Villa-Lobos, Chros 10 (1926), een inleiding.                                                                                         Daan Admiraal 2016. Dit artikel verkeerd nog in de eindredactiefase.

De 16 chros van Villa-Lobos.
Villa-Lobos schreef van 1920 tot 1929 een reeks van 16 stukken onder de titel Chros  Er zijn er 14 bewaard gebleven1. De reeks wordt gekenmerkt door een enorme diversiteit aan stijlen en bezettingen. De bezettingen lopen uiteen van guitaar- en piano-solo tot groot orkest. Chros 10 met de bijnaam 'Rasga o corao' is de enige bewaard gebleven Chros voor koor en orkest. Het stuk wordt vrij algemeen omschreven als een van de meesterwerken van Villa-Lobos2.
                               
                                                Karikatuur van Villa-Lobos met zijn onafscheidelijke sigaar en de partituur van Rasga o Caroo onder zijn arm.
 
Wat betekent het woord Chros?
Er zijn twee betekenissen. Chros was in de late 19e eeuw in Brazili een bekend genre, gespeeld door ensembles van Braziliaanse straatmuzikanten ('chores'), op zowel Afrikaanse als Europese instrumenten. De eerste chores ontstonden in de jaren 1870-18903. De musici inproviseerden in een vrij en vaak dissonant soort contrapunt dat 'contracanto' werd genoemd. Ook Villa-Lobos was op jonge leeftijd lid van een choro-groep.
  • Foto histrica de chores em Paquet, em 1906.
  • Er zijn diverse theorien over het ontstaan van het woord chro.  Het woord chro (tegenwoordig vaak gespeld als choro) is afkomstig van het Portugese woord chorar voor 'geween' of  'gehuil' en dat werd volgens musicoloog en biograaf David Appleby ook de naam voor een muziekgenre. xxx                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          Het woord krijgt van Villa-Lobos een nieuwe betekenis als genre-aanduiding voor de reeks van 14(16) Chros'. Hij omschrijft in het voorwoord in de partituur van Chros 10 de Chros als 'een nieuwe muziekvorm die Braziliaanse, Indiaanse en populaire muziekstijlen in een nieuwe synthese bijeen brengt':

    De tweede zin over de synthese van Braziliaanse, Indiaanse en populaire muziekstijlen geeft ons meteen een hint voor het luisteren. Villa-Lobos vergeet te vermelden dat Chros 10 naast deze menselijke cultuurgeluiden ook een evocatie van het Braziliaanse oerwoud is. We horen vogels en geheimzinnige natuurgeluiden. Maar of er ook een synthese tot stand komt? Het stuk is vooral een collage van heterogene muzikale elementen. Op Chros 10 zijn deze woorden van Aaron Copland van toepassing: 'As I see it, the Villa-Lobos music has one outstanding quality - its abundance.' 4 Om daarna de muziek te kritiseren om zijn gebrek aan formele samenhang en stilistische eenheid. De 'abundance' is vooral
     
    De teksten.
    Gerard Bhague omschrijft Choros 10 zeer treffend als 'a choral-symphonic tour de force'. Ik zou het een energiebom willen noemen: het stuk eindigt als een vulkaanuitbarsting van heftige tekstdeclamatie. Het koor zingt overwegend nonsensicale teksten, in bezwerende herhalingen:
    Ja-ka-t ka-ma-ra-j / Ta-ya-p ka-ma-ra-j / T-k-r ki-m-r-j / Sa-ba-rim-ba ka-ma-rim-ba ma-ra-j / J-ki-ri t-m-r-t.
    Die eindeloze herhalingen lopen vooruit op de latere minimal music.
    Zodra alle koorstemmen deze teksten synchroon door elkaar heen zingen ontstaat dit soort kleurrijke polyfonie van klinkerkleuren:
    Sopraan: J- ki - ri  t- m-r-t.
    Alten:       Ta-ya-p ka-ma-ra-j
    Tenor:      Ja-ka-t  ka-ma-ra-j
    Bariton:   T-k-r  ki- m-r-j
    Bassen:  U -    t        c,      t
     
