Rimski-Korsakov, Shéhérazade.                                                                Deze toelichting is geschreven voor de concertreeks van het VU-Orkest in juni-juli 2014. © 2014 Daan Admiraal.
 
 
Nikolaj Rimski-Korsakov (1844-1908) behoorde met Balakirev, Borodin, Cui en Moessorgski tot het Machtige Hoopje 1 (Могучая Кучка, Mogoetsjaja koetsjka), ook wel de ‘Vijf’ genoemd, die zich inzetten voor een nationalistische, op de eigen Russische volksmuziek geënte muziek. Glinka was hun voorloper. Niet alleen de Russische volksmuziek had hun belangstelling maar ook de orientaalse muziek en de volksverhalen uit de Zuid-Aziatische ‘buitengewesten’ van het toenmalige Russische rijk. Rimski-Korsakov's opera's zijn in Rusland standaard-repertoire, maar worden in de westerse operahuizen nauwelijks opgevoerd. In de westerse landen is Rimski-Korsakov bij het concertpubliek vooral bekend door 3 briljante orkestwerken: Capriccio Espagnol (1887), La Grande Pâque Russe (1888) en Shéhérazade (1888). Daarvan is Shéhérazade, geschreven naar aanleiding van verhalen uit de De Duizend-en-een-nacht, verreweg het populairste stuk. Shéhérazade ging in 1910 in Parijs als ballet in première met Ida Rubenstein en Vaslav Nijinsky, in een choreografie van Fokine met decor en kostuums van Leon Bakst. Het was het eerste nieuw gecreëerde ballet van de Ballets Russes van Sergei Diaghilev.
 
 
Shéhérazade. Ida Rubinstein en Vaslav Nijinsky (1913). Kostuumontwerp George Barbier (French, 1882-1932).

In programmatoelichtingen bij concerten wordt steeds dezelfde onzin geschreven over het vermeende 'programmatische' gehalte van Rimski-Korsakov's orkestrale meesterwerk Shéhérazade. Dat is daarom zo treurig omdat men beter had moeten weten: er is geen literair verhaal dat door de muziek wordt geïllustreerd en er zijn ook geen 'Leitmotiven', het stuk is volgens de componist geschreven als zuiver symfonische muziek. Die 'beschrijvende' programmatische verhaaltjes zijn ontstaan door het kritiekloos kopiëren van oude onjuistheden.
 
Portret van Rimski-Korsakov in de eerste uitgave van zijn memoires geredigeerd door Nadezhda Rimskaya-Korsakova (1848–1919). First edition, St. Petersburg: Tipografiya Glazunova, 1909.
 
Uit de memoires van de componist, vertaald in het Engels als My Musical Life (MML) 2, blijkt dat de verwarring mede door toedoen van Rimski-Korsakov zelf is ontstaan. Een korte reconstructie.
1a. Rimski-Korsakov beschrijft in MML hoe hij zich bij het componeren liet leiden door episodes en beelden uit de Duizend-en-een-nacht 3.
1b. Hij was in eerste instantie niet van plan de vier delen te voorzien van descriptieve titels maar hij wilde gangbare (abstracte) muzikale termen gebruiken 4.
2. Pas in tweede instantie en op advies van anderen o.a. Lyadov besloot hij om de aan delen 'verklarende' titels toe te voegen 5. Die verklarende titels werden vervolgens gepubliceerd in de eerste editie van de partituur (1889, Belaieff).
3. Maar er volgde nog een derde en definitieve stap. Net als Mahler kreeg ook Rimski een weerzin tegen de verklarende tekst in zijn partituur als 'programma'. Hij liet in de nieuwe uitgave van de partituur alle verklarende titels weg 6.
Tenslotte richt Rimski-Korsakov zich expliciet tot het gilde der muziekuitleggers met het advies dat het zinloos is om een beschrijvend verhaal te vertellen over Shéhérazade. Het gaat om muzikale motieven en hun symfonische ontwikkeling 7.
 
