Respighi, Pini di Roma (1923), een korte inleiding met een overzicht van de gebruikte melodieën. Deze toelichting is geschreven voor de concertreeks van het VU-Orkest in juni-juli 2014.    © 2014 Daan Admiraal.
 
Alle grote 19e eeuwse Italiaanse componisten - Rossini, Donizetti, Bellini, Verdi, Puccini - waren primair operacomponist. In Italie is daarom in de 19e eeuws nauwelijks symfonisch repertoire geschreven. Daar kwam in de vroege 20e eeuw opeens verandering in toen de generatie van de ‘tachtigers’ opstond: Pizzetti, Respighi, Casella en Malipiero (‘la generazione dell' ottanta’) schreven allen belangrijke orkestwerken. Van hen is Ottorino Respighi (1879-1936) bij het huidige concertpubliek de bekendste als componist van orkestwerken met een fijnzinnige, sensuele maar soms ook bombastische orkestratie. Zijn lessen bij Rimski-Korsakov tijdens zijn verblijf in Rusland (ca. 1900), toen hij altviool speelde in het Keizerlijk Theater in Sint-Petersburg, hebben hem als groot orkestrator gevormd maar hij heeft ook goed geluisterd naar de Franse impressionisten en dan vooral naar Debussy.

 
Respighi heeft 3 symfonische gedichten aan de stad Rome gewijd, men spreekt wel van de Romeinse trilogie. In Fontane di Roma (1916) is elk van de 4 delen vernoemd naar een fontein in Rome. Voor Pini di Roma (1923) leverden 4 kenmerkende plekken in Rome de titels der delen, met de pijnbomen als verbindend decor, terwijl de Feste Romane (1928) zijn gewijd aan vier verschillende Romeinse feesten.
Pini di Roma is geschreven voor een groot symfonieorkest met drievoudig hout en een standaard koperbezetting waarin de realisatie van de 6 buccine en de nachtegaal elke concertorganisatie enig hoofdbrekens kost.
 
1. Pini di Villa Borghese.
Er is natuurlijk geen enkele componist die de pijnbomen rond de Villa Borghese kan uitbeelden. Maar de daaronder spelende kinderen gaven Respighi muzikaal een aangrijpingspunt. Hij heeft ze simpel en effectief verklankt met een paar, in vele internationale varianten bekende, kinderliedjes. We konden er twee traceren.
Oh quante belle figlie Madama Dorè 1:

 
en Giro giro tondo1, dat in wel 8 verschillende tekstversies is overgeleverd.  Welke Respighi in zijn hoofd had is mij onbekend:

 

Steeds sneller en wilder worden in dit eindeloze liedje het kinderspel en -dans tot luide trompettonen er een einde aan maken.
 
2. Pini presso una catacomba                                                                                                
De Catacomben zijn antieke ondergrondse begraafplaatsen in en bij Rome. Zij zijn vooral bekend als de begraafplaatsen van de eerste christenen in Rome die in de eerste eeuwen van de jaartelling vanwege hun vervolging hun doden in het geheim begroeven. Respighi roept die Romeins-Christelijke wereld op met gregoriaanse gezangen 2 die hij op aanraden van zijn vrouw Elsa 3 bestudeerde.
Een korte inleiding van lage strijkers (alten, celli, bassen) con sordino brengt de duistere sfeer van de catacomben. In es-mineur klinkt een gregoriaans Kyrie 4 in de hoorns con sordino. De klank is magisch, het lijkt echt op stemmen uit een ver verleden:

Er volgt een verbindingszin, eerst in violen en celli, en dan in fluit en fagot, het materiaal is ontleend aan hetzelfde Kyrie:

Dan klinkt er opeens ver weg in de verborgen trompet in een stralend G-groot. Ik zou dat het tweede thema willen noemen. Het is een gregoriaans Sanctus 5.
Wilde Respighi met een trompet offstage benadrukken dat het Christendom ondergronds moest omdat het verboden was?
In het middendeel wordt een gregoriaans aandoend motief 6 gebruikt. De toevoeging come una salmodia 7 suggereert gregoriaans:

Dit motief wordt als ostinato maar liefst 28 keer herhaald en en leidt naar een enorme climax. Daar doorheen klinken extatische herhalingen in het koper van het Kyrie en het Sanctus.
 
