Chris Holtslag interviewt Daan Admiraal voor het Krashna jubileumboek juli 2008.
 
1. Wat vond je de grappigste krashnagebeurtenis?
Er waren heel veel grappige gebeurtenissen, momenten en rare wendingen: er zijn veel mensen bij Krashna die regelmatig bereid zijn zich heel aanstekelijk prettig gestoord te gedragen. Ik behoor (indien niet in functie) zeker ook tot die laatste categorie.
Je gaat een weekend repeteren in Someren en dan blijkt dat er zonder enig vooroverleg een Sinterklaas-kostuum en een volledige schmink voor je te zijn geregeld. “Daan, wil jij onze Sint zijn?” Dat vind ik leuk: improviseren. Bij mijn opkomst in de repetitiezaal kon ik het meteen zo regelen dat mijn bisschopsstaf klem kwam te zitten tussen de plint en het deurkozijn. Paniek bij de bedenkers van het Sinterklaasplan, die volgens mij niet meteen doorhadden dat ik gewoon niet meewerkte. Vervolgens moest ik de bok op: als een lamme seniele oude baas heb ik mijn twee begeleiders zodanig met onwillige benen tegengewerkt dat ze me tenslotte met vijf man op de bok moesten tillen. Daarna heb me gedragen als de vorige paus: onverstaanbare zinnen mompelend en daarbij steeds halverwege een zin in slaap vallend met het hoofd voorover gezakt.
Van veel spontane kwinkslagen (ook van orkestleden) tijdens repetities kan ik me overigens slechts de bulderende lach herinneren maar meestal niet goed wat daar aan vooraf ging. Maar dan blijkt opeens dat zonder dat je dat wist jarenlang alles wat je gezegd hebt is gescand op humorgehalte. Krashna had opeens een boekje had gemaakt met de leukste quote's uit mijn repetities. De uitreiking van dat boekje was ook een grappige gebeurtenis.  
2. Denk je dat er een verband is tussen techniek en muziek? waarom?
Er is in de eerste plaats natuurlijk de geluidsleer, de akoestiek die de muziek een natuurkundige basis geeft. Pythagoras is al zo’n 550 v.Chr. begonnen intervallen te meten en te berekenen. Maar er is ook een ander verband denkbaar: muzikale vormen kun je vergelijken met bouwkundige constructies. Maar dat is toch grotendeels een metafoor, omdat de tijd, waarin muziek zich afspeelt zo anders is als de ruimte die bijvoorbeeld een brug overspant. Maar metaforen helpen vaak als beeld bij het musiceren. Een lange muzikale frase (een lange brug) heeft een ander dynamische spanningsopbouw nodig (materiaalsterkte) dan een korte. Proporties zijn de gemeenschappelijke noemer van muziek en architectuur.
3. Waarom werk je met studenten?
Omdat dat destijds zo gegaan is en ik het ben blijven doen omdat het leuk werk is.
4. Wat is je doel? wat wil je bereiken? Wat is je passie?
In een nieuw project is het eerste doel ervoor te zorgen dat de zangers/spelers hun noten kunnen zingen/spelen - dat is met amateurs altijd een tijdrovende klus. Je kunt namelijk niet met anderen samenspelen als je je eigen partij niet kan spelen. Tot die tijd ben ik horlogemaker. Maar de echte passie bij het muziek maken komt pas als alle basisvoorwaarden zijn vervuld en de muziek bezield gaat worden. Als dat lukt heb je als dirigent even het mooiste vak dat er bestaat.
5. Waar krijg je een kick van?
Van een prachtig natuurgebied dat nog volledig ongeschonden is, bijvoorbeeld een natuurlijk bos met rijke ondergroei van planten, varens en mossen waar al generaties lang niet gekapt is, van planeren in een open zeilboot met harde wind, van een concert dat zo prachtig is dat je wordt opgetild tot een niveau dat de alledaagse werkelijkheid ontstijgt.
6. Wat zijn je herinneringen aan je eerste project met krashna?
Dat een aantal koorleden mij de eerste weken in de pauze kwam zeggen of ik het wel of niet beter deed dan de week daarvoor (wat ik wel erg aanmatigend vond), dat het orkest erg  klein was en erg weinig kon. Ik deed o.a. de Krönungsmesse van Mozart, de eerste keer in mijn leven dat ik een groot stuk voor koor en orkest deed. Dat stelde meteen een belangrijke slagtechnische vraag duidelijk aan de orde: hoe moet je koor+orkest dirigeren als het koor 2 langzame halve noten per maat legato zingt en de violen tegelijkertijd 16 snelle korte noten hebben.
7. Wat vind je van het koor & orkest nu?
Het koor kan terugblikken op een uitstekende periode. Dat is in de eerste plaats absoluut een compliment voor Gilles maar het is deels ook het geluk dat er op een bepaald moment veel goede zangers in je koor zingen. Vaak stellen koorzangers hun vertrek uit tot na de tournee of tot de dirigentenwissel. Ik hoop dat veel goede zangers nog even blijven. Het orkest heeft een uitstekende Rachmaninow gespeeld. Er zijn veel wisselingen bij het hout geweest. Daar moet ik volgend seizoen in investeren.