Koning Shariar was van mening dat alle vrouwen ontrouw waren en had daarom besloten dat al zijn echtgenotes na de eerste nacht moesten worden gedood. Zijn vrouw Shéhérazade echter slaagde erin aan dit lot te ontkomen door hem iedere avond, Duizend-en-één nachten achter elkaar, een ander verhaal te vertellen. Ze wist de koning zo nieuwsgierig te maken, dat hij haar terechtstelling avond aan avond uitstelde, tot hij uiteindelijk besloot er helemaal van af te zien. De verhalen die Sjéhérazade aan de koning vertelde, waren een wondermooie mengeling van oude verzen en liedteksten, gecombineerd met sprookjes en avontuurlijke vertellingen.
 
Deze inleidende tekst van Rimski-Korsakov uit de eerste partituur is toch van belang omdat hierin de 2 antagonisten Sultan Schariar en Shéhérazade worden geïntroduceerd. De destructieve demonie van Schariar enerzijds en de bekoorlijkheden en het raffinement van Shéhérazade anderzijds hebben geleid tot sterk contrasterende muzikale typeringen. Anders gezegd: ze bepaalden het muzikale materiaal en prikkelden de fantasie van de componist.
 
1. Largo e maestoso - Allegro non troppo
Het eerste deel in tweedelige vorm (I-II) wordt bepaald door 2 thema's: dat van Schariar (a), van Shéhérazade (b) en een vaak aanwezig een drieklankmotief (c), eventueel te associeren met de zee.
Rimski-Korsakov valt meteen met de deur in huis. Het orkest zet in met het Schariar-thema (thema-a), misschien beter gezegd: met evil power, in een dreigend unisono van lage strijkers, lage blazers en dan vooral de trombones 8 :
Het wordt gevolgd door het thema-b, voor viool-solo en harp, dat we volgens Rimski-Korsakov moeten associeren met Shéhérazade (thema-b): 
Het heeft een sierlijk karakter en staat in de toonsoort die Balakirev 'Russisch mineur' 9 noemde. (Om het lezen van deze inleiding te vergemakkelijken zijn bijna alle muziekvoorbeelden getransponeerd en geoktaveerd naar e).
 
Dan is er nog het drieklankmotief (c) waarin men de golfslag van de zee kan horen met zijn op en neer gaande golfbeweging. Het komt voor in deel-1 en deel-4:
Deze drie thema's vormen de basis voor de uitgebreide symfonische ontwikkeling van het eerste deel waarin ik nog een cadens-thema 10  wil noemen (d) dat de secties I&II afsluit:

2. Lento — Andantino — Allegro molto — Vivace scherzando — Moderato assai — Allegro molto ed animato.
Het deel in A1-B-A2-vorm begint met het thema-b van de verhalen-vertelster Shéhérazade, vioolsolo met harp. Rimski-Korsakov noemde die melodie de unifying thread in zijn stuk. De belangrijke nieuwe hoofdmelodie van dit deel 11 is van Shéhérazades thema-b afgeleid. Deze melodie wordt in een set van 5 variaties (A1) herhaald: 1. fagot-solo; 2. hobo-solo; 3. 1e violen; 4. houtblazers&2 hoorns; 5. een dialoog van verschillende instrumenten. Onderstaand voorbeeld is variatie-3 van de 1e violen:

Plotseling  (B) slaat de sfeer om, de 2e (sic) trombone speelt tegen een dramatische tremolo-begeleiding een aan thema-a (Schariar) gerelateerde nieuwe melodie, beantwoord door de trompet:

Een heftige climax van het koper volgt, waarna een drievoudige klarinetcadens begeleid door geplukte strijkers (pizzicato). Nu volgt een fantastisch en duivels dansspel met motieven afgeleid van de trombone-solo. Waarna een drievoudige fagotcadens, identiek aan de klarinetcadens en weer begeleid door geplukte strijkers, het heftige middendeel (B) afsluit.

Het afsluitende A2 gedeelte is een nieuwe reeks zeer fantasierijke variaties op de hoofdmelodie. In de slotmaten steekt het thema-a uit deel-1 onverwachts de kop op.

3. Andantino quasi allegretto.
Het 1e thema waar het 3e deel mee begint is een echt zangthema, een romantische Siciliano 12 in G groot, maar zodra de melodie zich naar de lage e begeeft krijgt hij opeens een exotisch karakter 12 :
 
Het contrasterende 2e thema is een dans-melodie met kenmerkende accenten op de derde tel van de 6 achtsten. Triangel, tambourijn, kleine trom en bekkens zorgen voor een exotische slagwerk-achtergrond. Het is sterk verwant met het 1e thema en beide zijn in feite varianten van de vioolmelodie van Shéhérazade:
Thema-b, Shéhérazade's viool-solo, klinkt in dit deel in het midden, als een episode. De reprise krijgt een dramatische climax maar het deel eindigt onverwacht grappig.
 