3. I pini del Gianicolo
De Janiculum-heuvel is een van de mooiste uitzichtheuvels van Rome. De muziek is een evocatie van de nacht.
De muzikale gebeurtenissen van het deel zijn:
intro: een korte pianocadens als introductie;
a. een dromerige klarinetsolo 8 gevolgd door een bedwelmende strijkerspassage met celesta;
b. een hobosolo begeleid door accoorden van harp en celesta.
c. een middendeel waarin beide thema’s a&b terugkomen;
intro: de pianocadens als introductie tot het slot
a. de klarinetsolo nu alleen begeleid door de nachtegaal 9.

4. I pini della Via Appia               
Net als de pijnbomen zullen wij de beroemde Romeinse militaire weg, de Via Appia, niet horen. Maar Respighi laat ons in een langzame mars horen wat er ooit op die weg is gebeurd. In de inleiding zacht geweeklaag (violen) van stemmen uit een ver verleden: om mannen die niet terug keerden van de strijd (?). In de althobosolo een nieuwe klaagzang. Intussen nadert in een langzame mars van verre al een militair legioen, uitgebeeld met een weelde van koperblazers-signalen waarbij zich een extra banda van 6 buccine 10, antieke Romeinse trompetten, voegt.
Het naderbij komen van het Romeinse legioen is in feite één groot crescendo.

Buccina in the National Museum, Naples. From a photo by Brogi.

                                                                                             

 
Voetnoten.
 
1. Oh quante belle figlie Madama Dorè heeft een lange tekst die wordt gezongen op 1 muzikale strofe die eindeloos wordt herhaald.
Luister bijvoorbeeld naar  www.youtube.com/watch?v=mc1GSs65Dos
Een girotondo is een kinderspel, waarbij je elkaar een hand geeft en rondjes draait, terwijl je een nonsensgedicht zingt. Er zijn vele teksten, de bekendste luidt::
    Giro giro tondo
    Casca il mondo
    Casca la Terra
    Tutti giù per terra.
Bij de laatste zin moet iedereen hurken.
Het spel van de girotondo was al in de late middeleeuwen bekend:
    Fra' Angelico (1395-1455), Girotondo, detail van Giudizio Universale, Museo nazionale di San Marco, Firenze.
2. Gregoriaans is de eenstemmige, door mannen gezongen, kerkmuziek die sinds de 9e eeuw een vast onderdeel is van de rooms-katholieke liturgie.
3  Elsa Respighi (née Olivieri-Sangiacomo) (1894-1996) was the wife and former pupil of Respighi. She also was a singer and composer.
4. Het is het Kyrie ad lib I Clemens Rector. www.globalchant.org . Een aardige bijkomstigheid: het Kyrie werd gezongen op het feest van de eerste Christelijke martelaar, St. Stephanus: “Amid lessons and chants that tell the story of the first martyr,
the Kyrie   Clemens rector aeterne was sung at Mass on the feast of St. Stephen (26 December)”. The Aquitanian Kyrie Repertory of the Tenth and Eleventh Centuries. David A. Bjork, Ashgate, 2003.
5. Het is Sanctus IX (Cum Jubilo).
6. Het heeft geen zin te proberen de herkomst van deze psalmodie te identificeren omdat een een veel gebruikte melodische wending betreft.
7. Come una salmodia: zoals bij een psalmodie. Psalmodie is vrij vertaald: op zijn gregoriaans.
8. De klarinet-solo is bijna een citaat uit Prélude à l’apres-midi d’un faune van Debussy.
9. Oorspronkelijk bedoeld is een grammofoonplaat met een opname van een nachtegaal, af te spelen op een Brunswick Panatrope.
10. Respighi was niet de eerste die de Romeinse buccina gebruikte. De Italiaanse componist Italo Montemezzi (1875-1952) gebruikte in zijn opera La nave (1918) al offstage buccine.