Brahms Schicksalslied op.54 (1871). Programmatoelichting.                                                                                            © 2012 Daan Admiraal.                          

Brahms schreef na Ein deutsches Requiem (1868), zijn grootste werk voor koor en orkest en tevens de langste compositie in zijn hele oeuvre, nog een vijftal korte werken voor koor en orkest: Rinaldo (1868), Triumphlied (1871) en Schicksalslied (1871), Nänie (1881) en Gesang der Parzen (1882). Daarvan is het Schicksalslied ('lied van het noodlot') is zonder meer een klein juweel. De tekst Hyperions Schicksalslied is een gedicht van Friedrich Hölderlin (1770-1843) 1.
 
Het gedicht heeft een tweedelige vorm. Het beschrijft eerst in twee coupletten de staat van eeuwige hemelse gelukzaligheid van de géniën 2, beschermende geesten of ook wel een soort goden uit de antieke Romeinese mythologie. Maar dan verandert Hölderlins tekst in een onstuimige beweging als in het derde couplet het rusteloze lot  3 van de lijdende mensen dat vergeleken wordt met water dat zich van de rotsklip op de rotsen stort.
  Hyperions Schicksalslied

Ihr wandelt droben im Licht
   Auf weichem Boden, selige Genien!
      Glanzende Götterlüfte
         Rühren euch leicht,
            Wie die Finger der Künstlerin
                Heilige Saiten.

Schicksallos, wie der schlafende
   Säugling, atmen die Himmlischen;
      Keusch bewahrt
         In bescheidener Knospe,
            Blühet ewig
               Ihnen der Geist,
                  Und die seligen Augen
                     Blicken in stiller
                        Ewiger Klarheit.

Doch uns ist gegeben,
   Auf keiner Stätte zu ruhn,
      Es schwinden, es fallen
         Die leidenden Menschen
            Blindlings von einer
               Stunde zur andern,
                  Wie Wasser Voll Klippe
                     Zu Klippe geworfen,
                        Jahr lang ins Ungewisse hinab.

De tweedelige vorm van het gedicht heeft aanvankelijk ook de vorm van de compositie bepaald: A. lyrisch - B.dramatisch. De langzame lyrische inleiding wordt bepaald door gelukzaligheid van de selige Genien. In het aansluitende dramatische Allegro gaat het over het menselijk lot. Maar de agnostische Brahms wilde zijn stuk niet afsluiten met het pessimisme van Hölderlin. Daarom schreef hij een instrumentale epiloog die een omwerking is van de langzame inleiding. Net zoals in Ein deutsches Requiem biedt Brahms zijn toehoorders ook in het Schicksalslied een troostrijk perspectief. Zelf zei daarover in een brief (1871):
Ich sage ja eben etwas, was der Dichter nicht sagt, und freilich wäre es besser, wenn ihm das Fehlende die Hauptsache gewesen wäre.
Voetnoten.
1. Hölderlins vrijwel complete poëzie is in het Nederlands vertaald door Ad den Besten. Zijn toelichtingen waren voor mij zeer inzicht bevorderend.
Friedrich Hölderlin, Gedichten. Uitgeverij de Prom, Baarn 1988.  terug
2. Een uitstekend wikipedia artikel over het begrip genius in de Romeinse oudheid:  http://en.wikipedia.org/wiki/Genius_%28mythology%29  terug
3. Misschien een parafrase van het bijbelvers Mattheus 8:20:
En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen, en de vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge.
Statenvertaling.  terug