4. Allegro molto.
Het hoofdthema van deel-4 (een variant van Shéhérazade's thema) is een snelle dansmelodie met een dubbelzinnige modaliteit 13, een gis als de melodie stijgt en als de melodie daalt een g:  
Een tweede dans-thema heeft de beperkte omvang van 5 tonen. Het lijkt in eerste instantie gewoon op G majeur 14:
 

Het einde van het stuk is een betoverend pianissimo. Shéhérazade eindigt niet in Russisch mineur maar de solo-viool stijgt in E-majeur op naar een bevrijdende hoogte: de demonie is overwonnen.

Voetnoten.
1. De eigenaardige benaming van De Vijf (of ook Groep van vijf) is ontstaan na een concert in 1867 dat gegeven werd onder leiding van Balakirev. Criticus Vladimir Stassov schreef een recensie met daarin de woorden:               
"God geve, dat onze Slavische gasten dit concert nooit vergeten. God geve, dat zij voor altijd in hun herinnering bewaren, over hoeveel poëzie, gevoel, talent en vakmanschap het kleine, doch machtige hoopje der Russische componisten beschikt." 
De 5 componisten waren: Mili Balakirev (1837-1910), initiatiefnemer; Alexander Borodin (1833-1887); César Cui (1835-1918); Modest Moessorgski (1839-1881); Nikolaj Rimski-Korsakov (1844-1908). terug
2.  My Musical Life (1906). Nikolay Andreyevich Rimsky-Korsakov; ed. with introd. by Carl van Vechten; transl. from Russian by Judah A. Joffe. 0571142451 / 9780571142453  terug
3. 'The program I had been guided by in composing Sheherazada consisted of separate, unconnected episodes and pictures from The Arabian Nights, scattered through all four movements of my suite: the sea and Sindbad's ship, the fantastic narrative of the Prince Kalender, the Prince and the Princess, the Bagdad festival, and the ship dashing against the roch with the bronze rider upon it.' (MML, p.292).  terug
4. 'Originally I had even intended to label Movement I of Sheherazada Prelude; II Ballade; III, Adagio; and IV, Finale; ... ' (MML, p.293). terug
5. 'but on the advice of Lyadov and others I had not done so.' (MML, p.293). Zodoende werd de eerste gedrukte partituur voorzien van onderstaande verklarende titels - het 'programma' dat we nog steeds in alle slaafs gekopiëerde toelichtingen tegenkomen: I. The sea and Sinbad's ship; II. The story of the prince-kalandar; III. The young prince and the princess; IV. Festival in Baghdad. The sea. The ship breaks up against a cliff surmounted by a bronze horseman. Conclusion.  terug
6.  My aversion for seeking too definite a program in my composition led me subsequently (in the new edition) to do away with even those hints of it which had lain in the headings of movement, like The Sea; Sindbad's Ship; The Kalender's Narrative; and so forth. (MML, p.293). terug
7.  'In vain do people seek in my suite leading motives linked unbrokenly with ever the same poetic ideas and conceptions. on the contrary, in the majority of cases, all these seeming Leitmotive are nothing but pure musical material or the given motives for symphonic development. terug
8.  Dit thema wordt met veel chromatiek gebruikt voor dramatische ontwikkeling.  terug
9. Het is de dorische ladder. Melodisch is gekenmerkt door een kleine terts, een grote sekst maar een kleine septiem.   terug
10. Het is Pentatonisch.   terug
11. Hij staat in de aeolische toonsoort 11.Aeoloisch   terug
12. De Siciliano is een dansvorm die waarschijnlijk ontstond in Sicilië. Hij werd als herdersdans geassocieerd aan pastorale situaties. De dans staat meestal in 6/6 of 12/8 maat en heeft een paar kenmerkende ritmes.
Geliefd in de barok en de latere18e eeuw bleven componisten in de 19e en 20e eeuw Siciliano's schrijven.  terug
13.   De toonsoort is aeolisch met de gis als speciale kleur.   terug
14. Maar de trombones met hun wending naar de kleine septiem maken de melodie mixolydisch.   terug