Schelle, Vom Himmel kam der Engel Schar                                                                                                                Daan Admiraal, 06-11-2005

Biografie.
 
Johan Schelle (1648-1701) zong als koorknaap in Dresden onder de vermaarde Heinrich Schütz. Op diens aanbeveling werd hij op16 jarige leeftijd leerling aan de Thomasschool in Leipzig. Hij werd daar vervolgens student aan de universiteit en studeerde tevens muziek bij de Thomas-cantor Sebastian Knüpfer. Na een kortdurende betrekking in Eilenburg, vlak buiten Leipzig, werd hij in 1677 in Leipzig benoemd tot Thomascantor. Het Thomascantoraat kwam na Schelle in handen van Johann Kuhnau, de voorganger van J.S. Bach:
 
Het Thomascantoraat van Knüpfer tot Bach:
              Sebastian Knüpfer (1657-1676)             
              Johann Schelle (1677-1701)
              Johann Kuhnau (1701-1723) 
              J.S.Bach (1723-1750).
Schelle behoort tot de eerste componisten die kerkcantates in de Duitse volkstaal schreef. Van zijn meer dan 200 composities zijn er slechts 47 bewaard zijn gebleven. Ze vonden buiten de regio weinig verbreiding, maar Bach heeft er vele gekend en gehoord. Van Schelle's oeuvre is maar een klein gedeelte door moderne uitgaven toegankelijk.
 
De koraalcantate.
Schelle's cantate
Vom Himmel hoch da kamm ich her is een zogenaamde koraalcantate, een zogenaamde koraalbewerking per omnes verses. Daarbij is de compositie in alle delen gebaseerd op de koraalmelodie en vormen de opeenvolgende verzen van het koraal de tekst van de successievelijke delen van de compositie. Wij weten dat Schelle in 1689-90 een complete cyclus koraalcantates heeft geschreven voor een prediker die dat jaar al zijn preken baseerde op ein gut, schön alt, evangelisches und Lutherisches Lied.  De vorm van Schelle's koraalcantates is door J.S. Bach nagevolgd. Een bekend voorbeeld van een koraalcantate van J.S. Bach is cantate 4, Christ lag in Todesbanden. De koraalcantate heeft een voor de luisteraar aantrekkelijk vormconcept: de compositie is een serie variaties op het koraalthema.
 
Vom Himmel kam der Engel Schar.
Tekst en melodie van dit bekende kerstlied zijn van Marten Luther (Klugsches Gesangbuch, 1543).
Hieronder de eerste strofe van het koraal (Versus I), en daaronder de melodische varianten die Schelle componeerde voor Versus II&III.
   
Orkestbezetting.
Schelle's orkest bestaat uit een uitgebreide blazersgroep van 2 trompetten, 2 zinken / cornetten, 2 trombones en het in de 17e eeuw veel gebruikte vijfstemmige strijkorkest. Cornetten en trombones werden in de 17e eeuwse kerkmuziek veel gebruikt om de koorstemmen colla parte te verdubbelen. Maar ze werden ook zoals Schelle doet solistisch gebruikt in vaak virtuoze partijen. Wij vervingen deze vroeg-barokke instrumenten in dit programma door hobo's en fagotten.
 
Koor.
Ook het koor is vijfstemmig: SSATB. Schelle geeft nergens in de partituur een afwisseling aan tussen solistisch en korisch gebruik van de zangstemmen. Wij maakten zoals destijds gebruikelijk was een partijverdeling tussen soli, favoriti (een kleine koorgroep) en ripieno (het hele koor) op plaatsen waar de responsoriale structuur van de muziek daarom vraagt. Ook maken we gebruik van het contrast solo-ripieno bij de strijkers.
 
Tekst en toelichting.
 
  Versus I, coro.
Vom Himmel kam der Engel Schar,
erschien den Hirten offenbar,
sie sagten ihn', ein Kindlein zart,
das liegt dort in der Krippen hart.
   
Versus I. is een vijfstemmige harmonische zetting van de koraalmelodie. De koorzang wordt feestelijk omlijst door 'concerterende' instrumenten. Hun vrolijke dansante noten hebben het karakter van een refrein.
  Versus II, soprano solo - coro.
Zu Betlehem in Davids Stadt,
wie Michael verkündet hat,
es ist der Herre Jesus Christ,
das euer aller Heiland ist.
   
In contrast met versus 1 (geschreven voor het hele ensemble) begint versus 2 als kamermuziek voor sopraan-solo en 2 soloviolen. De sopraan zingt een variatie op de koraalmelodie die wordt beantwoord door de violen. De laatse 2 strofen worden responsoriaal uitgevoerd:
sopraan -
es ist der Herre Jesus Christ / koor - es ist der Herre Jesus Christ / sopraan: das euer aller Heiland ist / koor: das euer aller Heiland ist.
Door de homofone zetting (alle stemmen zingen hun tekst synchroon) van de koorstrofes wordt de tekst benadrukt.
  Versus III, favoriti - ripieno.
Des sollt ihr billig, fröhlich sein,
daß Gott mit euch ist worden ein,
er ist geborn eur Fleisch und Blut,
eur Bruder ist das ewge Gut.
   
Na de vocale homofonie van versus 1&2 nu een polyfone schrijfwijze: de stemmen fugatisch na elkaar in. De koraalmelodie is omgevormd tot een vrolijk dansliedje in 3/2 maat dat ons doet denken aan de saltarello, een renaissancedans. Wij kozen voor een uitvoering door 2 koorgroepen, een kleine groep a capella zingende favoriti die beantwoord wordt door het hele koor (ripieno) met instrumenten.
  Versus IV, coro.
Was kan euch tun die Sünd und Tod,
Ihr habt mit euch den wahren Gott.
Laßt zürnen Teufel und die Höll',
Gotts Sohn ist worden euer Gesell.
   
Nadat in versus 2&3 de koraalmelodie werd gevarieerd gebruikt Schelle nu de oude cantus firmus-techniek. De oorspronkelijke koraalmelodie wordt in deze variatie onveranderd gelaten en door de bassen gezongen in dubbele notenwaarden. Op het trage fundament van deze cantus firmus componeerde Schelle een levendig betoog voor de andere koorsgroepen. Er is sprake van een retorische dialoog, niet alleen van de koorstemmen onderling maar ook van koor en instrumenten. Vrolijke lichtheid en dramatische, felle tekstuitbeelding (Laßt zürnen Teufel und die Höll') wisselen elkaar af.
  Versus V, tenor solo - coro.
Er will und kann euch lassen nicht,
setzt ihr auf ihn eur Zuversicht,
es mögen euch viel fechten an,
dem sei Trotz, ders nicht lassen kann.
   
Versus 5 is gebaseerd op de muziek van versus 2. In plaats van een solo-sopraan zingt nu de solo-tenor dezelfde resonsorale dialoog met het koor:   Tenor: es mögen euch viel fechten an / koor: es mögen euch viel fechten an etc.
Opvallend is een nieuwe koor-episode op de tekst
Trotz, dem sei Trotz.
  Versus VI, coro.
Zuletzt müßt ihr doch haben recht,
ihr seid nun worden Gotts Geschlecht,
deß danket Gott in Ewigkeit,
geduldig, fröhlich alle Zeit.
   
De muziek van versus 6 is in principe hetzelfde als die van versus 1. Maar als het koor het hele koraal heeft gezongen komt Schelle nog met een verrassing. De woorden geduldig en fröhlich brachten hem op het idee om een flitsend coda te schrijven. Barokke tekstuitbeelding door middel van een kort Adagio (geduldig) en een virtuoos Presto (fröhlich).