8. Wat vind je zo leuk aan amateurs?
Ik vind het niet leuk als amateurs met een lelijke kale toon en dynamisch saai ook nog vals en onritmisch zingen/spelen. Ik vind het geweldig als goede amateurs zich inzetten voor het hoogst haalbare. Dan is de gedrevenheid vaak veel groter dan bij veel CAO-beroepsmusici en het publiek heeft het vaak over dat verschil.
9. Wat is het hoogtepunt van je (krashna)carriere?
Er waren veel hoogtepunten: Strawinski, Le sacre du printemps en Les Noces; Bartók, De wonderbaarlijke mandarijn, Mahler-2, Mahler-3 in het Concertgebouw in Amsterdam, Britten’s War Requiem in de Nieuwe Kerk was geweldig, de tournees naar Italië met De Vuurvogel, en onlangs die enige tournee naar Hamburg, Denemarken en Zweden.
10. Hoe zie je de toekomst van krashna?
Koor en orkest van Krashna moeten het gemiddelde niveau van de laatste jaren zien te behouden en waar mogelijk te verbeteren. Dat betekent in ieder geval de zekerheid van hard werken.
11. Wie is je favoriete componist om met krashna te doen? en waarom?
Ik heb vele favorieten maar dat is minder belangrijk. Mijn criteria zijn: steeds andere stijlen spelen om de muzikale horizon van de spelers te verbreden. Het is wel zo dat er bij symfonieën van Sjostakovitsj en Mahler een soort collectieve euforie ontstaat die het orkest zeer goed doet. Mede daarom (en ook omdat ik ze zelf ook graag doe) komen die 2 componisten regelmatig terug.
12. Hoe zou je de samenwerking met de steeds wisselende besturen van krashna omschrijven?
In mijn begintijd: onervaren jonge besturen, weinig bestuurscultuur, en een maar iets oudere jonge dirigent. Nu: even jonge besturen, maar een traditie van bestuurscultuur, een dirigent met zeer veel ervaring en een leeftijdsverschil van een generatie. Dat laatste voelt voor mij op dit moment heel goed. Engelsen zeggen tegen dames van mijn leeftijd die zich te veel gedragen als hitsige bakvissen: be your age! En ik vind het niet slecht om my age te zijn. Omdat vele spelers zo oud zijn als mijn kinderen heeft het soms (en dat bedoel ik niet hiërarchisch maar vriendschappelijk) bijna iets vaderlijks.
13. 1981 was je net klaar met je studie directie aan het Conservatorium, je bent toen aangenomen bij krashna, je hebt het vak als het ware in de praktijk geleerd bij krashna. Hoe is dat bevallen?
Het is niet helemaal waar dat ik het vak alleen bij Krashna heb geleerd: mijn achtergrond als orkestmusicus en de voor mijn vorming als dirigent zo belangrijke verbintenis met het VU-orkest gaat aan Krashna vooraf. Wat ik absoluut bij Krashna heb geleerd is hoe je koor-orkestwerken instudeert en op concerten dirigeert.
Is er iets veranderd met Krashna sinds je dirigent bent?
Wat er vooral bij Krashna is veranderd sinds ik er dirigent ben is dat studenten nu harder en vooral sneller moeten studeren en daardoor gedwongen zijn meer aan timemanagement te doen. Maar er wordt niet slechter gespeeld dan vroeger. Vooral ook door het internet zijn mijn contacten met Krashna bestuurders efficiënter en zakelijker zijn geworden, maar ik ervaar ze niet als minder persoonlijk. Verder zijn de jonge mensen en ikzelf in wezen niets veranderd.
Een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van Krashna is natuurlijk het nieuwe gebouw op Mekelweg 10 geweest. Het is een genoegen om in zo’n mooi gebouw te werken. Veel studenten-koren en -orkesten, bijvoorbeeld USC en USKO uit Utrecht moeten met een in wezen ontoereikende zaal en een veel te krap bestuurshok genoegen nemen.
Wat ikzelf een erg leuke ontwikkeling vind is de globalisering van de universitaire wereld (ik ben geen nationalist maar voor de global village). Wij hebben Chinezen, Zuid-Afrikanen, Belgen, Amerikanen, Duitsers, Hongaren, Turken, Limburgers, Iraniers in ons orkest. Hi, welcome!
14. Je bent langer officieel verbonden met krashna dan met je vrouw, (hoe) hou je het nog vol? Een leuke, prikkelende vraag en dubbelzinnig wat het volhouden betreft omdat hij naar twee relaties verwijst. Laat ik ze allebei even kort bespreken.
Met mijn vrouw Cilia houd ik het uitstekend vol: onze relatie bestond al voordat ik bij Krashna kwam. Ik ga straks nadat ik de laatste interviewvraag heb beantwoord mijn rugzak pakken en we vertrekken morgen samen met de slaaptrein met onze superlichte Hilleberg-tent met rugzak en bergschoenen voor een maand naar Italië, Gran Paradiso.
Mijn relatie met Krashna is zo totaal anders dan de meeste banen: ieder jaar weer nieuwe, jonge mensen. Dat maakt de baan mede zo leuk: er zijn geen oude mopperaars.
15. Je raakt Gilles nu als muzikaal partner kwijt, hoe hoop je dat de samenwerking met een nieuwe koordirigent zal lopen?
Ik ben Gilles in de loop der jaren als mens en als musicus zeer gaan waarderen en vond de samenwerking met hem erg aangenaam. Het ging nooit over ego’s, maar over muzikale en organisatorische zaken. Ik ben van plan het met zijn opvolger net zo te gaan doen.