    De subtitel 'Rasga o corao' en de liedtekst van .
    In de tweede helft van het koordeel citeert Villa-Lobos het destijds zeer polulaire liedje Yar, geschreven door Anacleto de Medeiros (1866-1907) op de tekst Rasga o corao van Catulo da Paixo Cearense (1886-1946). Villa-Lobos raakte over het gebruik van die tekst in Choros 10 verwikkeld in een onverkwikkelijk juridisch gevecht met de man die het auteursrecht had verworven 4. Tijdens die slepende zaak stond er Ah! in de partituur. Toen Villa-Lobos de zaak had gewonnen werd de tekst Rasga o corao in een nieuwe druk weer in de partituur opgenomen.
    De muziek.
    We kunnen het stuk het beste beluisteren vanuit de tweedelige vorm: I. orkest,  II. koor en orkest. Het koordeel heeft een simpele constructie. Het moeilijkst muzikaal te overzien is het orkestrale gedeelte.
     
    Het is in dat licht bijzonder prettig dat Villa-Lobos zelf een uitgebreide uitleg 5 heeft nagelaten over Choros 10, die de basis vormde voor mijn onderstaande beschrijving van het stuk.
    Deel-I, orkest.
    Villa-Lobos noemt de grillige roep van de fluit in maat 3 het eerste thema, het is volgens hem het lied van de Azulo da mata.
    Voor ornithologen: dat is de blauwrugbisschop (Cyanocompsa cyanoides), een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen) 6.
    Ik heb de zang van de blauwrugbisschop vele malen aandachtig beluisterd en heb geen enkele muzikale overeenkomst met de fluitsolo kunnen ontdekken.
    Er zullen in deel-I van Chros 10 nog vele vogelgeluiden volgen zonder dat die door de componist gekoppeld zijn aan een specifieke vogelsoort.
                                   Voorbeeld 1.
    De vogelroep wordt eenmalig herhaald in de klarinet en er volgt een massieve climax. 
    Na een opvallende opstijgende piano-guirlande melden drie hoorns zich met een Strawinskiaans staccato-melodietje van vier noten, het is meer een motief, dat met minieme variaties 19 maten lang wordt  herhaald in de trompetten, hoorns en later in een gemengde blazersgroep (hobo, klarinet, sax, fagot, trompet):
    .
                              Voorbeeld 2.

    Dwars door deze staccatomotiefjes spelen de trombones drie keer een opvallende melodie die begint met een grotesk glissando:

                              Voorbeeld 3.

    Maar er meldt zich ook een bezwerend derde thema, het klinkt als de rauwe kreet van een oerwoudvogel, wat mij betreft een reusachtige hoenderachtige:
                           Voorbeeld 4.

    Zeker gezien zijn boosaardige knorrende karakter is de herkomst curieus, het is een slaapliedje van de Pareci-indianen, Mkc c-mak , verzameld door een met Villa-Lobos bevriende ethnoloog Edgard Roquette-Pinto7. Villa-Lobos heeft Mkc c-mak in 1919 al gebruikt in zijn serie van 10 Chansons typiques brsiliennes / Canes Typicas Brasileiras. Het liedje wordt wel pentatonisch genoemd omdat het enige melodische materiaal bestaat uit vijf opeenvolgende dalende chromatische toonhoogtes. Dat geeft de melodie volgens Nahim Marun het karakter van een lamento b. Er is een ontroerende opname van het lied, dat nog geen minuut duurt, gezongen door Anna Maria Bondi, te beluisteren op Spotify.

    Roquette-Pinto entre crianas Nhambiquaras
    De Duitse vertaling van Roquette-Pinto's Rondonia reis.
    Er vefrschijnt een thema dat in het koordeel een belangrijke rol zal spelen( trombone met 2 hoorns):
                              Voorbeeld 5.

    Dan valt de muziek plotseling stil (na een uitloop met vertraging in de bassen). Er volgt een zwoele muziek gekleurd door de saxofoon die uit een danslokaal lijkt te komen.

    Dan verschijnt weer de melodie van Mkc c-mak met een iets andere ritmiek:
                         Voorbeeld 6.

    Vogelgeluiden (piccolo, hobo, hoge viool-vogeltjes) en zacht geruis (glissandi in de strijkers). Een onbegeleide klarinetcadens sluit deze sectie af.

    Hierop volgt de laatste sectie voor de koorinzet, een melodie met een ingeniieuze ritmiek:
                              Voorbeeld 7.
     
    Een overweldigende climax sluit het orkestrale deel-I af.
     
    Het koordeel begint met het repetitieve thema in de fagot in het allerlaagste register. Door de eerste toon van Mkc c-mak weg te laten is het een viertonig melodietje geworden:
     
                          Voorbeeld 8.

