Leonard Bernstein (1918-1990), Chichester Psalms.                                                                                                                          © Daan Admiraal, 2012
 
Dit artikel is work in progress. Het zal worden gebruikt als basis voor de programmatoelichting bij 2 concerten van het Haagse Toonkunst koor en Symfonieorkest De Philharmonie in december 2012.
 
Zaterdag 15 december 2012: Den Haag, Anton Philipszaal; Zondag 16 december 2012: Amsterdam, Beurs van Berlage.
 
Chichester Psalms (1965) voor koor en orkest is sinds de premičre een van de meest populaire composities van Leonard Bernstein (1918-1990).
In de korenwereld gelden de Chichester Psalms als een uitdagend stuk en een van de betere composities uit het 20e eeuwse repertoire. Er is maar weinig 20e eeuwse muziek voor koor en orkest met zo'n aanstekelijke, bijna  baldadige vrolijkheid als het eerste deel van de Chichester Psalms en zeker niet van deze kwaliteit. Bernstein zelf was bescheiden in zijn oordeel: 'this was just a small, 18 ˝ minute piece that was good, but nothing special.'
 
De titel van het stuk verwijst naar de Zuid Engelse stad Chichester maar vooral naar Chichester Cathedral en dat heeft een simpele verklaring. Sinds 1960 wordt elk jaar in Zuid-Engeland het Southern Cathedrals Festival (SCF) gehouiden. Het SCF 1 is een viering van de kathedralen en hun muziek. Het vindt beurtelings in Chichester, Salisbury en Winchester plaats. Bernstein kreeg een compositieopdracht voor het SCF toen dat in 1965 weer in Chichester zou worden gehouden.
Hij koos een aantal Palmteksten uit de bijbel. Vandaar de titel Chichester Psalms: 'Psalmen geschreven voor Chichester'.
 
Bernstein heeft de koorpartij geschreven voor een typisch Engels (alleen uit mannen bestaand) kathedraal koor:
jongens-sopranen, counter-tenors (mannelijke alten), tenoren en bassen.
In een 'composer's note' afgedrukt voor in de partituur wordt dat uitdrukkelijk vermeld:
'The soprano and alto parts are written with boy's voices in mind. It is possible, though not preferable, to substitute women's voices. (...) However, the long male-alto solo in the second movement must not be sung by a woman, but either by a boy or a counter-tenor.' L.B.
 
Bij de wereldpremičre in juli 1965 in New York zong overigens een gemengd koor, de Camerata Singers 2 begeleid door de New York Philharmonic onder leiding van de componist. Bernstein omschreef de psalmen in een gedicht in de New York Times, de zondag voor de premičre:

These psalms are a simple and modest affair,

Tonal and tuneful and somewhat square,

Certain to sicken a stout John Cager 3

With its tonics and triads in B flat major.

Later in dezelfde maand volgde de Engelse premičre in het SCF in Chichester, waarbij de gecombineerde 'all male' koren van Winchester, Salibury en Chichester zongen. Er werd tijdens de repetities besmuikt gelachen door de volwassen koorzangers vanwege de onwennige combinatie van musica sacra en het populaire West Side Story- idioom. Een deel van de muziek is daadwerkelijk afkomstig uit een geflopte Broadway show en uit ongebruikt West Side Story-materiaal 4. Of het uitvoeringsniveau op de Engelse premičre hoog was valt  te betwijfelen: het orkest zag de partijen op de concertdag voor het eerst.
De kleine orkestbezetting werd mede bepaald door budgettaire beperkingen van de opdrachtgever en is ongebruikelijk: 3 trompetten, 3 trombones, 2 harpen en strijkorkest en een uitgebreide slagwerkgroep van 7-8 spelers met een uitgebreid slagwerk instrumentarium.
 
De compositie heeft een driedelige vorm.
I. Maestoso ma energico (een langzame inleiding); Allegro molto (een snel deel getypeerd door een 7/4 maat);
II. Andante con moto, ma tranquillo (solo met sopranen alten: lyrisch en in folkstyle) met een contrasterend Allegro feroce (mannenkoor);
III. Prelude: Sostenuto molto (langzame inleiding); Peacefully flowing.
 
De psalmen worden in het hebreeuws gezongen.
Text from the Hebrew Psalms:
I. Psalm 108:2; Psalm 100
II. Psalm 23; Psalm 2:1-4
III. Psalm 131; Psalm 133:1
 
Samen met de Symphony 3 'Khaddish' zijn de Chichester Psalms Bernsteins meest joodse composities. Abraham Kaplan, als dirigent van de Camerata Singers intens betrokken bij de premičre, overtuigde Bernstein er van dat een zingbare Engelse vertaling zou bijdragen aan het wereldwijde succes van het stuk. Kaplan en Bernstein zijn daarop enige tijd bezig geweest met het maken van een Engelse vertaling. De verschillen tussen het Hebreeuwse tekst en de Engelse vertaling van Kaplan bleken onoverkomelijk wegens de grote verschillen in woordlengte en accentuering. Een Engelse vertaling was alleen realiseerbaar als Bernstein de muziek ingrijpend zou aanpassen aan de eisen van de nieuwe tekst. Het plan werd daarom verworpen.

