Bedřich Smetana, Ženské sbory voor driestemmig (SSA) vrouwenkoor. Uitgave: 1999, Editio Praga H 7811.
In deze uitgave is van het eerste lied, Má hvězda, alleen het eerste couplet in de bladmuziek afgedrukt. Het tweede couplet wordt op een los vel met alle teksten bijgeleverd.
Nederlandse vertalingen: © 2007, drs. Kees Mercks (sectie Tsjechische literatuur, Universiteit van Amsterdam).
 
Má hvězda Mijn ster  
Když se večer stmívá,
dříve než jdu spát,
na lávce sedávám
vedle našich vrat.
Hledím po nebíčku,
Hledám svou hvězdičku,
kde jsi hvězdo ma?
 
Jako se usmívá
na mne matička,
líbezně se díva
na mne hvězdička
a mně tiše praví
její zrak laskavý:
já jsem hvězda tvá!
 
Text by Bed`rich Peska (1820-1904)
Wanneer de avond schemert,               (večer-avond) (stmívá se-schemert)
Zit ik voordat ik ga slapen                    (jdu spát-ik ga slapen)            
Vaak op de bank                                (na lávce-op een bank)
Bij onze voordeur.                               (vedle vrat-bij de poort/voordeur)
Ik kijk langs de mooie hemel,              (nebíčko-hemeltje)
Ik zoek mijn sterretje,                          (hvězdíčka-sterretje)
Waar ben je, ster van mij?                   (hvězda-ster)
 
Zoals mijn lief moedertje                      (matička-moedertje)
Naar me glimlacht,                               (usmívá se-glimlacht)
Vriendelijk kijkt,                                  (líbezně-vriendelijk)
Zo spreekt zacht tot mij                       (tiše praví-spreekt zacht)
Mijn sterretje                                       (hvězdíčka-sterretje)
En haar liefdevolle blik:                        (laskavý-liefdevol)
Ik ben jouw ster!                                 (hvězda-ster)
 
Bedřich Peška (1845-1904)
 

 
Přiletělý vlašťovičky De zwaluwtjes zijn aan komen vliegen  
Přiletěly vlaštovičky z jara k nám,
Přiletěly, odletěllý, Buh ví kam!
Přiletěly, odletělly veselo,    
Ale kam se to mé štělstí, kam se poděllo!
Přiletěllo, odletěllo v širý svět,  
S Bohem buď, má vlaštovičko, naposled!
 
Text by Josef Václav Sládek (1845-1912)

De zwaluwtjes zijn nu het lente is naar ons aan komen vliegen,                  (vlašťovka-zwaluw)

Ze zijn aan komen vliegen en zijn weer weggevlogen, God-weet-waarheen!

Vrolijk zijn ze aan komen vliegen en zijn ze weggevlogen,                              (veselo-vrolijk)

Maar waar is mijn geluk, waar is dat gebleven?                                             (štěstí-geluk)

Dat is aan komen vliegen en is weggevlogen, de wijde wereld in,                   (svět-wereld)

Adieu, dan, zwaluwtje van me, voor het laatst!                                              (s Bohem-[ga] met God)

 

Josef Václav Sládek (1845-1912)

 

 
3. "Západ slunce" De zon gaat onder achter de bergen (slunce-zon; hory-bergen)
Za hory slunce zapadá,
a blaze těm, jichž dílo skončeno je
a v dol už noc se rozkládá
a jako kámen těžké srdce moje.

Proč kráčš, poutníče, tak zpomála,
již hlava chorá, nohy zolovněly,
je noc to zoufalá!
Rač těžkých snu nás chránit, Spasiteli!
 
Text by Josef Václav Sládek (1845-1912)
De zon gaat onder achter de bergen
En zalig zij wier werk is voldaan                          
En in de vallei spreidt zich reeds de nacht             (dol-vallei; noc-nacht)
En als een steen zo zwaar is mijn hart.                  (kámen-steen; srdce-hart)
 
Waarom schrijdt gij, pelgrimes, zo langzaam,        (poutníče-vr. pelgrim)
Uw hoofd is al ziekelijk, lood in de benen,            (Spasitel-heiland)
Het is de wanhopige nacht!                                  (zoufalý-wanhopig)
Bescherm ons, Heiland, van zware dromen.          (Spasitel-heiland; snů-dromen)
 
Josef Václav Sládek (1845-1912)