    Van chromatiek naar diatoniek, Mkc c-mak als je dat zo wilt zien ligt aan de basis van het hoofdthema van het koor:

    De eindeloze herhalingen Ja-ka-t ka-ma-ra-j / Ta-ya-p ka-ma-ra-j / T-k-r ki-m-r-j / Sa-ba-rim-ba ka-ma-rim-ba ma-ra-j / J-ki-ri t-m-r-t worden onderbroken door twee populaire deunen, de melodie van voorbeeld 5 en de song Yar op de tekst  Rasga o corao:

    Vlak voor het eind stijgen alle repetitieve elementen plotseling op naar een hoger register en na een pathetische vertraging sluit het stuk af met een theatraal fortississimo.

    Voetnoten.
     
    1. De Engelse wikipedia pagina geeft van de 14 Chros' een uitstekend overzicht: https://en.wikipedia.org/wiki/Chros 
    Luister hier naar de exacte uitspraak: http://nl.forvo.com/word/choros/ terug
    a. Kritische receptie
    "...it has been considered by all sources as one of his most successful compositions - as a significant work both in the esthetic and formal sense." - Eero Sarasti
    2. Bhague: Choros No.10 (...) is also one of the most celebrated of his orchestral pieces. Some consider it his masterpiece, together with the Bachianas Brasileiras No.5. The Search for Brazil's Musical Soul, p.87.
    Appleby: During V-L's lifetime, Choros no.10 b(...) became the best known of all the Choros. Villa-Lobos, A Life p.87
    3. Appleby, p.16. 
    Choro: A Social History of a Brazilian Popular Music
    Tamara Elena Livingston and Thomas George Caracas Garcia. 2005. ISBN: 978-0-253-21752-3  terug
     In Bhague, p.89-91 terug
    4. The poet attended the 1926 premiere of Chros No. 10 in the Teatro Lrico, and was overcome with emotion, embracing the composer in a gesture of gratitude (Wright 1992, 72). Unfortunately, in a moment of financial distress, Catulo had sold the rights of all his literary works to a man named Guimares Martins, who evidently remained ignorant of Villa-Lobos's use of the text for nearly thirty years until by chance, at a demonstration of new gramophone players at the Ministry of Education in Rio de Janeiro, a recording of the work was used as an example. Martins initiated a breach of copyright action against Villa-Lobos, which was finally resolved only in 1956in the composer's favour. Nevertheless, the performance of the work Villa-Lobos recorded in Paris in May 1957 substituted neutral syllables for Catulo's text, and when the publisher Max Eschig reissued the score in 1975, the text was likewise removed.
    As I see it, the Villa-Lobos music has one outstanding quality its abundance. That is the primary virtue. It is also at times enormously picturesque, free of musical prejudices, full of rhythmic vitality, sometimes cheap and vulgar with an overdose of figuration formulas and sometimes astonishingly original. It has a way of being most effective on first hearing. Structurally, the pieces are often loosely thrown together, making the impression of an inextricable mlange of authentic Brazilian atmosphere plus a full quota of modern French compositional processes. At his finest, Villa-Lobos is a kind of zestful Brazilian Falla. His worst may be straight caf concert music.
    In Copland, p.245  terug
    5.  In Bhague, p.89-91
    6. In Bhague, p.89, 90. 'The variety of birds,rich in number and type, existing in the whole of Brazil, (...), served for some of the motives of Choros No.10. The first theme, found in the third measure at the beginning of this work, presented by the flute, (...), represents a transformed melodic cell of a characteristic song of a rare bird in the Brazilian forests, known in some places as Azulo da mata.'  terug
    7. Het is een slaapliedje van de Pareci-indianen, zoals de Portugese subtitel aangeeft: Dorme na rde - slaap op de hangmat. Het is in 1912 door de met Villa-Lobos bevriende ethnoloog Edgard Roquette-Pinto verzameld op zijn Rondonia reis. Hij had op die tocht een fonograaf bij zich om muziek op te nemen. Een probleem is altijd de muzikale notatie van de ethno-musicologische opnames. Villa-Lobos leende de apparatuur en noteerde de melodien zelf . terug
     
    Appleby, p.25: 'According to accounts from members of the Pinto family , Villa-Lobos borrowed the cylinders and transcribed the melodies himself.'