 
Psalm 108, verse 2
Awake, psaltery and harp!
I will rouse the dawn!
 
I. Psalm 108, verse 2
Urah, hanevel, v'chinor!
A-irah shachar!
 
Psalm 108
Ontwaak met harp en lier,
Ik wil het morgenrood wekken.
 
Het woord 'psalm' is de Griekse vertaling van het Hebreeuwse woord 'mizmoor'. Dat betekent letterlijk vertaald "spreekgezang met snaarbegeleiding", in de Griekse versie van het Oude Testament (Septuagint) met het woord ψαλμός (psalmos) vertaald. Zowel in de joodse als in de christelijke traditie worden veel psalmen toegeschreven aan koning David. Wij kennen allemaal het verhaal van David die Saul verlost van zijn duivelse geest met zijn harpspel. Daarom spelen de 2 harpen in de Chichester Psalms een prominente rol.
 
Psalm 100, King James Version
Make a joyful noise unto the LORD, all ye lands.
Serve the Lord with gladness.
Come before his presence with singing.
Know ye that the LORD he is God:
it is he that hath made us, and not we ourselves;
We are his people, and the sheep of his pasture.
Enter into his gates with thanksgiving,
and into his courts with praise:
be thankful unto him, and bless his name.
For the LORD is good; his mercy is everlasting;
and his truth endureth to all generations.
 
Psalm 100, Hebreeuws
Hariu l'Adonai kol ha-arets.
Iv'du et Adonai b'simcha.
Bo-u l'fanav bir'nanah.
D'u ki Adonai Hu Elohim.
Hu asanu, v'lo anachnu.
Amo v'tson mar'ito.
Bo-u sh'arav b'todah,
Chatseirotav bit'hilah,
Hodu lo, bar'chu sh'mo.
Ki tov Adonai, l'alom chas'do,
V'ad dor vador emunato.
 
Psalm 100, Nieuwe Bijbelvertaling
Juich de HEER toe, heel de aarde,
dien de HEER met vreugde,
kom tot hem met jubelzang.
Erken het: de HEER is God,
hij heeft ons gemaakt, hem behoren wij toe,
zijn volk zijn wij, de kudde die hij weidt.
Kom zijn poorten binnen met een loflied,
hef in zijn voorhoven een lofzang aan,
breng hem hulde, prijs zijn naam:
de HEER is goed, zijn liefde duurt eeuwig,
zijn trouw van geslacht op geslacht.
Psalm 100 neemt in de Joodse religie een belangrijke plaats in. De psalm wordt, met een aantal uitzonderingen, dagelijks gezongen. Veel componisten hebben de psalm op muziek gezet g, vaak met het Latijnse incipit Jubilate of Jubilate Deo als titel. Zoals vele andere componisten zal ook Bernstein zich mede aangetrokken  hebben gevoeld tot de tekst omdat die expliciet over zingen gaat: Serve the Lord with gladness. Come before his presence with singing.
Nadat het koor heeft gezongen dat wij de schapen zijn die door God worden gewijd -
We are his people, and the sheep of his pasture - volgt een melodisch fragment dat een regelrecht citaat lijkt uit Beethovens Pastorale h:
 
                                   
 
 
II. Psalm 23
Adonai ro-i, lo echsar.
Bin'ot deshe yarbitseini,
Al mei m'nuchot y'nachaleini,
Naf'shi y'shovev,
Yan'cheini b'ma'aglei tsedek,
L'ma'an sh'mo.
Gam ki eilech
B'gei tsalmavet,
Lo ira ra,
Ki Atah imadi.
Shiv't'cha umishan'techa
Hemah y'nachamuni.

Ta'aroch l'fanai shulchan,
Neged tsor'rai
Dishanta vashemen roshi
Cosi r'vayah.
Ach tov vachesed
Yird'funi kol y'mei chayai,
V'shav'ti b'veit Adonai
L'orech yamim.
 
Psalm 23 (Willibrordbijbel)
De heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij in grazige weiden rusten,
Hij voert mij naar vredig water,
daar geeft Hij mij nieuwe kracht.
Hij leidt mij op het rechte spoor,
omwille van zijn naam.
Al moet ik door dalen van duisternis en dood,
ik ben voor geen onheil bang,
want U bent bij mij:
uw knots en uw staf
geven mij nieuwe moed.

Voor mijn ogen dekt U de tafel,
zodat ook mijn belagers het zien;
met olie zalft U mijn hoofd,
mijn beker is tot de rand gevuld.
Ja, uw goedheid en liefde blijven mij volgen
alle dagen van mijn leven.
Zo mag ik telkens weer wonen in het huis van de heer,
tot in lengte van dagen.
 
 
Psalm 2, verses 1-4
Lamah rag'shu goyim
Ul'umim yeh'gu rik?
Yit'yats'vu malchei erets,
V'roznim nos'du yachad
Al Adonai v'al m'shicho.

