Shostakovich, Festive Overture                                                                                                                                                                                                                         © Daan Admiraal, 18-11-2015
Naast de Shostakovich van het ernstige, soms met politieke betekenissen beladen, 'zware' oeuvre waaronder vele van zijn 15 grote dramatische symfonieŽn, was er ook een componist Shostakovich die op de meest luchtige, lichtvoetige thema's stukken schreef die de meeste van zijn westerse tijdgenoten te triviaal zouden hebben gevonden om op te schrijven. In het westerse muziekleven heerste na de 2e wereldoorlog in toenemende mate de terreur van de atonaliteit en het serialisme. Wie niet aan die componeerstijl meedeed plaatste zichzelf daarmee vaak aan de zijlijn. Shostakovich had een groot voordeel bij het componeren in het tonale, traditionele genre: in het socialistische arbeidersparadijs was het westerse modernisme een doodzonde terwijl juist traditionele,  makkelijk aansprekende muziek onder de naam socialistisch-realistisme de officiŽle staatsdoctrine geworden.
Het jaar 1948 was waarschijnlijk muzikaal het meest dramatische jaar in het leven van Shostakovich. Componist Tichon Chrennikov werd eerste secretaris van de Bond van Sovjetcomponisten, op voordacht van het Centraal Comitť van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (lees: Stalin). Hij werd daarmee feitelijk hoofd van de muzikale fatsoenspolitie. Er werd meteen een campagne gestart waarin Dmitri Shostakovich, Sergei Prokofiev en Aram Khachaturian werden beschuldigd van 'formalisme'; daarmee waren ze vijanden van het volk. Ze werden gedwongen daar in het openbaar spijt voor te betuigen.
 
       Van links naar rechts: Prokofiev, Shostakovich en Khachaturian.
Galina Visjnťvskaja, de beroemde sopraan en echtgenote van cellist Rostropovich, vertelde het zo:
'Die actie was opgezet door Tichon Chrennikov. ĎTisjkaí had altijd klaargestaan voor Sjostakovitsj, die hij als een god bewonderde. Maar sindsdien was hij uitgegroeid tot een slimme, berekenende hoveling.'
 
Deze aanvallen op Shostakovich hadden twee contrasterende uitwerkingen: enerzijds een schaamteloos opportunistische aanpassing aan de staatsnormen, zoals in zijn oratorium The Song of the Forests op. 81 (1949), anderzijds was er de innerlijke emigratie. Hij schreef in 1948 de liederencyclus From Jewish Folk Poetry op. 79, die vanwege zijn persoonlijke situatie en het antisemitisme in de SU pas in 1955 in premiŤre ging.
 
De Feestelijke Ouverture in A groot, op. 96 uit 1954 werd geschreven ter gelegenheid van het 37e herdenkingsjaar van de Oktober Revolutie (1917). Shostakovich kreeg de opdracht voor het schrijven van de ouverture een paar dagen voor het concert. Het componeren koste hem 3 dagen.
 
Er wordt vaak gewezen op enige treffende overeenkomsten met Glinka's Ouverture Ruslan and Ludmilla (1842). De muziek heeft eigenlijk geen enkele uitleg nodig. De pompeuze opening en het wat uitgebreidere slot zijn in bombastische Sowjet-stijl. Maar dat is slechts de omlijsting van het Presto, dat muzikaal het equivalent is van een bruisend glas champagne. Er zijn twee hoofdthema's.
Het eerste thema (klarinetten) is vol virtuoze bravoure en komt in vele instrumentengroepen terug:
 

Het tweede thema is lyrisch (cellogroep):