Mozart Mis in c KV 427, programmatoelichting   © Daan Admiraal, 2004                        vrijdag 29 oktober 2004

home       articles

Ontstaan van de Mis in c.
Het is voor de muziekwereld een groot verlies dat Mozarts Mis in c, KV 427 onvoltooid is gebleven. Samen met zijn eveneens onvoltooide Requiem gaat het om zijn meest grandioze kerkmuziek. Wat er bewaard is gebleven (wij zullen dat in het vervolg van dit artikel het ‘torso’ noemen) zou in voltooide staat een monumentale Missa solemnis zijn geweest die bijna alle miscomposities uit die tijd door zijn grootse opzet en de kwaliteit van de muziek zou hebben overtroffen.
Mozart had zijn vader Leopold Mozart beloofd een grote mis te schrijven en die in Salzburg uit te voeren als hij het stadje weer zou bezoeken na zijn huwelijk 1 met Constanze. De blazers bezetting van de Mis, zonder fluiten en klarinetten, was in Salzburg gebruikelijk.
Het paar trouwde op 4 augustus 1782 in Wenen en op 26 october 1783  werd de Mis in c in onvoltooide staat 2. in Salzburg in de St.Peter uitgevoerd door een klein ensemble met Constanze als sopraan soliste 3.
Dat de compositie daarna onvoltooid bleef zou alleen al veroorzaakt kunnen zijn door tijdgebrek: Mozart had als vrij gevestigd musicus in het Weense muziekleven een overvolle agenda als componist en klaviervirtuoos. Of had hij even helemaal genoeg van de kerkmuziek na zijn frustrerende ervaringen in het benepen Salzburg? Maar waarschijnlijk heeft het keizerlijke decreet van keizer Josef II (1741-1790), dat van 1783 tot 1793 het gebruik van orkestrale begeleiding in de Oostenrijkse kerkmuziek beperkte, veroorzaakt dat Mozarts tot dan toe overvloedige misproductie van 16 missen in 1783 plotseling stagneerde. Het zou de verklaring kunnen zijn waarom hij de Mis in c nooit voltooide en alleen in zijn sterfjaar 1791 nog voor een anonieme opdrachtgever het Requiem schreef. Ook Haydn schreef om dezelfde reden tussen 1782 en 1796 geen missen meer.
Hoewel de zojuist genoemde belofte aan zijn vader een directe aanleiding voor Mozart is geweest om de Mis in c te componeren is er ook een goede reden voor de bewering dat hij de muziek vanuit een innerlijke noodzaak heeft geschreven. Mozart leerde na zijn aankomst in Wenen al snel de werken van Bach en Händel kennen via een Nederlandse geleerde en amateur musicus, baron Gottfried Van Swieten 4 (Leiden?1733?-Wenen 1803), die sedert 1777 directeur was van de keizerlijke bibliotheek en daar een appartement bewoonde. Ieder zondag werd er om 12 uur bij hem thuis gemusiceerd door het door hem opgerichte Musicalische Cavaliers-Gesellschafft. Mozart leerde Van Swieten al snel kennen nadat hij in1781 in Wenen was komen wonen en werd een trouwe bezoeker van de inspirerende muzikale matinees:
Ich gehe alle Sonntage um 12 uhr zum Baron von Suiten – und da wird nichts gespiellt als Händl und bach. – ich mach mir eben eine Collection von den Bachischen fugen. – so wohl sebastian als Emanuel und friedeman Bach. (10 april 1782).
Sommige delen van de Mis in c zijn daarom ook het resultaat van Mozarts innerlijke verwerkingsproces van de muziek van Bach 5 en Händel 6.
Davidde Penitente.
Hoewel Mozart de Mis in c naar wij op grond van goede argumenten aannemen nooit voltooide kreeg hij in 1785 een opdracht van de Wiener Tonkünstlersozietät tot het schrijven van een ‘Psalm’ voor twee liefdadigheidsconcerten ten behoeve van weduwen van musici. Door tijdgebrek gedwongen liet hij een Italiaanse tekst schrijven door een Italiaanse dichter (waarschijnlijk Lorenzo del Ponte), paste de muziek van de eerste twee delen van de onvoltooide Mis aan de nieuwe tekst aan en schreef noch een snel een nieuwe sopraan- en tenoraria. Het werd de Cantate Davidde Penitente KV 469, die twee keer op matig bezochte concerten werd uitgevoerd.
Receptiegeschiedenis.