N'natkah et mos'roteimo,
V'nashlichah mimenu avoteimo.
Yoshev bashamayim
Yis'chak, Adonai
Yil'ag lamo!
Psalm 2:1-4 (Willibrordbijbel)
Waarom komen de volken in opstand
en zinnen de naties op zinloze plannen?
Waarom stellen koningen van de aarde zich in slagorde op,
beramen vorsten een oorlogsplan
tegen de heer en tegen zijn gezalfde?
 
Wij willen hun ketens verbreken
en ons van hun boeien bevrijden.
Die in de hemel woont
lacht, en de Heer
spot met hen!
Psalm 23, bekend onder de titel De Heer is mijn herder, wordt in de Nieuwe Bijbelvertaling aangekondigd als een psalm van David.  Vandaar de prominente rol van de 2 harpen. De overwegend lieflijke tekst wordt in simpele strofes gezongen door de counter-tenor en het vrouwenkoor. Zij worden onderbroken door het mannenkoor met een tekst die de muziekliefhebber vooral kennen uit Händels Messiah: Why do the nations rage. Deze Psalmtekst is
 
III.
Prelude (orchestral)
Psalm 131
Adonai, Adonai,
Lo gavah libi,
V'lo ramu einai,
V'lo hilachti
Big'dolot uv'niflaot
Mimeni.
Im lo shiviti
V'domam'ti,
Naf'shi k'gamul alei imo,
Kagamul alai naf'shi.
Yachel Yis'rael el Adonai
Me'atah v'ad olam.
 
Prelude (orkestraal)
Psalm 131 (Nieuwe Bijbelvertaling)
Een pelgrimslied van David.
HEER,
niet trots is mijn hart,
niet hoogmoedig mijn blik,
ik zoek niet wat te groot is voor mij
en te hoog gegrepen. 
Nee, ik ben stil geworden,
ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een kind op de arm van zijn moeder,
als een kind is mijn ziel in mij.  
Israël, hoop op de HEER,
van nu tot in eeuwigheid.
 
  Psalm 133, verse 1
Hineh mah tov,
Umah nayim,
Shevet achim
Gam yachad.
Psalm 133 (Willibrordbijbel)
Wat is het toch goed,
wat is het heerlijk,
om als broeders en zusters
eendrachtig samen te wonen.
Het laatste deel begint met een duistere inleiding voor strijkorkest, gebaseerd op de inleiding van deel-I. Maar hier spreekt een gekweld gemoed. Twee trompetten blikken terug op de lieflijke melodie van de counter-tenor in deel-II. Deze woordeloze zielenroerselen zijn het compositorische contrast ter voorbereiding van de koortekst: ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Het mannenkoor zet in met de lyrische hoofdmelodie in een rustige 5/4 maat, die wordt herhaald in een canon van vrouwen en mannen. Na een kort orkestraal tussenspel het koor eenstemmig (Ah) en dan weer in canon. Muzikaal wijst deze eenheid vooruit naar het verstilde a capella-slot: wat is het heerlijk, om als broeders en zusters eendrachtig samen te wonen.
 
Voetnoten.
1. Meer over het SCF en zijn geschiedenis:
    http://en.wikipedia.org/wiki/Southern_Cathedrals_Festival.   terug
 
2. Over de Camerata Singers en Abraham Kaplan: http://www.abrahamkaplan.com/biography.html
http://www.naxos.com/news/default.asp?pn=news&displaymenu=features&op=110
Abraham Kaplan, Splendid Encounters ISBN: 9781440131998 / 1440131996
 
3.  Met stout John Cager wordt bedoeld de drieste componist John Milton Cage Jr. (1912-1992), die in die periode zeer avant-gardistische muziek schreef.
New York en zijn Philharmonic Orchestra hadden de scandaleuze premičre van Atlas Eclipticalis van Cage (een jaar voor de premičre van de Chichester Psalms) nog vers in het geheugen. De berichten daarover luiden: the New York Philharmonic’s disastrous performance of John Cage’s Atlas Eclipticalis en There have been only a very few performances of ''Atlas Eclipticalis,'' and one of the large ones was sabotaged by derisive New York Philharmonic musicians.
Een opname van dat stuk: http://blog.ives-ensemble.nl/post/17651097164/john-cage-atlas-eclipticalis  terug
 
4. Interestingly, the boy's theme was adapted from a musical that Bernstein never completed, The Skin of Our Teeth (based on the play by Thornton Wilder). The men's theme was adapted from material that was cut out of West Side Story. terug
Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Chichester_Psalms
 
g.  Psalm 100 is op muziek gezet door o.a. deze componisten:
Malcolm Arnold
Loys Bourgeois
Benjamin Britten
George Frideric Handel in Utrecht Te Deum and Jubilate
Herbert Howells
Charles Ives
Henry Purcell in Te Deum and Jubilate
Max Reger Der 100. Psalm
Fredrik Sixten
Sir William Walton
http://en.wikipedia.org/wiki/Psalm_100
h. Met dank aan Menno Boogaard die me hierop attent maakte.