarian romantic painting. During his law studies in Pest from 1842, he attended Jakab Marastoni's school as well. In Vienna he was Waldmüller's pupil in 1844. "Lifeboat", his first major work, comes from this time. On Waldmüller's recommendation, he became an art teacher in St. Petersburg. He swore allegiance to freedom by painting the portrait of Lajos Batthyány, the first Hungarian prime minister, in 1849. From 1850 onwards, he worked as a retoucher, but he also did pencil drawings, water colours and portraits in oil. The series on the Gatchina hunting ordered by the Russian tsar raised him to a court artist. He founded a society to support painters in need. "Autodafé" on the horrors of Spanish inquisition was painted in 1868. He travelled around Europe in 1871, and settled down in Paris in 1874.

He painted "Queen Elisabeth Laying Flowers by the Coffin of Ferenc Deák" to a commission from Treffort. "Drinking Bout of Henry III", his next large-scale picture, came in 1875. "The Victory of the Genius of Destruction" painted for the Paris Exhibition was banned by French authorities because of its daring antimilitarist message. He left Paris in 1881 and returned to St. Petersburg after short stays in Nice, Vienna and his native Zala. From this time onwards, he was mostly engaged in illustrations ("The Tragedy of Man" by Madách, 1887, and twenty-four ballads of János Arany, 1894–98).
http://books.google.nl/books?id=egBYVyhbUWQC&pg=PA70&lpg=PA70&dq=Mih%C3%A1ly+Zichy+and+Liszt&source=bl&ots=53Nyn7v_nc&sig=BSthyNHhIHBGsHZ_jI9WNBFM1Mw&hl=nl&sa=X&ei=hNpVUrL3McaR0AWUloGQCw&ved=0CEwQ6AEwAw#v=onepage&q=Mih%C3%A1ly%20Zichy%20and%20Liszt&f=false
   
   

                                                France 6 Aout 1881. Salut a François Liszt de la part de Michel de Zichy. 

Als we de prent bekijken zien we links onderaan een moeder die liefdevol met haar kind op schoot zit naast een wiegje - het eerste deel van Liszts symfonische gedicht. Rechts onder in beeld zien we de uitbeelding van het slotdeel van Liszts driedelige compositie. Een donkere priesterfiguur is biddend afgebeeld bij alle attributen van een uitvaart. We zien de vage contouren van een kist met een bloemenkrans met daarachter een grafsteen, kandelaars met kaarsen. Schetsmatig op de achtergrond de zangers van een koor. Voor wie de beeldtaal van de prent niet meteen doorziet heeft Michael Zichy beide scenes gescheiden door een banier met de tekst DU BERCEAU AU CERCUEIL - van de wieg tot de doodskist. Het is het kleine kind op de moederschoot dat rechts in beeld wordt begraven.
Maar ons oog wordt onwillekeurig omhoog getrokken naar de bovenste helft van de prent. De blikvanger is een vrouw in de kracht van haar leven, afgebeeld in een theatrale pose. Ze leunt met haar linkerarm op een stapel boeken, haar rechterhand rust op een lier. Zij leeft kennelijk voor de kunst, de muziek misschien maar als het geen muziekboeken zijn ook voor de literatuur. Naast de stapel boeken ligt een cello. Een halve cirkel van lauwertakken verwijst naar haar aardse roem. Bij haar voeten zien we half opgerolde vellen muziek. De blik van de vrouw is op de aardse horizon gerichte, in tegenstelling tot de introverte neerwaardse blik van de jonge moeder en van de biddende priester. Maar weer wordt ons oog naar boven geleid naar het lichtste deel van de prent boven het gezicht van de vrouw waar zes engelen zijn afgebeeld. Drie van de engelen geven de prent zijn opwaardse dynamiek met gebaren en blikken die hemelwaards wijzen. Zij zien iets dat buiten het kader van de prent valt.
De prent zou ook een mooie uitbeelding kunnen zijn van het programma van Liszts bekendste symfonisch gedicht Les Préludes: het leven is een reeks preludes waarvan de dood uiteindelijk de thematiek bepaalt.
 
I. Die Wiege. (Le berceau.) Andante. 2 fluiten, harp ad libitum, violen 1&2, altviolen.
II. Der Kampf um's Dasein. (Le combat pour la vie.) Agitato rapido. 2 piccolo's, 2 fluiten, 222-4231 pk Becken ohne grosse Trommel
III. Zum Grabe: Die Wiege des zukünftigen Lebens. (Ŕ la tombe: berceau de la vie future.) Moderato quasi Andante.22*22-4200 pk

His last symphonic poem, From the Cradle to the Grave inspired by a drawing by Mihály Zichy, likewise „sublates” (in the Hegelian sense) the legacy of the great symphonic poems and programme symphonies from the Weimar period. Orchestrated with unusual economy, this piece grew from one movement to three in the course of a lengthy compositional process, and shows, through a web of thematic-motivic interrelationships, that the grave is in fact the cradle of eternal life.