Het torso werd pas in 1840 uitgegeven en wij weten alleen dat er een (gecompleteerde?) uitvoering van de Mis in c plaatsvond in Wenen in 1847. De muziek van de mis in c bleef in de 19e eeuw alleen bekend in de vorm van de Cantate Davidde Penitente.
Pas in de 20e eeuw kwam de Mis in c weer tevoorschijn uit de vergetelheid. De Dresdener Kapellmeister Alois Schmitt publiceerde samen met Ernst Lewicki bij Breitkopf&Härtel in 1901 een nieuwe editie van de mis. Schmitt gebruikte het torso en completeerde het tot een volledige mis met muziek uit andere kerkmuziek van Mozart 7. Het gaat daarbij uitsluitend om de ontbrekende Credo-delen want voor het Agnus Dei greep hij terug op de muziek van het Kyrie.
Een grote verdienste van Schmitt is geweest dat hij als eerste ondanks het schetsmatige karakter van de overgebleven partijen de dubbelkorige opzet van Hosanna en Sanctus heeft ontdekt. Er zijn echter twee redenen om de Schmitt-versie ten sterkste te verwerpen. De oorspronkelijke blazers-orkestratie van Mozart (2 hobo’s, 2 fagotten, 2 hoorns, 2 trompetten, 3 trombones) werd door Schmitt, overigens alleen in zijn eigen toevoegingen, ‘verrijkt’ met 2 fluiten en 2 klarinetten. Die 2 fluiten en de 2 klarinetten zijn door Schmitt slechts gebruikt om de 2 hobo's unisono of in octaven te verdubbelen. Daardoor wordt het stralende, nasale dubbelriet geluid van de hobo’s en fagotten door de fluiten en klarinetten verzacht. Dat romantiseert niet alleen de orkestklank en maakt het klankbeeld vet en ondoorzichtig. Schmitts fluiten en klarinetten kunnen zonder dat er ook maar 1 noot verdwijnt maar beter gewoon weggelaten worden waarmee zijn orkestrale obesitas meteen is verdwenen. Verder zijn de door Schmitt toegevoegde delen, hoe begrijpelijk ook vanuit het (al dan niet liturgische) verlangen naar een complete mis, stilistisch zeer aanvechtbaar. Overigens wordt de door Schmitt voor het Crucifixus gebruikte muziek door de huidige Mozartonderzoekers niet meer als een originele compositie van Mozart maar van de Salzburgse componist Ernst Eberlin beschouwd.
Oertekstuitgaven.
De Schmitt-versie was de eerste helft van de 20e eeuw de gangbare editie en heeft veel bijgedragen tot de bekendheid van het stuk. Het torso en de originele Mozart-klank werden weer in ere hersteld met de edities van Robbins Landon, 1956 en de Neue Mozart Ausgabe (1983), die een wetenschappelijke editie van het naakte torso uitbracht en daarnaast een praktische uitgave waarin door de componist Helmut Eder de door Mozart niet volledig geïnstrumenteerde delen zijn voltooid. Er zijn inmiddels meer praktische uitgaven van het torso. Zo verscheen in 1989 bij Amadeus Verlag een uitgave 'Ergänzt und herausgegeben' von Franz Beyer.
Beschrijving van het torso.
Na het volledige Kyrie en Gloria is de onvoltooide staat van het Credo voor elke kenner van de misliturgie een storend gemis: na de complete tekst van het eerste geloofsartikel over God de Vader stopt de muziek in de uitgebreide tekst over de Zoon abrupt na de aria over de menswording van God Et incarnatus est. Wij missen hierna de muziek op belangrijke teksten over de kruisiging (Crucifixus), dood en begrafenis (passus et sepultus est) en opstanding (et resurrexit) van Christus, maar ook de zinnen gewijd aan Zijn hemelse zetel (sedet ad dexteram Patris) en aan Zijn terugkeer voor het laatste oordeel (et iterum venturus est, …, judicare vivos et mortuos). Daarna missen wij ook nog de strofen over de heilige geest (et in Spiritum Sanctum), de universele kerk (et unam, sanctam, catholicam et apostolicam ecclesiam), de doop (Confiteor unum baptisma) en het geloof in de wederopstanding (et expecto resurrectionem mortuorum).
Na een min of meer compleet Sanctus met Hosanna en Benedictus valt Mozarts pen opnieuw stil: het laatste misdeel Agnus Dei ontbreekt.
Toevoegingen / coupures van Schmitt

