Mendelssohn, Verleih uns Frieden                                                                                                   Programmatoelichting 07-01-2012, © Daan Admiraal

Mendelssohn (1809-1847) schreef Verleih’ uns Frieden gnädiglich (1831) voor koor en klein orkest tijdens zijn Grande Tour door Europa (1829-1831) en wel in Italie waar in dezelfde tijd dat ook zijn Italiaanse Symfonie ontstond. Het aanvankelijke compositieplan was een 'Canon mit Cello und Bässen', daarna werd voor een andere opzet gekozen. Een overblijfsel uit het oorspronkelijke idee zijn de 2 concerterende cellostemmen. De orkestbezetting is zeer bescheiden, naast het kleine strijkorkest slechts 6 houtblazers: 2 fluiten, 2 klarinetten en 2 fagotten.
 
Mendelssohn gebruikte een oude tekst 1 van de leidende figuur van de Duitse Reformatie, Martin Luther (1483-1546):
 
                                           Verleih’ uns Frieden gnädiglich,
                                           Herr Gott, zu unser’n Zeiten,
                                           Es ist doch ja kein Ander’ nicht,
                                           Der für uns könnte streiten,
                                           Denn du, unser Gott alleine.
 
De tekst is een gebed om vrede. Als daarmee de militaire, politieke, sociale of huiselijke vrede was bedoeld zou ieder pacifistisch persoon zich daar meteen in kunnen vinden. Maar Luther bedoelt met Frieden die speciale innerlijke vrede die ons alleen van Godswege gnädiglich kan worden verleend. Zu unser'n Zeiten: verwijst naar ons eigen leven en wel naar de korte tijd van ons aardse bestaan. De laatste zin verwijst naar onze morele zwakte. Want de Frieden kan alleen worden bereikt wordt met Gods hulp: er is geen ander dan U, onze God, die für uns (lees: voor ons zielenheil) zou kunnen strijden.
 
Omdat de muziek zo oorstrelend prachtig is zal ook de a-religieuze luisteraar die niets met deze vrome tekst kan beginnen verrukt luisteren. En dit  'kleine Lied' zoals Mendelssohn het zelf ooit noemde zal bij menig luisteraar een vredige en gelukzalige stemming oproepen, door de sereniteit van de melodieën in dat aangename Andante tempo, door de welluidende samenklanken en de heldere vorm. Ook Robert Schumann (1810-1856) heeft dit stuk gehoord of doorgespeeld aan de piano en besproken - maar weinig andere componisten konden zich zo waarderend uitlaten over het werk van hun collega's. Aan hem danken we deze bewonderende woorden 2 :
 
'(...) eine einzig schöne Composition, von deren Wirkung man sich nach dem bloßen Anblick der Partitur wohl kaum eine Vorstellung machen kann. (...) Das kleine Stück verdient eine Weltberühmtheit und wird sie in Zukunft erlangen; Madonnen von Raphael und Murillo können nicht lange verborgen bleiben.'
 
Voetnoten.
1. Gepubliceerd in een verzameling Geistliche Lieder,Wittenberg, 1533.
2. Neue Zeitschrift für Musik, Bd 12, Leipzig, 1840.