Originele Mozart-delen

Solo

Koor

Mozart-orkestratie

Schmitt-orkestratie
 

Kyrie

-

SATB

0202-2230 pk

 
 

Christe eleison

S

SATB

0202

 
 

Kyrie

-

SATB

0202-2230 pk

 
 

II,1. Gloria in excelsis

-

SATB

0202-2200 pk

 
M45 t/m M51=S45;
M117 t/m M123=S110
II,2. Laudamus te

S

-

0202-2000

 
 

II,3. Gratias

-

SSATB

0202-2230 pk

 
 

II,4. Domine

SS

-

000(2)

 
 

II,5. Qui tollis

-

SATB- SATB

0202-2230

 
 

II,6. Quoniam

SST

-

0202

 
 

II,7. Jesu Christe

-

SATB

0202-2230 pk

 
 

II,8. Cum sancto spiritu

-

SATB

0202-2200 pk

 
 

III,1. Credo in unum Deum

-

SSATB

0202-2000

 
M33 t/m M39=S33; M70t/mMM77=S63
Snaslag in fermate-maat uitgeschreven als drie achtsten

III,2. Et incarnatus est

S

-

1101-(2)

 
III, 3 Crucifixus (Ernst Eberlin)          
III,4          
III,5          
III,6          
III,7          
 

IV,1.  Sanctus

-

SATB-SATB

0202-2230 pk

 
 

IV,2. Hosanna

-

SATB-SATB

0202-2230 pk

 
 

IV,3. Benedictus

SSTB

-

0202-2000

 
 

IV,4. Hosanna

-

SATB-SATB

0202-2230 pk

 
Agnus Dei          

 


Voetnoten.
1. Zowel Mozarts overstap van een vast dienstverband in Salzburg naar het vrije kunstenaarsschap in Wenen zonder vaste aanstelling als zijn voorgenomen huwelijk met Constanze hadden niet de instemming van vader Leopold.  terug
2. Of de ontbrekende delen door andere composities van Mozart werden vervangen weten we niet. terug  
3. Door Mozarts zuster Maria Anna (‘Nannerl’) in haar dagboek vermeld. terug
4. Baron Van Swieten was ook bevriend met Haydn. Hij is de tekstdichter van zijn oratoria Die Schöpfung en Die Jahreszeiten. terug
5. Het Köchel-Verzeichnis vermeldt een aantal Bach-bewerkingen.  Of  Mozart de auteur is van alle deze Bach-bewerkingen voor strijktrio, -kwartet en –kwintet wordt de laatste tijd in twijfel getrokken. Men gaat er nu van uit een aantal van een onbekende uit de kring rond van Swieten stamt. terug
6. Mozarts intense bemoeienis met Händel zou jaren later in opdracht van Van Swieten leiden tot nieuwe instrumentaties van Händels Acis and Galathea, KV 566; The Messiah, KV 572; Alexander’s Feast, KV 591 en Ode for Cecilia’s day, KV 592. terug
7. Dit zijn de toevoegingen van Alois Schmitt (1901-editie): 
A.S.11. Crucifixus etiam pro nobis sub Pontio Pilato, passus et sepultus est. (K.V. Anhang 21). (Ernst Eberlin).
A.S.12. Et resurrexit tertia die, seundum Scripturus; et ascendit in coelum, sedet ad dexteram Patris; et iterum venturus est, cum gloria, judicare vivos et mortuos; cujus regni non erit finis.  (K.V.139 and K.V.323).
A.S.13. Et in Spiritum Sanctum, Dominum et vivificantem, qui ex Patre Filioque procedit; qui cum Patre et Filio simul adoratur et conglorificatur; qui locutus est per Prophetas. (K.V.262).
A.S.14. Credo in unam sanctam catholicam et apostolicam ecclesiam. Confiteor unum baptisma in remissionem peccatorum; et expecto resurrectionem mortuorum. (K.V.322 and K.V.337).
A.S. 15. Et vitam venturi saeculi, amen. (K.V.262)
A.S.18. Agnus Dei. De Kyrie-muziek werd voorzien van deAgnus-tekst.  terug